Met flitshandel is helemaal niets mis, zegt toezichthouder AFM

Flitshandelaren gebruiken oude handelsstrategieën in een nieuw jasje, concludeert de AFM na onderzoek naar de bekritiseerde handel.

Er is niet mis met flitshandelaren op de beurs. Dat stelt toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) na een onderzoek van de handelsstrategieën van deze ‘high frequency traders’.

Met algoritmes en hightech-apparatuur verrichten flitshandelaren honderden transacties per seconde op beurzen wereldwijd. Zo verdienen ze aan minieme verschillen tussen de aan- en verkoopprijs van effecten.

Er was de afgelopen jaren de nodige kritiek op deze vorm van handel. Zo wordt in de bestseller Flashboys van Michael Lewis uitgelegd dat flitshandelaren profiteren van gewone beleggers en pensioenfondsen die niet zo snel zijn. De AFM stelt echter dat de flitshandelaren niets onoorbaars doen en dat ze traditionele handelsstrategieën in een modern jasje hebben gestopt.

Zo is een bekritiseerde techniek dat flitshandelaren heel snel orders voor een aandeel op verschillende prijzen plaatsen en die vervolgens ook weer razendsnel intrekken. De flitshandelaar krijgt op die manier zicht op grote pakketten aandelen en mogelijke prijzen. Volgens de AFM is dat „essentieel onderdeel van een veel voorkomend verdienmodel, namelijk market making”. Dat gewone beleggers en pensioenfondsen dit niet kunnen is volgens de toezichthouder geen probleem.

Veel grote wereldwijde flitshandelaren komen uit Nederland. Zowel het aan de Amsterdamse beurs genoteerde Flow Traders, als de private bedrijven Optiver en IMC zijn van Nederlandse origine. Deze handel legt hun oprichters en werknemers geen windeieren, zij zijn al jaren hofleverancier van de nationale rijkenlijst , de Quote500.

Optiver, de grootste van de drie, presenteerde vorige week het jaarverslag. De nettowinst steeg er van 247 miljoen euro naar 395 miljoen euro in een jaar tijd.