Beeldschoon

We zijn met de metro naar Manhattan gegaan om bij Cartier last minute trouwringen te kopen. Vandaag is de eerste verjaardag van ons huwelijk. Toen we een jaar geleden trouwden, vlak voordat ons prachtige kindje geboren werd, was dat geheim omdat we anders een stortvloed aan familie uit moesten nodigen en daar geen tijd en ruimte voor was. We zouden dit jaar opnieuw trouwen in het zuiden van Spanje en dan alles en iedereen overvliegen, maar toen gingen we ineens naar New York verhuizen en nu zijn we op de begane grond van een warenhuis in een inpandige Cartier.

De medewerker is een hork. De ringen zien er daardoor niet uit zoals ze eruit horen te zien vinden we allebei, eerst stiekem en alleen in ons hoofd, en dan, eenmaal buiten, weer allebei, maar nu uitgesproken en lekker samen. Eerder waren we bij Tiffany’s, daar hebben ze ook ringen en daar was degene die ons hielp een vrouw en geen hork en eigenlijk hadden we toen die moeten nemen maar toen hadden we nog tijd en dachten we dat we ook bij Cartier moest kijken en zo gaat dat soort dingen nu eenmaal en nu zijn we dan op de datum van ons eenjarige jubileum en hebben we nog geen ring. Maar dat geeft niet. Coco heeft bij de kapper een afspraak voor een blow-out en ik verdwaal voor de zoveelste keer op LaFayette omdat ik elke keer precies de verkeerde kant op loop. Ik word eindeloos moe van mezelf en mijn gebrek aan gevoel voor richting en hoop dat ik dit niet doorgeef of al door heb gegeven aan mijn zoontje en zijn toekomstige broertjes en zusjes.

De zon schijnt als mijn vrouw weer in mijn blikveld verschijnt. Ze is boos berichtjes naar me aan het sturen, waarin ze vraagt waar ik blijf met meerdere vraagtekens, terwijl ik vanaf het verkeerseiland een snapchat filmpje van haar maak en er hartjes op teken. Ze is beeldschoon. Ik ben trots haar mijn vrouw te mogen noemen. Iedereen heeft een vriendin. We nemen de metro terug naar Brooklyn en ik trek mijn trouwpak aan. De broekspijpen zijn langer dan ik me herinner van een jaar geleden. Ik kan me nog wel herinneren dat ik ze toen nogal kort vond. Ik trek eindelijk mijn zwarte, suède Yves Saint Laurent-laarsjes aan die ik heb gekocht omdat al mijn gympen weg zijn. Coco draagt niet dezelfde jurk omdat ze toen hoogzwanger was en nu niet. Baby Blake krijgt rijst met groente en kusjes en we stappen in een auto richting Williamsburg.

Het restaurant vind ik op papier vreselijk maar in het echt fantastisch. Mijn hoofd is een lul. Het interieur en het personeel is verkleed als ‘prohibition era’, maar het is helemaal niet erg en sluit volledig aan bij het eten. We drinken champagne uit een ouderwets glas en kijken naar de kaart. We zitten met zijn tweeën aan een klein tafeltje en naast ons is een booth waar vier dikkige mannen in kinderkleding het over sport en entertainment hebben en een rekening van elfhonderd dollar splitsen. Ik kan ze niet plaatsen in het sociale spectrum. We besluiten voor het grand plateau te gaan omdat mijn vrouw dol is op Fruits de Mer en we bovendien iets te vieren hebben. De ober vraagt of we iets te vieren hebben en dat is zo dus dat zeg ik en we krijgen de booth van de vier mannen, ook omdat het grand plateau vier verdiepingen telt en daarom de extra ruimte op de grotere tafel goed van pas komt.

We drinken een cocktail en ik heb de verkeerde maar Coco, mijn Coco, heeft precies de goede. We eten er oesters bij die we als voorgerecht besteld hebben; zes verschillende soorten en dan van ieder twee. Tegenover onze tafel, in het midden van de ruimte, lazert een fruits de mer plateau van drie verdiepingen bij twee mensen tegelijk over hun broek heen. Een ober zegt de hele tijd sorry en gaat aan de slag om de ontstane ravage ongedaan te trachten te maken terwijl de tafelaars toekijken, twee van hen met ijs en zeevruchten op de schoot en in het kruis. Ze zijn allemaal gekleed als copyrette-medewerkers, of eigenaars misschien. Het Grand Plateau arriveert in al zijn glorie. Vier verdiepingen aan vruchten uit zee. De onderste schaal bevat achttien oesters, daar boven tweeëntwintig schelpen, daar weer boven twee halve kreeften die er samen een maken en helemaal bovenop is er tijgerkrab met kreeftenboter en mosselen met kaviaar.

Aan de muur hangt een schilderijtje met een schip in de storm op zee expres scheef. Denk ik. Aan het kleine tafeltje waar we begonnen ontvouwt zich nu een onhandige date. De man hangt voorover en de vrouw lijkt bevroren in een terugdeinzende pose tegen de muur aangeplakt. Ik kijk naar mijn zwarte, suède laarsjes en dan naar mijn vrouw. Damn it feels good.

    • Pepijn Lanen