Als het slecht gaat geeft men graag anderen de schuld

Tot vlak voor haar dood vertelde ze onder meer op basisscholen over de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. „Overleven verplicht”, zei ze in het Auschwitz Bulletin van januari 2002. „Onrecht moet aan de kaak worden gesteld.” Tegen een groep Amsterdamse basisscholieren zei ze in 2015 nog: „Wanneer het slecht gaat, geeft men graag anderen de schuld, zoals tijdens het naziregime gebeurde met Joden, zigeuners en communisten. (…) Laat je niet misleiden.” Afgelopen dinsdag stierf de Joodse verzetsstrijdster Mirjam Ohringer in Amsterdam, waar ze 91 jaar geleden ook werd geboren.

Haar ouders scheidden toen ze negen was. Haar moeder vertrok naar Parijs en zij knoopte met haar vader Herman de eindjes aan elkaar. Na de machtsovername van Hitler in Duitsland, vluchtten veel Duitse Joden naar Nederland. Ohringer en haar vader hielpen geld in te zamelen voor hun opvang.

Nadat de oorlog was uitgebroken, maakten ze met een groepje medestanders een plaatselijke editie van het illegale communistische krantje De Waarheid. Ohringer liet het krantje tegen betaling lezen om zo geld in te zamelen voor het verzet.

Toen ze op een voorjaarsavond in 1941 hoorde dat de Duitsers massaal Joodse jongens oppakten, ging ze zo snel mogelijk naar het huis waar Ernst Josef Prager werd opgevangen. Hij was een Joods-Duitse vluchteling op wie ze smoorverliefd was geworden. Ze was te laat. Prager was opgepakt en werd naar Kamp Schoorl gebracht. Ohringer was 17 jaar, zat op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam en was ten einde raad. Op 15 oktober 1941 hoorde ze dat Prager in Kamp Mauthausen was vermoord.

In 1942 dook ze zelf onder. Veel familieleden en vrienden stierven. Na de oorlog trouwde ze een Nederlandse man met wie ze kinderen en later kleinkinderen kreeg. Ze stond aan de wieg van zowel het Nederlands Monument in Mauthausen als het herdenkingsmonument in Schoorl en ontving diverse onderscheidingen waaronder het Verzetsherdenkingskruis.

Voor Dick Neyssel (67) wiens vader eveneens in het Amsterdamse verzet streed, is Ohringer altijd een soort tante geweest. „Ik ken haar niet anders dan dat ze voorlichting gaf om duidelijk te maken: dit nooit weer”, zegt hij. „Een belangrijke drijfveer was de dood van haar grote liefde. Daar kwam ze altijd op terug.”

    • Esther Wittenberg