Smokey, Marvin, Michael, Martha en Diana op hun paasbest

De fabriekmatige productie van hits bij Motown in Detroit wordt slechts aangestipt in Motown. Het geluid van jong Amerika. Bij een foto van Amerikaanse auto’s uit de jaren zestig die drie rijen hoog zijn opgestapeld op treinwagons staat dat de oprichter van het soullabel Berry Gordy bij zijn ‘lopende-bandbenadering van platenmaken werd beïnvloed door de tijd dat hij in de autofabrieken van Ford en Lincoln-Mercury in Detroit werkte’. Verder vertelt Motown de geschiedenis van het soullabel vooral aan de hand van zakelijke beslommeringen. Een van de twee auteurs, Barney Ales, was lange tijd als leider van de verkoopafdeling en directeur van Motown dan ook de rechterhand van Berry Gordy.

De zakelijke geschiedenis van Motown blijkt niet de boeiendste kant van het soullabel. Gedetailleerd vertellen Ales en de Motown-kenner Adam White over promotie-activiteiten, het pluggen van platen bij radio dj’s, deals met distributeurs en de optredens van The Supremes en andere Motownsterren in tv-shows. Zelfs aan de Nederlandse firma Bovema wordt een alinea gewijd. ‘Ales en Bovema-baas Gerry Oord werden goede vrienden’, schrijven ze.

Af en toe stappen de schrijvers over op de rassenverhoudingen in de VS en bij Motown – Ales was een van de weinige witten die bij Motown werkten. Het boek begint zelfs met de rassenrellen in Detroit in 1967 die een deel van de stad in vuur en vlam zetten en tientallen doden eisten.

Motown is vooral de moeite waard wegens vele afbeeldingen en foto’s uit particuliere collecties, waaronder die van de auteurs. Vaak zijn de pagina’s helemaal gevuld met platenhoezen of, heel curieus maar wel mooi, met twaalf singles die niet veel van elkaar verschillen. Of met gestileerde promotiefoto’s van Smokey Robinson, Marvin Gaye en The Jackson Five op hun paasbest. Grappig is een still uit een videoclip bij ‘Nowhere To Run’ van Martha & The Vandellas waarop de drie zangeressen in een bijna voltooide Mustang op de assemblagelijn in de Fordfabrieken in Detroit zitten.

Het mooist zijn de snapshots van de Motown-artiesten bij optredens, opnames, danslessen en tijdens tournees. Zo blijken The Supremes nog in 1965, toen het trio al een aantal grote hits op zijn naam had staan, te logeren in goedkope hotelkamers met stapelbedden als ze in New York waren voor tv-opnamen. Opper-Supreme Diana Ross vindt het zichtbaar niet leuk. Al even chagrijnig kijkt Marvin Gaye bij een videoshoot in 1979 voor zijn echtscheidingsplaat Here, My Dear. ‘In deze periode was hij niet zo enthousiast om dit soort promotieklussen voor Motown te doen’, aldus het onderschrift.

    • Bernard Hulsman