Krijger Kiki, boegbeeld van het Nederlandse tennis

Met een zere kuit maakte ze het de nummer één van de wereld meer dan moeilijk. Kiki Bertens, getypeerd als krijger, geroemd om de rust die ze uitstraalt, is met recht het boegbeeld van het Nederlandse tennis.

Kiki Bertens slaat volle kracht een return op de service van Serena Williams, nummer één van de wereld. Thomas Samson/AFP

Of ze zichzelf in de toekomst bij de beste tien tennissers van de wereld ziet komen? „Ja wie weet”, antwoordt Kiki Bertens zelfbewust, een uur na haar ‘overwinningsnederlaag’ tegen Serena Williams in de halve finale van Roland Garros. „Ik heb deze weken heel goed tennis laten zien, heb veel goede speelsters verslagen.”

Anderhalf uur voor haar partij tegen de nummer één van de wereld twijfelde Bertens nog of spelen wel verantwoord was. De geïrriteerde pees in haar linkerkuit speelde bij het inslaan hevig op. Trainer en vertrouwensman Martin van der Brugghen, per telefoon uit Berkel, en haar coach Raemon Sluiter neigden naar opgeven. Bertens zette door. Kreeg met agressief spel twee setpunten in de eerste set, die ze pas na 9-7 in de tiebreak verloor. Straalde als het publiek op Court Philippe Chatrier klapte voor een mooi punt. Verbeet de pijn in haar kuit. En gaf zich pas op het vijfde matchpoint gewonnen tegen de Amerikaanse titelverdedigster en nummer één van de wereld: 6-7 en 4-6. „Een warrior”, typeert Sluiter. „Een gladiator.”

Binnenstormen in de top-30

Kiki Bertens, 24 jaar uit Wateringen, als nieuw boegbeeld van het Nederlandse tennis? Ja, Michaëlla Krajicek gold als toptalent, kwartfinale Wimbledon 2007. Of Arantxa Rus, vierde ronde Parijs in 2012. Maar die twee begaafde tennissters strijden rond plek 200, terwijl Bertens na haar glansreeks in Neurenberg en Parijs de top-30 binnenstormt.

Al op haar twaalfde werd getwijfeld aan haar kwaliteiten, toen de speelster van ATV Berkenrode door de bond uit de districtstraining werd gezet. „Ze was niet goed genoeg in hun ogen”, vertelt Van der Brugghen, die Bertens al sinds haar zesde traint. „Ze zeiden: die kan niet internationaal tennis gaan spelen. Ik was het daar volstrekt mee oneens. Het gaat mij er niet om hoe goed iemand is, maar hoe goed iemand kan worden. Dat ze stopte bij de bond vond ik wel prettig. Ik doe het liever zelf dan dat andere mensen zich er mee bemoeien. Gedeelde verantwoording van een speler, daar hou ik niet zo van, vind ik ook niet zoveel met topsport te maken hebben. Als je verantwoording gaat spreiden, wordt iedereen verzwakt in zijn verantwoording.”

Eerst maar eens in Nederland winnen

Wat zag Van der Brugghen in de jonge Bertens dat anderen niet zagen? „Ze kon gewoon goed een bal leren slaan. Je ziet dat aan de motoriek, je zag dat ze heel sterk was lichamelijk, en aan haar ogen. Ze vond het ook leuk.” Van klein meisje tot lastige puber. „Ik wilde heel veel aan techniek doen, daar had zij een hekel aan. Dat leverde wel wat spanning op tussen ons.” Naar het buitenland om te tennissen? Neem die rigoureuze aanpassing aan haar forehand, een dag nadat ze als achttienjarige Nederlands kampioene werd. „Dat was nogal wat. Ik ben niet makkelijk voor haar geweest.”

Bertens hoefde van haar coach ook niet zo nodig veel in het buitenland te spelen. „Ze heeft nooit internationale jeugdtoernooien gespeeld, bewust niet gedaan, ik heb tegen haar gezegd: ga eerst maar A-toernooien in Nederland winnen, voordat je überhaupt naar het buitenland gaat. Anders vind ik het weggooien van het geld. En dat geld was er ook niet. Ze heeft ook nog lang in het Rotterdams tenniscircuit gespeeld, hier in de regio, totdat ze eraan toe was om internationale futures te spelen.” Pas op haar zeventiende speelt ze in het buitenland. „Toen stond ze binnen drie jaar binnen de top-100.”

