Tafeltennis of yoga in een kunstwerk

Het Indonesische collectief Ruangrupa organiseert de elfde editie van de grote beeldenexpositie ‘Sonsbeek’ die zaterdag in Arnhem opent. „Wij zijn geen standaard curator.”

Van boven naar onder: The happy Camper van Louie Cordero (Manila), het Indonesische kunstenaarscollectief Ruangrupa en Bamburst van Eko Prawoto (Yogyakarta). Foto Maurice Boyer

Gastvrijheid, dat is misschien wel het kernwoord van Sonsbeek ’16, de tentoonstelling die deze zomer voor de elfde keer gehouden wordt in en om het Arnhemse Park Sonsbeek. Anders dan voorgaande jaren zullen er geen kant-en-klare autonome sculpturen in het park worden neergezet, maar worden er door kunstenaars als Rob Voerman, Folkert de Jong en Richard Bell installaties gebouwd die bedoeld zijn om te gebruiken. Bewoners van Arnhem mogen in deze tijdelijke paviljoens muziek maken of feestjes vieren. Er mag gemediteerd worden of gekookt, je kunt er tafeltennissen of aan yoga doen. ‘Transaction’ is het motto: mensen ontmoeten, ideeën uitwisselen.

„Het zou gaaf zijn als mensen in een van de paviljoens op Sonsbeek zouden willen trouwen”, zegt Reza Afisina (1977), een van de zeven curatoren van het Indonesische collectief Ruangrupa, dat verantwoordelijk is voor de samenstelling. „Wij willen niet als een UFO in het park landen om er ons eigen ding te doen. Onze manier van werken bestaat uit nieuwe vrienden maken. Ons engagement is altijd persoonlijk. Het eerste dat we willen weten is: hoe steekt een stad als Arnhem in elkaar? We onderzoeken welke verenigingen er zijn, wat voor evenementen er zijn en welke scholen. Daarna kijken we wat voor kunstwerken Sonsbeek kan gebruiken.”

Ruangrupa bestaat uit kunstenaars uit Jakarta die in 2000 de krachten hebben gebundeld en samen een kunstruimte hebben opgericht. In Jakarta zijn ateliers en expositieplekken schaars. „We begonnen uit noodzaak”, zegt Afisina. „De eerste zeven jaar werd ieder jaar de huur opgezegd en moesten we weer verhuizen.” Nu is er een meer permanente thuisbasis in een reusachtige loods. Ruangrupa organiseert daar tentoonstellingen, maar maakt er ook radio en geeft er workshops. Afisina: „We willen meer zijn dan een kunstenaarsgroep. Ruangrupa is een supportsystem, een organisatie, een laboratorium.”

Ze zijn zelf ook verbaasd dat ze werden uitgenodigd om Sonsbeek te doen. „Het was een complete verrassing”, zegt Farid Rakun (1982), die als architect deel uitmaakt van Ruangrupa. „Omdat we de enige niet-Europese kandidaat waren, en het enige collectief. We zijn geen standaard curator, die over het algemeen mannelijk, wit en heteroseksueel is. Wij wilden geen klassieke tentoonstelling maken, dat kunnen wij niet eens. Voor ons is Sonsbeek een verlengde van onze praktijk. En de lessen die we hier leren, zullen we weer gebruiken op toekomstige plekken.”

In een voormalige kopieerwinkel in de binnenstad heeft Ruangrupa een ontmoetingscentrum ingericht: het Ruru Huis. „Zo’n thuisbasis is voor ons van levensbelang, waar we ook werken”, zegt Rakun. Hij vertelt dat voorbijgangers naar binnen lokken niet altijd even gemakkelijk was. „In Nederland is iedereen druk. Tijd is geld. Mensen verwachten een tegenprestatie voor de minuten die ze je gunnen. Dus zijn we voor ze gaan koken. Nu hangen er wel mensen rond in het Ruru Huis, vooral studenten.”

De kunstenaars die aan Sonsbeek ’16 meedoen selecteerden ze niet alleen op de kwaliteit van hun werk, maar ook op persoonlijkheid. „Het moeten wel aardige mensen zijn. Het zijn onze nieuwe vrienden, dat was ons uitgangspunt. Natuurlijk, het gaat om de kunst, maar ook om de relatie met de bezoekers. De kunstenaars moeten goed ruimtelijk werk kunnen maken, én goed met mensen kunnen omgaan. Want hun werk wordt gebruikt als ontmoetingsruimte.”

In Museum Arnhem is een meer historische tentoonstelling te zien, TransHistory, met bestaand werk van kunstenaars als Tiffany Chung, Charles Lim en Roy Villevoye. De koloniale geschiedenis van Nederland en Indonesië staat centraal. Rakun: „Daar zijn veel persoonlijke verhalen te horen, als tegenwicht tegen de officiële geschiedenis. Er bestaat niet zoiets als een statische, objectieve geschiedenis. Dat willen we laten zien.”

Is Arnhem voor hen een inspiratiebron geweest? „Jazeker”, zegt Afisina. „De stilte was inspirerend. Dat hier zo weinig mensen zijn maakt het alledaagse leven hier zo anders dan in Jakarta.”

„Wat ik fijn vind,” zegt Rakun, „is dat Arnhem niet het centrum is. Het is bevrijdend om niet in Amsterdam of Rotterdam te zitten. Wij komen uit Jakarta, we zijn altijd het centrum. Maar daarbuiten kun je meer doen als kunstenaar dan wanneer je de spotlights op je gericht hebt. In het centrum gooit men graag stenen naar je. Maar Arnhem heeft geen goedkeuring nodig van Amsterdam. Arnhem moet het gewoon doen. Dan komt het centrum vanzelf naar Arnhem.”

    • Sandra Smallenburg