Nieuwe ‘ruigheid’ tussen overheid en opvoeders

Onlangs werd bekend dat tientallen kinderen onwettig zitten opgesloten in een gesloten jeugdzorginstelling. Alsof we in een ander land leven, meent Ido Weijers.

foto istock

Bij het overhevelen van de jeugdhulp naar de gemeenten is keer op keer gebleken dat vertrouwelijke gegevens niet in goede handen zijn bij onze gemeenten. Bijzonder zorgelijk zijn de geluiden die erop wijzen dat vertrouwelijke gegevens rondslingeren op stadhuizen en dat gemeenteambtenaren zomaar persoonlijke gegevens opvragen, bijvoorbeeld over diagnostiek en behandeling van andere kinderen in het gezin en van de ouders zelf. Als ouders vragen waarom dat nodig is, wordt hun simpelweg te verstaan gegeven dat er anders sowieso geen hulp wordt gegeven. Leden van wijkteams, maar ook managers, beseffen nauwelijks dat gegevens alleen voor precies aangegeven doelen mogen worden gebruikt en dat betrokkenen geïnformeerd moeten worden over wat er met hun vertrouwelijke gegevens gebeurt. Sterker, in het kader van de zogeheten ‘drang-aanpak’ wordt hier momenteel systematisch en vaak doelbewust aan voorbij gegaan.

Deze ontwikkeling botst echter met fundamentele principes van rechtsbescherming. Uitgangspunt in het gegevensbeschermingsrecht is dat men niet onder druk mag staan om toestemming te geven voor het gebruik van vertrouwelijke gegevens. Daar is bij de uitvoering van de Jeugdwet echter geen sprake van. Betrokkenen staan evident onder druk. Een studie van de Universiteit Groningen constateert dat als standaard geldt, dat een hulpaanvraag überhaupt niet in behandeling wordt genomen als de hulpvragers geen toestemming geven om alle mogelijke persoonsgegevens te mogen inzien, te verwerken en met anderen te delen.

Dit is een verontrustend symptoom van de nieuwe ‘ruigheid’ in de omgang tussen overheid en opvoeders. Deze nieuwe ‘ruigheid’ treft vooral de kwetsbaarste burgers. Het zorgelijkste is dat de politiek dit probleem tot op de dag van vandaag heeft gebagatelliseerd. Minister Plasterk antwoordt op kritiek voortdurend dat gemeenten hun eigen weg moeten vinden als onderdeel van ‘een lerende praktijk’. De landelijke politiek lijkt niet alleen ongevoelig voor het feit dat Nederlandse en Europese regelgeving met voeten wordt getreden; zij lijkt ook ongevoelig voor het feit dat kwetsbare burgers hier slachtoffer van worden. Met vergelijkbare distantie reageert de overheid in de kwestie die onlangs opnieuw in het nieuws kwam. Toen werd bekend dat tientallen kinderen onwettig zitten opgesloten in een gesloten jeugdzorginstelling. Alsof we in een ander land leven. En extra pijnlijk tegen de achtergrond van het net verschenen rapport van de commissie De Winter! Kwetsbare ouders worden onder druk gezet met het verhaal dat ze beter af zijn als ze hun kind gesloten laten opnemen, omdat ze dan niet naar de rechter hoeven en er geen Ondertoezichtstelling volgt.

Deze onwenselijke fenomenen staan niet op zichzelf. Denk aan het tegen de wil van de Eerste Kamer doorzetten van de invoering van het Elektronisch Patiëntendossier. Denk ook aan het wetsvoorstel voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, waarmee het kabinet in weerwil van alle kritiek vasthoudt aan het massaal aftappen van het internetverkeer. De politieke en bestuurlijke onwil om deze problemen met betrekking tot de rechtsbescherming serieus te nemen, wijzen op een proces van corrosie van onze rechtsstaat door een giftig mengsel van vermeende veiligheid, efficiency en profijtoriëntatie.

    • Ido Weijers