Ze deden niet aan carrièreplanning

Met de halve finale in Parijs verdient Bertens nu 500.000 euro. Maar ze kende andere tijden. „Zesduizend euro per jaar van een paar goedwillende sponsors was genoeg om haar bij de beste 150 van de wereld te krijgen”, vertelt Van der Brugghen. „Op een gegeven moment zagen ze bij de bond haar talent wel, maar pas toen ze al hoog op de wereldranglijst stond. Toen hebben ze wel iets bijgedragen, ik geloof 12.000 euro per jaar. Wij hebben niet aan carrièreplanning gedaan. Wij hebben elke dag op de baan gestaan om beter te worden en heel hard gewerkt aan haar slagen, want voor techniek zelf had ze niet zo veel aanleg.”

Zelf rekende hij lange tijd geen kosten voor trainingen. „Al dat geld moest in het reizen gaan zitten, er was geen geld om trainingen te betalen. Op een gegeven moment heeft ze natuurlijk wel wat betaald aan prijzengeld, dat heb ik later afgeschaft, omdat het nodig was om dat geld in haar carrière te stoppen. Nu betaalt ze heel goed. Maar in die jaren was er gewoon geen geld. Zij is nooit met geldzaken bezig geweest. Dat heeft haar omgeving gedaan.”

Christiaan de Jong kwam erbij als coach voor op reis. „Een jonge opleidingscoach die veel verstand heeft van techniek. Onder hem won Kiki haar eerste WTA-titel in het Marokkaanse Fez.” Even stond ze 41ste op de wereldranglijst maar juist in die periode werd het uiterste van haar vechtlust gevergd. Een blessure aan de linkerenkel maakte lopen onmogelijk. „Ze kon bijna niet meer trainen. Als ze toen niet geopereerd had kunnen worden, had ze moeten stoppen.”

De operatie slaagde, maar al snel volgde de nachtmerrie van een knobbel op haar schildklier. „Ze werd er echt helemaal gek van.”

Ook dan is Van der Brugghen er. „We hebben een band voor het leven, hechter kan niet. Omdat je alle emoties tot het diepste meemaakt met elkaar, met haar angsten die ze heeft meegemaakt. Ik heb haar over drempels moeten helpen, dat ging soms niet echt vriendelijk. Vrouwen communiceren met gevoel, dat heeft wel eens heel erg gebotst. Dat heeft haar wedstrijden gekost en frustratie opgeleverd.” En het kostte coach De Jong zijn job. „De spanning tussen Christiaan en Kiki was te groot geworden, de jaren van tegenslag hadden hun weerslag op allebei. Hij heeft echt goed werk gedaan. Maar dat ging niet meer.”

Dit komt niet uit de lucht vallen

Als opvolger van De Jong kwam Van der Brugghen in de zomer van 2015 met oud-speler Sluiter. „Raemon kwam hier al langer over de vloer, hij wist hoe wij werkten. Ik heb tegen Kiki gezegd: ‘Je hebt een paar moeilijke jaren gehad, hij is een positieve en goede kerel, is hier ingeburgerd.’ Raemon is geen opleider, is een onervaren coach maar hij voegt het feelgood-gevoel toe bij Kiki, die het tennisleven nog wel eens zwaar zag.” Zoals ook conditietrainer Errol Esajas belangrijk is. „Hij zit al twee jaar bij het team. Nu wordt gezegd: ze is fit. Maar de sterke periode van nu wordt vergeleken met een periode waar ze bijna niet kon lopen en later door het bobbeltje eigenlijk niet wilde tennissen. Tegen dat beeld verzet ik me.”

Wat Van der Brugghen maar wil zeggen: het succes van Roland Garros komt niet uit de lucht vallen. Keihard werken, sinds de jongste jeugd, dat is het enige ‘geheim’. En met het huidige team om haar heen valt alles op zijn plaats. „Ze is nu heel rustig, zelfs zo rustig dat je er als trainer ook rustig naar gaat zitten kijken. In het verleden was ze zeer gestrest. Haar drive oversteeg haar vermogen om relaxed te blijven. Dat maakt je lichaam ook kwetsbaar.”

Kan Bertens nog beter? „Ik heb niet het gevoel dat ze over de top speelt”, stelt Van der Brugghen. „We moeten er wel naar toe werken dat dit de standaard wordt. Dat is zeker een haalbare kaart. Ik denk dat haar beste jaren nog moeten komen.”

Coach Sluiter sprak in Parijs al over uitbreiding van het begeleidingsteam, met mogelijk een fysiotherapeut voor op reis. Bertens zelf kon zich er in de euforie en uitputting na 21 partijen in drie weken tijd nog niet druk om maken. Volgende week Rosmalen, meedoen aan de Olympische Spelen van Rio? „Nu eerst met gierende banden naar huis”, sprak ze na de uitschakeling op Roland Garros. En dan? „Een raspatatje en een kaassoufflé.” En dan de top-10 in.

    • Maarten Scholten
    • Steven Verseput