Bewonder het compromis - en behoud juist daarom Samsom

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Samsom en het vergeten verlies dat zijn vertrek zou achterlaten.

Ofwel: hoogste tijd voor herwaardering van de kunst van het compromis.

Je hoort vaak, met zo’n ondertoon van deskundige bezorgdheid, dat het land amper nog plekken kent waar alle lagen van de bevolking elkaar treffen. Het ziekenhuis en de sportkantine – dat is het zo’n beetje.

Verder leven we langs elkaar heen. We kennen elkaar niet meer. Dus je kunt je afvragen of de bezorgdheid van die deskundigen ons veel doet.

Blijkbaar zijn we inmiddels zo gepolariseerd dat het onze voorkeur heeft andere mensen, met hun andere manier van leven en hun andere meningen, niet meer onder ogen te komen.

Het interessante is: we hebben één nationaal instituut waar burgers uit vrijwel alle rangen en standen nog wekelijks met elkaar in gesprek gaan. Opleiding, afkomst, gezindte, etniciteit – ze zijn in er in bijna alle soorten en maten vertegenwoordigd.

De gesprekken zijn er soms ingewikkeld, soms agressief en onaangenaam, maar vaak, zeker als er geen camera’s bij zijn, verloopt de uitwisseling van ideeën en argumenten er redelijk goed.

Het is de Tweede Kamer.

Maar keer op keer leert onderzoek dat de tevredenheid over de Tweede Kamer nogal laag is.

Het SCP laat al jaren zien dat de Kamer, op de regering na, het slechtste van alle instituties scoort. Dit voorjaar haalde de Kamer een waardering van 45 procent. Bij voorbeeld grote ondernemingen (59 procent) en, jawel, kranten (73 procent) zaten daar ruim boven.

Nu zullen er allerlei oorzaken voor die ontevredenheid zijn. Maar het zou zomaar kunnen, bedacht ik me, dat onze afkeer voor de Kamer ook zo groot is omdat daar nog wel alle stemmen aan bod komen.

Veel wijst erop dat we een land van harde opvattingen en harde overgangen aan het worden zijn. Een meningenmaatschappij die compromisloosheid, controverse en radicaliteit beloont.

Zeg dat het EU-lidmaatschap voors en tegens heeft: niemand reageert. Maar zeg dat Nederland uit de EU moet en de Financial Times komt je interviewen.

Noem een vluchteling een vluchteling: niemand geen een kik. Maar noem een vluchteling een dobberneger en de Volkskrant geeft je twee pagina’s.

Zeg dat de mogelijke overstap van Sylvana Simons naar de politiek verklaarbaar doch curieus is: niemand kijkt op. Organiseer een Sylvana Uitzwaaidag op Facebook en NRC komt je interviewen.

U ziet het: media en politiek zitten samen gevangen in de val van de zichzelf versterkende grootspraak. De woorden waarmee politici aandacht krijgen zijn voortdurend te groot voor de werkelijkheid.

Het gevolg is dat alle politici worden meegezogen in een wedloop van aangescherpte posities, zodat het steeds moeilijker is zich open te stellen voor andermans opvattingen.

Het zichtbaarste gevolg is dat politici het compromis nu al decennia omschrijven als moetje. Het kan niet anders. We hebben geen keus. Het is nu eenmaal ons systeem.

Zo is de intrinsieke meerwaarde van het compromis volledig uit het politieke discours verdwenen.

Nooit zegt een politicus nog dat onze hele cultuur erop is gebouwd dat tegenspraak een voorbode van samenspraak is. Dat ideeëncompetitie tot betere ideeën leidt. Dat we onze beschaving danken aan het feit dat burgers bereid waren iets van hun eigenbelang in te leveren om het grote geheel te verbeteren.

Dat rekening houden met anderen niet alleen de basis van onze politiek is – maar van onze hele maatschappij.

En dat uitgerekend de schoonheid van het compromis onze beschaving symboliseert – omdat zo tenslotte alle stemmen gehoord worden.

Het bijzondere van deze regeerperiode was natuurlijk dat de coalitiepartijen probeerden dit soort idealen tot uitgangspunt van hun kabinet te nemen. Voordat Rutte II begon hing het al in de lucht: oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie sloten met VVD en CDA het Lenteakkoord. Ze noemden het – ‘over de eigen schaduw heen springen’, weet u nog?

