Met houweel en schop op zoek naar botten van je zoon

In Mexico zijn deze week weer twee illegale graven geborgen met zeker 116 lichamen erin. In Iguala gaan families met schoppen en houwelen zelf op zoek naar de resten van verdwenen familieleden.

Op een braakliggend terrein naast de kerk komen ze bijeen, mannen op leeftijd, een paar vrouwen en Sandra, die vandaag dertien wordt. Terwijl in de kerk de mis begint, laden zij hun spullen in: schoppen, houwelen, touwen. Zoals iedere zondag.

Een agent van de federale politie neemt de namen op. „Ieder van ons zoekt een zoon, een broer, een zwager”, zegt de 41-jarige Mario Vergara. Zelf zoekt hij zijn broer, die in 2012 verdween. „De hele week zijn we thuis en huilen we. Op zondag gaan we eropuit om hen te zoeken.”

Bij het verlaten van de stad staan plotseling twee zwaarbewapende agenten op in de achterbak van de politiewagen die de auto van de familie blijft volgen. De politie reist formeel mee ter bescherming maar de familie vermoedt dat de agenten hen vooral willen controleren.

De wijde omgeving staat onder controle van drugskartel Guerreros Unidos. Hun strijd met andere kartels maakt de deelstaat Guerrero tot de gevaarlijkste van Mexico. In september 2014 werd Iguala wereldnieuws toen er 43 studenten verdwenen. Ze werden meegenomen door de politie en zijn vermoedelijk overgeleverd aan de drugsmaffia en vermoord. Er is geen spoor van hen teruggevonden.

Vergara en zijn mensen zoeken niet naar de studenten maar naar hun eigen familie. Ze noemen zich Los Otros desaparecidos, ‘de anderen die verdwenen zijn’. Elke week vinden ze wat. Vorige maand zelfs een vers lijk, helemaal compleet, in dekens gerold. „In veertien maanden tijd hebben we 145 lichamen opgegraven”, zegt Vergara. „Dit land is één groot massagraf en de regering doet er niks aan.”

Afrekeningen tussen drugsbendes

De 43 verdwenen studenten vormen het topje van de ijsberg, al heeft niemand precieze cijfers. Eind 2012 erkende de regering 27.000 vermisten te hebben geregistreerd, een cijfer dat doet denken aan de donkerste jaren van de vuile oorlog in Argentinië. Volga de Pina, onderzoeker van het Mexicaans Instituut voor Mensenrechten en Democratie, schat het aantal op basis van misdaadcijfers op 40.000, vooral jongemannen. „Het gaat meestal om afrekeningen tussen drugsbendes en excessen in de drugsoorlog”, vertelt ze. „Politie en leger dragen verdachten over aan de georganiseerde misdaad, en die doen de rest, zoals bij de 43 studenten.”

Analisten zien het jaar 2006 als keerpunt. Toenmalig president Felipe Calderón verklaarde de oorlog aan de drugskartels. Inzet van het leger en bloedige confrontaties tussen de kartels kostten volgens schattingen 120.000 levens. „Deze golf van executies leidde binnen en buiten Mexico tot veel protest en kritiek op het mensenrechtenbeleid”, zegt De Pina. „Sindsdien nemen de verdwijningen toe. Een verdwijning laat geen sporen na, dat scheelt een hoop problemen.”

Op een dichtbegroeide berghelling, een half uur van Iguala, begint het graven. Het Mexicaanse openbaar ministerie borg hier in 2013 dertig lichamen maar volgens een anonieme tip liggen er nog meer. Margarito Soriano, 78 jaar, begint als eerste te hakken. Met doffe klappen tart zijn pikhouweel de harde bodem. Hij zoekt zijn zoon Mario, verdwenen in 2010. Hij werd opgehaald door een klant van zijn timmerwerkplaats, en keerde niet meer terug. Aanwijzingen dat hij dood zou zijn, heeft Soriano niet. Toch gaat hij sinds een jaar mee met de groep: „Met alles wat hier gebeurt, weet je maar nooit. Wat kan ik anders?”

