Rotterdam is niet Manhattan, maar Detroit aan de Maas

De stad zou zijn eigen geschiedenis onder ogen moeten zien, vindt historicus Zihni Özdil.

‘Om de oude bijnaam van ‘werkstad’ te weerspreken, wordt Rotterdam de laatste jaren nadrukkelijk gepresenteerd als een stad met een bruisend cultureel leven.

zihni_ozdil0
Met het motto ‘Rotterdam maakt het!’ moet het nòg beter worden’, aldus het tijdschrift Ach Lieve Tijd in 1987.

Pogingen om Rotterdam te ‘verhippen’ zijn bijna net zo oud als de stad zelf. Burgemeester Ahmed Aboutaleb, directeur Allard Castelein van het Havenbedrijf, collegevoorzitter Pauline van der Meer Mohr van de Erasmus Universiteit en directeur Ros Voskuilen van Rotterdam Partners lanceerden supertrots de nieuwe’ slogan ‘Make it happen!’ in december 2014.

Dat Rotterdam zijn eigen geschiedenis niet lijkt te kennen zien we ook terug in de relatief grote afkeer van zijn bewoners van mensen die ze als ‘vreemd’ beschouwen. Zo mislukte de ‘multiculturele samenleving’ al in Rotterdam met de Afrikaanderwijkrellen – in de volksmond bekend als de ‘Turkenrellen’ - van 1972. Dagenlang werden Turkse arbeiders geslagen, geïntimideerd en de ruiten van hun pensions ingegooid door Rotterdamse havenarbeiders. Amper dertig jaar na het einde van de Tweede Weeldoorlog was er zo een geweldsuitbarsting tegen ‘hun’. „Het is geen Berlijn in de Kristallnacht van 1938, maar het doet er wel aan denken en dat is al beschamend genoeg”, aldus een zichtbaar aangedane Jaap van Mekeren tijdens zijn live-verslag voor de AVRO.

Want bijna alle Rotterdammers zijn ‘gelukszoekers’ als je een paar generaties terugkijkt

Later is Rotterdam altijd een broeinest geweest van extreemrechts: in de jaren tachtig en negentig haalden CP’86 en CD de meeste stemmen in Rotterdam. Tegenwoordig is Rotterdam een PVV-bolwerk, getuige de resultaten van de laatste Provinciale Statenverkiezingen. Wil dat zeggen dat alle Rotterdammers extreemrechts zijn? Natuurlijk niet, maar wel veel meer dan elders in het land. De platte afkeer tegen ‘hun’ is ironisch genoeg net zo Rotterdams als de tragikomische pogingen van de stad om ‘hip’ over te komen. Want bijna alle Rotterdammers zijn ‘gelukszoekers’ als je een paar generaties terugkijkt. De arbeiders op Zuid die in 1972 gastarbeiders in elkaar beukten waren kinderen en kleinkinderen van immigranten uit Brabant en omstreken. Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse, Surinaamse en Kaapverdische Rotterdammers hebben een band met deze stad die tussen de vijftig en driehonderd jaar oud is, ook al wil de gemiddelde Leefbaar- of PVV-Rotterdammer dat niet zo zien.

Wat alle Rotterdammers Rotterdammer maakt is aldus de laagopgeleide arbeideristische essentie van de stad. Daarom zijn pogingen van Rotterdamse bestuurders om de hogere kringen naar de stad te trekken gedoemd te mislukken. Toen de havenstad in 1860 eindelijk zijn eerste opera kreeg leek het een succes te worden. Maar de meeste bezoekers bleken uit Amsterdam en Den Haag te komen en in 1887 stopte de gemeente de subsidie.

Ook nu probeert Rotterdam te zijn wat het niet is. Met slogans als ‘Manhattan aan de Maas’ of evenementen als het ‘Rotterdamse Boekenbal’ dat dit jaar voor het eerst werd georganiseerd omdat Amsterdam een legendarische Boekenbaltraditie kent, geeft Rotterdam onbewust toe: uit eigen kracht hebben we niks boeiends te bieden. Daar is in principe niks mis mee zolang je er eerlijk over bent, maar laten veel Rotterdamse politici en (culturele) ondernemers daar nou totaal niet ‘recht voor z’n raap’ over zijn.

Zodra de bubbel van de opgeblazen vastgoedsector barst zal Rotterdam wakker moeten worden en weer in de spiegel moeten kijken om te zien dat het eigenlijk Detroit aan de Maas is: de stad met de hoogste werkloosheid, hoogste huishoudschulden, hoogste fijnstofgehalte in de lucht, leegstaande luxekantoren, het hardvochtigste beleid richting armen, enzovoorts.