Al lopende zag ik toch weer de zon

De repeterende beweging, de buitenlucht, haar ademhaling. Hardlopen hielp Nydia van Voorthuizen over haar burnout heen.

Illustratie Gijs Kast

We hebben het allemaal druk. Zo druk dat we de bestseller Nooit meer te druk van Tony Crabbe niet echt lezen, maar scannen. We racen van werk naar een ontspannende les yoga en stappen daarna snel op de fiets om bij te komen met wijn op een terras. Dat was ongeveer ook mijn leven, en ik raakte fysiek en mentaal op. Mijn oplossing? Hardlopen. Juist op de momenten dat mijn energie op het dieptepunt zat.

Laat ik het niet mooier maken dan het is. Ik begon met hardlopen om indruk te maken op die leuke knapperd. Donker haar, lichte ogen. Ik was begin twintig en ervan overtuigd dat de Dam tot Damloop mijn route naar verkering was. Of in ieder geval een goede nacht of twee. Tien mijl, 16,1 kilometer, daar dwing je respect mee af.

Nee dus. Een beginnersschema bestaat uit 2 minuten lopen, 3 minuten wandelen, daar viel geen eer aan te behalen. Op een veel te warme dag in augustus liep ik voor het eerst vijftien kilometer. Ik zette net een eindsprint in toen mijn telefoon ging. De knapperd! Al rennend nam ik op. Quasi-nonchalant liet ik weten dat ik even niet kon bellen. „Ben aan het hardlopen. Bijna klaar. Heb er net 15 kilometer opzitten.” Ik vond het ondanks uitdrogingsverschijnselen nogal een booyaka-moment. Hij niet. Hij inspireerde mij tot een grootse en meeslepende sportieve activiteit, het boeide hem niet.

Ik zocht verkering, maar hield aan dit alles een grotendeels monogaam huwelijk over. Af en toe maak ik een uitstapje naar yoga of krachttraining, maar als het op duursport aankomt is lopen mijn grote liefde. Mijn uitlaatklep, vitamine-D-leverancier en moment om hard naar de Spice Girls te luisteren en mee te playbacken.

Los van de fijne momenten tijdens het lopen gaven al die kilometers ook mijn zelfvertrouwen in het dagelijks leven een flinke boost. Lastig gesprek of vervelende afspraak bij de tandarts? ‘Kom op zeg’, sprak ik mezelf dan zachtjes maar vastberaden toe, ‘je hebt marathons gelopen, dit kun jij!’ En inderdaad, ik kon heel veel. En vooral veel tegelijk. Vier dagen in de week een kantoorbaan, freelance journalist on the side, een boek over hardlopen in de planning, rijk sociaal leven en die marathon waar flink wat uren training in ging zitten.

Alleen nog maar in bed

Toen kwam dus de burn-out. Ik had in tijdschriften de lijstjes met tips wel gelezen hoe je er een voorkomt. De via-via verhalen gehoord over twintigers die thuis op de bank zaten, maar ‘Nydia (27) was opgebrand’ zag ik nog niet zo snel als kop boven een artikel prijken. Dankzij de informatiestroom over dit onderwerp hoef ik denk ik niet uit te leggen hoe zo’n burn-out voelt, maar kort gezegd ging ik van overenthousiast, happy happy joy joy-meisje naar: ik wil alleen nog maar in bed liggen, naar de muur staren en zet me in een Albert Heijn en ik krijg een paniekaanval.

De loopliefde raakte daar wel enigszins door bekoeld. Want hoe doe je dat? Een rondje rennen als je een bezoek aan de wc al een hele uitdaging vindt? Lopen betekende niet alleen fysieke inspanning, maar ook die linker en rechter hardloopsok vinden, een route bedenken, mensen tegenkomen.

Op de echt donkere dagen bleef ik liggen, maar als het iets beter ging, probeerde ik toch te gaan. Niet omdat ik de helende werking van het lopen op wilde roepen, maar omdat de Berlijn marathon in mijn agenda stond, waar ik niet alleen een boek over zou schrijven, maar ook eindelijk eens onder de vier uur wilde finishen. Zonder training, geen marathon. Daar is de afstand te groot voor.

Van tevoren wat spullen klaarleggen maakte het makkelijker de deur uit te gaan en genoegen nemen met hetzelfde rondje park zorgde voor in ieder geval een keuze minder. Zonnebril en oordopjes boden bescherming tegen de overvloed aan prikkels en mijn vriend bood af en toe aan een stukje mee te gaan. Het enige wat ik dan hoefde te doen was achter die enorme rug aanlopen. Dat hielp.

Daar kwam de rust

Wanneer ik alleen op pad ging, motiveerde ik mezelf met verslavende podcasts die ik alleen mocht luisteren tijdens het sporten, playlists waarin types als Martin Garrix de eerste kilometers de boventoon voerde om mij vooruit te duwen, routes door het bos om na dat gebeuk te kunnen lopen in stilte. En dan kwam daar toch altijd weer de magie van het lopen waarvan ik liggend in mijn bed vergeten was dat ’ie bestond. Eenmaal de juiste cadans gevonden kwam de rust. Alleen die repeterende beweging waar ik zo bekend mee was en het luisteren naar mijn ademhaling. Al zou je willen piekeren, je hoofd loopt automatisch leeg. Tijdens zo’n loopje zag ik opeens de zon weer. Ik maakte mij dan geen zorgen over mijn werk of wat anderen van mij vonden. Maakte mij geen zorgen over staren naar een muur en de vraag of ik ooit nog de oude Nydia zou worden. Niet over verwachtingen die ik misschien niet waar zou kunnen maken. Niet over hoe het nou toch verder moest met mij.

Dat wil niet zeggen dat het allemaal maar leuk en makkelijk was. Stond ik daar, voor een open brug dichtbij huis te wachten, helemaal stuk met een veel te hoge hartslag, terwijl ik zojuist in een tempo had gelopen waarop ik normaal m’n boodschappen zou doen. Dan maar rechtsomkeer met een horloge dat enkel drie kilometer aangaf. Maar je weet hoe dat is met lopen, als je thuiskomt denk je nooit: dat had ik niet moeten doen. Zelfs niet na een mislukte poging.

Op andere zwaardere dagen wandelde ik wat tussendoor of ging ik even op een bankje zitten terwijl ik dat eerder als falen zou hebben beschouwd. Ik was in ieder geval buiten en bezig, dat alleen al gaf mij hoop dat het uiteindelijk goed zou komen. De afstanden werden steeds een stukje langer en in het najaar lukte het mij zowaar die marathon uit te rennen. Langzamer dan gepland, trotser dan ooit.

Al die rondjes losten zeker niet alles op. Een short cut om uit een burn-out te komen bestaat niet. Het duurde ongeveer een jaar voor ik mij echt weer normaal voelde. Ik moest een aantal dingen in mijn gedrag en gedachten veranderen, aldus een psycholoog. Nee leren zeggen, delegeren, loslaten. Allemaal waar en dingen waar ik nu veel aan heb. Dingen waardoor ik iets van de oude Nydia terug heb gevonden en ik het leven een stuk lichter zie. Maar die repeterende beweging, de buitenlucht, mijn ademhaling. Het was voor mij de enige manier om mij heel even normaal te voelen op momenten dat de hele wereld in een razend tempo op me af leek te komen. Het zorgt niet per definitie voor verhelderende ideeën en het lost ook niet altijd iets op, maar het houdt je op de been.

    • Nydia van Voorthuizen