Brieven

Persmuseum moet blijven

De Raad voor Cultuur heeft het eindvonnis geveld. Het Nederlands Persmuseum moet fuseren met het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum (NRC 23/5).

Dat betekent een zekere ondergang voor een waardevolle instelling, die al meer dan een eeuw het erfgoed beheert van de schrijvende pers. Beeld en Geluid is een prachtige instelling en heeft eveneens een waardevolle collectie, maar die is van een heel andere aard.

Het is alsof men het Rembrandthuis wil onderbrengen bij het filminstituut Eye, omdat het in beide gevallen toch over ‘plaatjes’ gaat. Natuurlijk zijn het weer die ‘kijkcijfers’, om in omroeptermen te blijven, waarmee men het Persmuseum de nek dreigt om te draaien. De huidige locatie is verre van ideaal, maar het bezoek is trouw en neemt gestaag toe. Wie komt er straks naar dat kleurrijke gebouw in Hilversum om de prenten van Eppo Doeve of de geschiedenis van Het Parool te bekijken?

Er komt nog iets bij. De schrijvende pers is in Nederland, ondanks het Friesch Dagblad en de Haagsche Post, altijd een sterk Amsterdamse aangelegenheid geweest. Zelfs de Nieuwe Rotterdamsche Courant heeft er wortels.

Mijn grootvader David Kouwenaar sr, die van 1903 tot 1941 tot de Amsterdamse NRC-redactie behoorde, is begonnen op een kantoortje aan de Dam, op de plaats waar later Peek & Cloppenburg werd gebouwd. Het Handelsblad was natuurlijk altijd al een Amsterdamse krant, dus dat het hoofdkantoor van de gefuseerde krant uiteindelijk aan het Rokin is terechtgekomen, is een daad van historische rechtvaardigheid. Het archief van mijn grootvader, dat ik in beheer heb gekregen, is toegezegd aan het Persmuseum.

Gezien de gedwongen fusie weet ik niet of dat nog de aangewezen plek is voor dossiers over de strijd voor het behoud van de Amsterdamse binnenstad, de Olympische Spelen van 1928 of de eerste ‘Blijde Incomste’ van Sint Nicolaas in 1934.

Geachte NRC-redactie, is er wellicht een mogelijkheid in dat prachtige, ruime gebouw aan het Rokin?

En Wereldmuseum ook

Tot mijn verbijstering lees ik in de NRC van 1 juni dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur vindt dat het Wereldmuseum moet ophouden te bestaan.

Dit sublieme museum heeft nu weer laten zien wat een fantastische collectie het heeft, van wereldformaat, begonnen met de collectie van vader en zoon Muller in de 19e eeuw, zoals nu zo mooi wordt getoond in het museum.

Het staat net weer op de rails en behoort tot de belangrijkste in Nederland, met een unieke en fascinerende collectie, die ons over de hele wereld laat zwerven en ons laat verbazen en bewonderen. Juist voor de multiculturele samenleving die Rotterdam is, betekent dit museum een basis.

Burgemeester en wethouders van Rotterdam, waarde gemeenteraad, volg alsjeblieft niet dit schandalige advies.

Jeroen Giltaij

Correcties en aanvullingen

Profumo

In de historische fotorubriek (30/5, p. 15) staat dat de vriendin van de Britse (onder)minister Profumo ook een affaire had met de Russische ambassadeur. Dit had moeten zijn marineattaché.

    • Frits David Zeiler
    • Jeroen Giltaij