COA betaalde te veel voor opvang

Het COA overschreed ruim de eigen normen voor de kosten van vastgoed om asielzoekers onder te brengen.

Vastgoedeigenaren hebben sterk geprofiteerd van het uitbreken van de migratiecrisis in 2014. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) was slecht voorbereid op de grote aantallen vluchtelingen en betaalde tot vier keer zo veel voor opvanglocaties als de eigen normen voorschreven. Dat blijkt uit onderzoek van NRC en Reporter Radio naar het vastgoedbeleid van het COA.

In 2013 had het COA nieuw vastgoedbeleid uitgestippeld, waarin het uitging van een „kernvoorraad” van 10.000 opvangplaatsen, gebaseerd op de „historisch lage” instroomcijfers van eerdere jaren. Toen kort daarna de vluchtelingenstroom op gang kwam, moest het COA alle zeilen bijzetten. Eigenaren van potentiële opvanglocaties konden huurprijzen en voorwaarden bedingen die het COA normaliter niet zou accepteren. „De druk was enorm”, zegt COA-vastgoeddirecteur Peter Siebers. Volgens hem zijn tijdelijke opvanglocaties zoals evenementenhallen, bungalowparken en hotelboten relatief duur vanwege COA’s slechte onderhandelingspositie, de korte terugverdientijd van investeringen en het feit dat het hele complexen moet huren, en dus ook betaalt voor ruimtes en faciliteiten die niet benut worden.

Hiervan profiteren vastgoedeigenaren, zoals Cor van Zadelhoff. Die verhuurt sinds vorig jaar met een compagnon 600 opvangplekken in Zaandam voor circa 2,5 miljoen euro per jaar. De vluchtelingen zijn deels gehuisvest op een oude detentieboot die eind 2013 door het ministerie van Veiligheid en Justitie werd afgedankt.

Een van de duurste locaties zijn de Zeelandhallen in Goes. Miljonair Dirk Lips verhuurt die voor circa 3 miljoen voor 11 maanden aan het COA, inclusief duizenden ongebruikte parkeerplaatsen. Lips liet schotten plaatsen en kan maximaal 500 vluchtelingen huisvesten. Volgens Lips gebeurt dat „kostendekkend”. Ook gemeenten profiteren. Ze schoven lokale kwesties, die niets met het migratie te maken hadden, op het bord van het COA.

    • Merijn Rengers