De zaak van de 43 studenten schudde veel families wakker. „Er was een tragedie als die van de verdwenen studenten nodig om ons bij elkaar te brengen”, zegt Vergara. „Sindsdien durven we erover te praten.” Ook in andere deelstaten zijn families actief: in Chihuahua, waar volgens Amnesty in vijf jaar tijd 350 mensen verdwenen, en in Veracruz, waar begin april een Nationale Brigade voor het zoeken naar illegale graven werd opgericht. „Onze eerste gezamenlijke actie daar was een succes”, zegt Vergara haast triomfantelijk: „We vonden verkoolde lichamen.”

Een schouderblad in de grond

Na twee uur zoeken stuit de groep op een bot. Een van de mannen, tot aan zijn middel in een gat, trekt een schouderblad uit de grond. Met elke schep komen nieuwe resten naar boven: rugwervels, vingerkootjes, een scheenbeen, een tand. De politie, zwijgend op de achtergrond, neemt foto’s. Verderop zit doña Zenaida, 55 jaar en op zoek naar haar zoon Juan Carlos. „Ik ben bang”, fluistert ze, tussen haar tranen door. „De regering weet alles wat hier gebeurt, maar ze doet niks.”

Contact opnemen met de autoriteiten lukt niet. Bij het OM komt nog niet eens een woordvoerder aan de lijn. Het nummer van de federale politie leidt na een keuzemenu standaard tot een advies om later terug te bellen. „Het meest angstwekkende is de onverschilligheid van de regering”, zegt Mariclaire Acosta, directeur van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Freedom House in Mexico. „Ze kunnen en willen de misdaad, de corruptie en de straffeloosheid niet aanpakken. Alles is gericht op verzwijgen en negeren van de problemen.”

Acosta gelooft niet dat er een beleid zit achter de verdwijningen, maar wel achter het wegmoffelen van de feiten en het afleiden van de aandacht. Ze wijst op de internationale commissie die namens de Organisatie van Amerikaanse Staten onderzoek deed naar de 43 studenten. Ze werden bedreigd, zwartgemaakt en tegengewerkt. Begin mei verliet de commissie met slaande deuren het land. Een groep Argentijnse forensisch antropologen kreeg toestemming onderzoek te doen in Chihuahua. Op voorwaarde dat ze over hun identificaties niets zeiden tegen de familieleden.

Met een kennersblik benoemt Vergara de gevonden lichaamsdelen: „Je wordt hier forensisch expert omdat je je familie zoekt.” Tussen wat vingerkootjes komen enkele verweerde armbandjes naar boven. Er staan teksten op, nog net leesbaar: ‘Amor’ en ‘Ik hou van je’. De jarige Sandra, op zoek naar haar oudere zus, grijpt de bandjes en verstijft bij het zien van de derde. „Feliz cumpleaños”, fluistert ze, gefeliciteerd met je verjaardag. Haar vader slaat een arm om haar heen en zwijgt.

Anderen tellen de opbrengst van vandaag: 95 botten, op twee locaties. De oude Don Margarito snijdt een lege colafles open, schudt de stapel kootjes, ruggenwervels en de tand erin en legt hem in het gat. Vergara krijgt telefoon van het OM. „Ze zijn geïrriteerd. Ze zeggen dat wij de vindplaatsen vervuilen. Maar zelf doen ze niets.” Sinds het drama met de studenten zijn rond Iguala ruim 300 lichamen opgegraven, die van Vergara en zijn groep incluis. Slechts 15 zijn er geïdentificeerd.

Iedereen vermoordt elkaar

„We weten ook niet meer waar te beginnen”, zegt onderzoeker De Pina. „Er is te veel georganiseerde misdaad. Iedereen vermoordt elkaar.” In Mexico-Stad begint dit jaar een opleiding forensische antropologie, maar dat is onvoldoende, zegt ze. „Justitie heeft een capaciteitsprobleem, maar het grootste probleem is politiek: Mexico is totaal verrot. Een oplossing kan er alleen komen met internationale hulp.”

Bij terugkomst in Iguala is er taart. De mannen zingen voor Sandra. Ook de politie schuift aan, hun bivakmutsen af. Maar Sandra’s moeder verbijt haar tranen. Vorige week maanden twee onbekenden op een motor haar het huis te verlaten. Nu duikt ze onder uit angst dat ‘ze’ Sandra ook meenemen. Haar stem trilt. De politie luistert mee en stellen haar voor vertrek nog even gerust. „Mevrouw, als er iets is kunt u ons altijd bellen.”

    • Edwin Koopman