Nieuwe inzichten

Elke eeuw krijgt de Reynaert die ze verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

Illustratie Cyprian Koscielniak

De Leeuw zit opnieuw met zijn adviseurs om de tafel. Hij is ontstemd over het wegblijven van De Vos, het is De Bruin niet gelukt om hem over te halen. Bovendien worden de berichten over de Wildernis met de dag verontrustender.

„Daar zitten we weer, met z’n allen.” De Leeuw benadrukt de laatste woorden. „En waarom zitten we hier met z’n allen? De Bruin, zeg jij het maar.”

„Ik heb mijn best gedaan”, reageert deze. „Zo, jij hebt je best gedaan. Je stínkende best. En waarom is De Vos dan niet verschenen?”

„Hij neemt de telefoon niet op en hij reageert niet op mijn mailtjes”, verdedigt De Bruin zich. „Maar gelukkig heb je wel je best gedaan”, zegt De Leeuw, „je hebt een mailtje gestuurd en je hebt gebeld. Ik hoop dat je inmiddels bent bijgekomen van al die inspanningen.”

De Leeuw staat op en loopt een rondje om de tafel. „Hierbinnen zitten jullie, mijn adviseurs en daarbuiten, daarbuiten, De Hond, nog nieuwe inzichten verworven? De Haas, nee, laat maar. Ik zal De Kat sturen.” De Kat kijkt verschrikt op. „Ik zal De Kat sturen”, vervolgt De Leeuw. „En wel onmiddellijk… Ik zei: on-mid-del-lijk.”

De Kat staat op en kijkt vragend naar De Leeuw, en daarna naar de anderen. „Wat sta je hier nog?”, buldert De Leeuw. „Zorg dat De Vos zo snel mogelijk verschijnt!” De Kat loopt naar buiten. De anderen kijken hem bedremmeld na.

„Plan B”, zegt De Leeuw. „Ik ben benieuwd naar plan B.” Hij kijkt zijn adviseurs verwachtingsvol aan, maar niemand reageert. „Plan B, zei ik.” De Wolf wil iets zeggen, maar De Leeuw kapt hem af. „Jouw mening kan ik nu niet gebruiken. Jij bent er mede de oorzaak van dat De Vos niet is verschenen. Of denk jij daar zelf misschien anders over?” De Wolf buigt zijn hoofd. „Plan B”, herhaalt De Leeuw. „En nu we toch bezig zijn, ook maar meteen plan C.”

De Haas gaat nu rechtop zitten en schraapt zijn keel. „Ik denk dat we de problemen in de Wildernis eerst goed in kaart moeten brengen. Misschien vallen ze mee. In de stad heeft zich nog geen incident voorgedaan en…” De Leeuw onderbreekt hem. „Juist, we overdrijven. Nog iemand?” Hij kijkt de kring rond. „Het gaat wél mis in de Wildernis”, reageert De Wolf. De Leeuw kijkt hem wantrouwend aan. „De Hond, nog nieuwe inzichten?”

De Hond staat op, om zijn woorden kracht bij te zetten. „Ik vrees dat De Wolf gelijk heeft. En ik denk dat we de mogelijke rol van De Vos niet moeten overschatten.” De Leeuw staat nu ook op, leunt op de tafel en probeert zijn woede te onderdrukken.

„Hebben jullie wel goed geluisterd? Een plan B, opperde ik. En een plan C. Dus?” Het blijft stil.

„Dus?!”, buldert De Leeuw. „Iemand een idee voor plan B? C?”

„Een hek om de Wildernis?” Het is De Bruin die reageert. „We kunnen misschien een hek om de Wildernis plaatsen.”

„Is dat plan B of C?”, vraagt De Leeuw cynisch.

„Een referendum?”, oppert De Haas.

„Een referendum?”, vraagt De Leeuw. „Een referendum waarover?”

Wordt vervolgd

    • Anton Dautzenberg