opnieuw

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken eens in de twee weken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Gepensioneerd docent Ton Andringa (80, rechts) stond lente 1955 samen met jeugdvriend Piet Witte (80, gepensioneerd docent) bij het Jozef Israëls-monument op het Hereplein in Groningen.

„We gingen vakantieplannen maken. Een straatfotograaf bood zich aan. Goed idee, dachten wij en poseerden met zekere ernst. Wij delen onze schooltijd: bewaarschool Sint Agnes, de Jozefschool in de Polderstraat en het Sint Maartenscollege, bij de jezuïeten. Overal gold: niks mocht, alles was verboden. Kort na de oorlog was dat even anders: een lang uitgerekt carnaval, zonder conventies. Spannend, totdat alles weer aangeharkt en keurig was. Bij de jezuïeten kregen we wel goed onderwijs. Maar meisjes waren taboe. Het was antiseks. De controle ging ver: tijdens de kermis kijken of je niet met een meisje in de rups zat.

Tijdens mijn studie antropologie leerde ik later dat elke cultuur een achterdeurtje heeft. Bij ons was dat de ijsbaan. Daar werd niet gepatrouilleerd: kon je met meisjes zwieren en even heup of dijbeen aanraken. Ik was ten tijde van de foto strontverliefd op Erna, een niet-katholiek meisje. We gingen kanovaren in het Friesche Veen. Er mocht gezoend worden. Daarna was het over.

Was ik losser geweest, was dat vast anders gelopen. Een jaar eerder waren we naar Parijs gefietst: te zwaar bepakt, slecht weer, ziekte. Het verhaal dat we in Parijs waren geweest deed het wel goed bij de meisjes thuis. De dag van de foto kozen we voor een goedkope busreis vanuit Antwerpen naar Nice. Drie weken zon met beiden veertig gulden op zak. Bij terugkeer hadden we geld over. En een mooi verhaal over slapen onder de sterrenhemel te midden van drie Australische meisjes. Alles op zijn netjes hoor, handen boven de dekens.”