Oliemaatschappij wordt pas duurzaam via de portemonnee

Als één ding duidelijk werd tijdens de aandeelhoudersvergadering van Shell (NRC 28/5), is het wel dat het bedrijf uit zichzelf geen snelle stappen zet om te verduurzamen. Shell blijft een olie- en gasbedrijf. Een resolutie om voortaan te investeren in duurzame energie in plaats van nieuwe olie- en gasvelden werd door 97 procent van de aandeelhouders niet gesteund. Volgens het bedrijf kan het anders niet genoeg geld verdienen om aandeelhouders hoge dividenden te betalen. De meeste aandeelhouders zijn enkel geïnteresseerd in maximale financiële opbrengsten. Dat zij met Shell beleggen in activiteiten die het milieu en de samenleving grote schade toebrengen, telt nauwelijks. Er is zoveel bekend over de vergaande gevolgen van klimaatverandering en andere schade aan gezondheid en milieu veroorzaakt door fossiele brandstoffen, dat zij niet kunnen zeggen dat ze dat niet wisten toen ze besloten te (blijven) beleggen in Shell. Ook van het management van Shell zijn geen wezenlijke stappen tot verduurzamen te verwachten. Volgens topman Ben van Beurden is zijn rol om ‘alles op te pompen’. De morele factor ontbreekt vrijwel en kortetermijnwinsten prevaleren. Over de ernstige consequenties voor de planeet wordt gezwegen. Die zijn voor de toekomstige generaties. Maar Van Beurden zal de eerste topman niet zijn die na zijn aftreden als een blad aan de boom draait en gaat pleiten voor verduurzaming. Want het geweten gaat knagen en ooit zal ook hij zijn kinderen en kleinkinderen antwoord moeten geven op de vraag waarom hij niets deed terwijl hij heel goed wist waarmee hij bezig was.

Ondertussen steekt Shell 47 miljard euro in de overname van een oud gasbedrijf en miljarden in boringen naar nieuwe olie- en gasvelden, zo nodig op de Noordpool en andere kwetsbare natuurgebieden. Volgens Shell is dit nodig omdat de wereld over 25 jaar nog altijd grotendeels draait op fossiele brandstoffen. Maar dat is natuurlijk allerminst een gegeven. Het is namelijk sterk afhankelijk van onszelf. Tenminste, als we stoppen met toekijken. De gevolgen van de activiteiten van Shell en andere oliemaatschappijen zijn veel te groot om aan aandeelhouders en management alleen over te laten. Pas als ze in de portemonnee geraakt worden, verandert er iets. Daarom is het hoog tijd dat de vervuiler gaat betalen. De kosten voor de samenleving van klimaatverandering, fijnstof, opgebruiken van grondstoffen en natuurvernietiging door fossiele brandstoffen zijn enorm. Deze vervuilingskosten worden nu niet betaald door de veroorzakers, maar afgewenteld op de samenleving. Daardoor wordt ons ten onrechte voorgehouden dat duurzame energie duurder is dan fossiele energie. Door de vervuilingskosten via een (internationale) milieuheffing in rekening te brengen bij oliemaatschappijen, worden ze geprikkeld wél te investeren in verduurzaming. Natuurlijk gaan ze hun activiteiten radicaal anders inrichten als ze zelf opdraaien voor hun vervuilingskosten. Een omslag naar duurzame energie kan dan al binnen 10 jaar. Niet de aandeelhouders van bedrijven als Shell, BP en ExxonMobil bepalen dit, dat bepalen wij zelf.

Ondernemer en auteur van De Vergeten Oplossing

    • Ir. Eric Broekhuizen MBA