Bij de vorming van Rutte II formuleerden VVD en PvdA het preciezer: de ander iets gunnen. Het werd vanaf dag één belachelijk gemaakt. Toen bekend werd dat de formatieonderhandelaars op kaarten mochten aanwijzen waarop ze zo min mogelijk wilden inleveren, wisten andere partijen daar wel raad mee: de sukkels hadden zitten kwartetten!

Maar nu weten we dat zo een zeer stabiele coalitie ontstond, die ondanks alle weerstand en fragiliteit globaal gedaan kreeg wat ze van plan was, en werd gedragen door coalitieleiders die het vertrouwen in elkaar behielden.

Beide leiders, Rutte en Samsom, namen een risico. En Samsom, als leider van de junior coalitiepartner, verreweg het grootste.

Met de CU (2006) is Samsoms PvdA deze eeuw de enige partij die na een overtuigende zege juniorpartner in een coalitie werd. Leiders als Zalm (VVD, 2002, 2003), Bos (PvdA, 2006) en Verhagen (CDA, 2010) deden dit alleen na zwakke stembusresultaten. Samsom nadat hij uit het niets een enorme overwinning behaalde.

Dus inderdaad: de man had moed. Hij maakte ook fouten: hij vergat een alternatieve coalitie te onderzoeken voordat hij met Rutte in zee ging. Hij was zo loyaal aan de coalitie dat hij zijn fractie soms bruuskeerde. En hij helde zo over naar het coalitiebelang dat hij vergat het PvdA-gezicht te zijn.

Dus op zichzelf zou het volmaakt logisch zijn als later dit jaar PvdA-prominenten, zoals Asscher, hem uitdagen om het partijleiderschap. De vraag of ook stemmenkanon Aboutaleb meedoet is niet te beantwoorden – maar het is vrijwel zeker dat de Rotterdamse burgemeester afzijdig blijft wanneer Samsom zelf wel meedoet.

Of dat een verstandige uitkomst zou zijn staat te bezien. Maar dit neemt niet weg dat Samsom zijn partij, en het land, de afgelopen jaren een dienst bewees door de verleiding van de controversiële meningen te weerstaan en zich te blijven inleven in andersdenkenden.

Het CPB publiceerde vrijdag de voorlopige resultaten: alle economische uitkomsten van Rutte II zijn ruim beter dan in 2012 werd voorzien.

Tegelijk voerde de coalitie hervormingen door (minder hypotheekrenteaftrek, hogere AOW-leeftijd, windmolens op zee, decentralisatie langdurige zorg, daling gasbaten) en gaf Samsom mede vorm aan de Turkijedeal die, tot nader order, een dam opwerpt tegen nieuwe Syrische vluchtelingen.

Natuurlijk – er ging van alles mis. In de uitvoering van zorghervormingen, het immigratie- en asielbeleid, het Groninger aardbevingsgebied.

Maar de verdienste van Samsom was, denk ik, dat hij liet zien dat het compromis méér is dan een paar puntjes inleveren; dat het een onderliggende houding van inschikken vereist die die zijn interne (PvdA-)critici de laatste jaren niet op konden brengen.

Den Haag gaat uit van een lange verkiezingscampagne. Die begint na de zomer en we zullen, verwacht ik, snel verveeld raken over de standpunten die partijen over ons uitstorten. In dat geval kan de campagne vlot overgaan naar houding en leiderschap, en alles wijst erop dat Rutte dan verreweg de beste papieren heeft.

Maar je hoeft geen Samsom-aanhanger te zijn om te zien dat ook hij dan kansen kan hebben. Niet met alleen een PvdA-praatje maar met een, inderdaad, eerlijk verhaal over regeren met tegenwind, waaruit blijkt dat gemeenschapszin uiteindelijk effectiever is dan alle radicaliteit die nu het openbare debat vervuilt.

Bekijk de grote campagnethema’s eens: immigratie, islam, racisme, pensioenen, zzp’ers.

Allemaal onderwerpen die alleen tot pacificatie kunnen leiden als een land over politici beschikt die uit overtuiging kunnen inbinden.

Die de waarde en de schoonheid van gezamenlijkheid begrijpen en kunnen benoemen. Niet omdat zij technocraten zouden zijn, maar omdat zij democraten zijn: omdat zij, tegen de tijdgeest in, alle burgers een stem in de regering gunnen.

    • Tom-Jan Meeus