Alles is materiaal

Over Atelier Remy&Veenhuizen verscheen een lijvige monografie. „We hadden geen idee dat het een stoel zonder poten zou worden”.

Waarom besloot u samen te gaan werken?

Tejo Remy: „We deelden met nog een aantal ontwerpers een gebouw. Toen er steeds meer collega’s verhuisden, bleven we samen over.”

René Veenhuizen: „Op een dag zat Tejo vast met een opdracht. Toen vroeg hij of ik hem wilde helpen.”

Remy: „Het is makkelijker om de problemen van een ander aan te wijzen, dan je eigen sores.”

Veenhuizen: „Het klikte meteen. Er was wederzijds respect.”

Remy: „Soft diplomacy: zonder dwang namen we dingen van elkaar aan. Niet ons eigen ego, maar het product staat altijd voorop.”

U had beiden al carrière gemaakt. Heeft de samenwerking uw werk veranderd?

Veenhuizen: „Ja, samen maken we andere dingen dan alleen.”

Remy: „Ons werk is scherper geworden.”

En een taakverdeling?

Veenhuizen: „Die is er niet.”

Remy: „We sparren, strooien met gedachtes over waar het heen moet.”

Veenhuizen: „Ik doe wel vaak het schrijfwerk. En Tejo de begroting.”

Remy, met een lach: „En die klopt altijd. Ook al vindt de opdrachtgever soms van niet.”

Hoe herkent u een goed idee?

Veenhuizen: „Het gaat nooit om één goed idee. Het gaat om een goed proces, met veel stapjes.”

Remy: „Neem ons kleed gemaakt van oude dekens. Een instelling voor epileptici vroeg of we iets wilden maken. Toen we daar rondkeken viel ons op hoeveel beton en andere harde materialen daar waren. Misschien moeten we iets zachts toevoegen, zei ik toen.”

Veenhuizen: „Ja, en laat het dan verwijzen naar iets huiselijks. Iets dat staat voor geborgenheid. We hebben van alles geprobeerd. Uiteindelijk zijn we oude dekens gaan versnijden, om er kleden van te maken. Dat is denk ik de rode draad in ons werk: van de meest waardeloze materialen door arbeid iets waardevols maken.”

‘De wereld is uw gereedschapskist’ heet de monografie die net over u is verschenen.

Remy: „Ik ben een boerenzoon. Wij hadden vroeger thuis een zutzolder, een zolder vol met troep. Als je iets wilde maken of repareren, ging je kijken of daar nog iets bij lag waarmee je aan de slag kon. Al improviserend loste je zo de dingen op. In principe is alles materiaal dat gebruikt of hergebruikt kan worden.”

Veenhuizen: „En dan vinden we het leuk om een spel te spelen met de betekenis. Een oude deken roept herinneringen op aan de dekens waar je vroeger zelf onder lag, een oud kleed doet aan je oma denken. Met nieuwe materialen uit het schap heb je zulke associaties niet.”

Remy: „Je kan ook nieuwe producten een andere betekenis geven. We kregen eens de opdracht voor een ontmoetingsplek op een schoolplein. Rond dat plein was een hek gepland. Toen we dat zagen, hebben we daarvan de ontmoetingsplek gemaakt: een hek met bankjes. Iets negatiefs, een barrière voor interactie, hebben we zo getransformeerd tot iets positiefs.”

Bijna al uw producten zijn gemaakt in kleine oplagen.

Remy: „Nee, wij zijn geen industriële ontwerpers geworden, zoals sommige generatiegenoten.”

Veenhuizen: „Ons ontwerp is vaak een methode van maken, in plaats van een kant-en-klaar product. We scheppen vooral mogelijkheden.”

Remy: „Het maakproces is onderdeel van ons product, dat zie je eraan af. Het zijn dus geen anonieme producten die net zo goed uit een 3D-printer hadden kunnen komen. We ontwikkelen formats, waarvan de uitkomsten steeds net anders zijn.”

Veenhuizen: „Onze producten komen ook vaak op een onderzoekende manier tot stand. Door te experimenteren met het materiaal, planken te buigen en te verlijmen, ontstond bijvoorbeeld onze bamboestoel. Die hadden we nooit zo kunnen schetsen. Toen we begonnen, hadden we ook geen idee dat het een stoel zonder poten zou worden.”

Wat zou u graag eens ontwerpen?

Remy: „De inrichting van een hotel. Daar kan je veel ideeën in kwijt. Iedere kamer zou anders worden. En het geheel zou beslist minder glossy worden dan de meeste andere hotels. Prettig spartaans en heel persoonlijk. Hoe dat te bereiken? Dat moet je onderzoeken. Misschien, ik roep maar wat, moet je elke gast vragen om iets achter te laten.”

Veenhuizen: „We hebben wel eens gevangeniscellen ingericht. Dat vind ik een van onze mindere ontwerpen. Zoveel eisen wat betreft schoonmaak, beheer en vandalisme. Ik heb niet het gevoel dat we daar een eigen draai aan hebben kunnen geven.”

Wat doet u over vijf jaar?

Remy: „Als het goed is hetzelfde als nu.”

Veenhuizen: „We zijn wel aan het onderzoeken of we met de meubelindustrie kunnen samenwerken. Lensvelt is bezig met onze Bamboestoel. Interessant om na te gaan of onze ideeën ook in een grotere oplage te realiseren zijn.”

    • Arjen Ribbens foto Arjen Born