Meester van de onvoltooide strips

Twee boeken en een expositie werpen licht op de bijna vergeten tekenaar Mark Smeets.

De tekening Fietser uit 1995 van Mark Smeets. Copyright Erven Mark Smeets

‘Door te tekenen werd mij duidelijk wat ik wilde tekenen”, zei Mark Smeets ooit. Dat typeert de striptekenaar (1942-1999) die nooit verder dacht dan de tekening die hij onder handen had. Zijn leven en werk wordt aan de vergetelheid onttrokken door twee prachtige boeken: Mark Smeets, De triomf van het tekenen, een biografisch overzicht met veel tekeningen en Mark Smeets, Schetsboek 1993. Voor een snelle introductie tot zijn werk is er bovendien een kleine tentoonstelling in Teylers Museum.

De integrale uitgave van een schetsboek is illustratief voor zowel zijn werkwijze als carrière. Tijdens zijn leven verscheen er geen volwaardige boekuitgave met zijn tekeningen en gaandeweg beschouwde hij zijn schetsboeken als zijn echte werk. „Die schetsboeken, dat ben ik”, zei hij.

Smeets genoot groot aanzien onder collega-tekenaars, maar bredere bekendheid kreeg hij pas als illustrator van diverse bladen en vooral, vanaf 1979 tot zijn dood in 1999, als gezichtsbepalend tekenaar van deze krant.

Zijn perfectionisme en vrijbuitersmentaliteit voorkwamen dat hij aanzetten tot verhalen afmaakten. Zelfs uitnodigingen van Hergé en Franquin, die zijn talent erkenden, om strippagina’s te maken voor hun bladen waren tevergeefs. Dan werd het te serieus, zei hij.

Hij was fan van de vroege Kuifjes

De half en helemaal uitgewerkte tekeningen in de schetsboeken laten zien hoe Smeets de fijnzinnige lijnvoering en heldere compositie van Hergé combineerde met bizarre gedachtenkronkels en fantastische elementen. Het resultaat is een bonte mengeling van droge humor, visuele poëzie en pure kolder. De kaders en de teksten maken dat de tekeningen als strips, maar het ver doorgevoerde absurdisme voorkomt dat ze te lezen zijn als verhalen. De verwantschap met Hergé is groot. Smeets was idolaat van Kuifje, maar Hergé was volgens hem blijven steken in zijn ontwikkeling en de stijl van de latere Kuifjes vond hij doods.

„Ik ben niet een karakter-ontwerper of een psychologiseur”, zegt Smeets in een onvoltooid gebleven documentaire, te zien bij Teylers. „Nooit samenhangend, nooit doelbewust, nooit een scenario, altijd illustratief bezig.” Hij voegt eraan toe dat hij, die „zo verschrikkelijk van stripverhalen houdt”, zelf ook niet snapt dat hij nooit een strip heeft voltooid.

Piet Schreuders, auteur van De triomf van het tekenen, komt evenmin tot een sluitende verklaring. Maar in de getuigenissen die hij optekent van familie, vriendinnen en vrienden komt Smeets wel naar voren als een romantische ziel die zijn gebrek aan doorzettingsvermogen en zelfstandigheid gaandeweg ging koesteren als een verworvenheid. Zo leefde hij, zo tekende hij.

In een zeldzaam interview, uit 1993, verklaarde hij dat het niet langer zijn bedoeling was om een verhaal te vertellen, want een strip moet simpel en duidelijk zijn: „Ik doe het juist zo ingewikkeld mogelijk, sleep er allerlei zaken bij die er niets mee te maken hebben, ongedisciplineerd. Misschien zou met meer discipline mijn werk minder levendig en attractief zijn.”

Smeets werd de meester van het onvoltooide. Van de bijna honderd schetsboeken die hij naliet, beschouwt Schreuders de circa twaalf uit de jaren negentig als volwaardige kunstwerken. In zijn inleiding van dat boek noemt de Amerikaanse stripgrootheid Chris Ware de schetsboeken bewonderend „de Dode Zee-rollen van de literaire strip”.

Terug naar Limburg

In zijn werk keert Smeets geregeld terug naar het Limburg van zijn jeugd. Hij hield van het tekenen van landschappen en gebouwen en de zandafgraving bij zijn huis in Hoensbroek bleef hem altijd fascineren. Het onaffe, het kapotte en de ruïnes trokken hem in het bijzonder. Zo tekende hij meermalen de gesloopte stadswallen van Venlo en fantaseerde hoe deze als een verzonken Atlantis werden teruggevonden.

Op dezelfde manier functioneren nu de boeken en tentoonstelling over zijn leven en werk: als de opgraving van een verloren gegane schat. Smeets verdient een ereplek in de geschiedenis van de Nederlandse strip.

    • Ron Rijghard