Schrijven te midden van rommel of aan een opgeruimde tafel

Ik schrijf dit stukje in een zolderkamer, op een laptop. Rechts naast me een flinke boekenkast, voornamelijk gevuld met boeken die iets te maken hebben met uitgever Geert van Oorschot. Op de tafel zelf een laptop (Dell), een notitieblok, een fotoboek (Where the magic happens), een brief van de energiemaatschappij uit 2014, een rode mok met een geschiedenis, twee appelsteeltjes, een inktcartridge van een verkeerd typenummer, een wetenschappelijk artikel, een puntenslijper, een theeglas, een krentenbollenzaksluiterclip, her en der verspreide pennen, een leeg dropzakje, een snijplank met kruimels van niet meer geheel te determineren herkomst.

Alleen in een klein huis kun je rustig denken, schreef Judith Herzberg al (zij staat in die boekenkast) en ik heb daar altijd een reden in gezien om kleine werkkamers vol te stouwen met grote hoeveelheden boeken. Het rondslingerende artikel komt van de Universiteit van Padua en behoort tot een wat amechtige wetenschapstak die probeert aan te tonen dat boeken en lezen nuttig zijn. Ik noem ze #hupboekenvooruitonderzoeken. In Padua bleek dat een boekenplank in het huis van een kind later al snel 5 procent meer loon oplevert, een hele boekenkast zelfs 20 procent meer inkomen. Geruststellend, maar voor u zich naar de winkel spoedt: het onderzoek is uitgevoerd bij Italiaanse mannen die opgroeiden tussen 1920 en 1956. Misschien zijn we aan de late kant.

Het fotoboek Where the magic happens, gaat wél over het heden: er staan 45 schrijverskamers in gefotografeerd en ik rekende op een feelgoodboek, vol afbeeldingen van schrijverstroepjes in schrijverskamers. Wat ik kreeg was een midlifecrisis. Want wat blijkt op de – overigens schitterende foto’s – alleen oude schrijvers omringen zich met spullen. Gekke potjes bij Midas Dekkers (70), kunst en mappen bij Mensje van Keulen (70), gieters van Klaas Gubbels bij Jan Siebelink (78), een hele bibliotheek bij Stefan Hertmans (65), vier zonnebrillen en een schoenendoos bij Charlotte Mutsaers (73). Ja, bij Dautzenberg en Valens is het een enorme rotzooi, maar die zijn ook vijftig voor je het weet. Een moderne, jonge schrijver heeft slechts een tafel met een laptop. Een opgeruimde tafel. Gustaaf Peek schrijft in een vensterbank, Joost Vandecasteele met een bosje bloemen. Het strakste bureau is van de jongste geest van allemaal: Herman Brusselmans. Boeken, die ontegenzeggelijk naar het verleden verwijzen, kunnen kennelijk buiten beeld blijven. Helemaal het beeld van een anti-traditionalistische nieuwe generatie: alles wat ze nodig hebben zit in hun laptop. Dat is trouwens altijd een Apple – behalve bij Peter Terrin, maar zijn Remington schrijfmachine is ook een soort Apple. Dus u weet wat u moet doen als u uw kinderen een glanzende literaire toekomst gunt: koop een Macbook voor ze en gooi alle boeken het huis uit. Dan kan het niet meer misgaan.

    • Arjen Fortuin