Lonen lager door flexibele arbeidsmarkt

Het aantal flexbanen stijgt, het aantal vaste banen daalt. Het effect: lagere inkomsten voor burgers, meer winst voor bedrijven.

Minder vaste contracten

De snelle flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt leidt per saldo tot lagere beloning van werkenden. Dat valt op te maken uit halfjaarlijkse ramingen die De Nederlandsche Bank (DNB) donderdag publiceerde.

Uit de cijfers van DNB blijkt dat het aantal flexibele banen in Nederland – flexcontracten en zzp-posities – sinds 2003 is toegenomen met meer dan een miljoen. Er gingen tegelijkertijd meer dan een half miljoen vaste banen verloren.

De werkloosheid in Nederland (nu 6,9 procent van de beroepsbevolking) daalt „louter door de toename van het aantal flexibele contracten”, zei DNB-directielid Job Swank in een toelichting.

Tegelijkertijd zijn werkenden minder gaan verdienen. Het aandeel van alle lonen in het nationaal inkomen – de zogeheten arbeidsinkomensquote – is gedaald. DNB rekent met een ‘alternatieve arbeidsinkomensquote’, waarin de lagere beloning van flexwerkers is meegenomen. Deze ligt nu onder de 73 procent; in 2003 was dit nog 78 procent. Het betekent dat een groter deel van het nationaal inkomen bestaat uit winsten van bedrijven en een kleiner deel uit inkomen van burgers.

„Werknemers en zelfstandigen profiteren steeds minder van de economische groei”, zei Swank. DNB gaat nader onderzoek doen naar het fenomeen. „We denken iets op het spoor te zijn.” Ook in andere landen, waaronder de Verenigde Staten, daalt de arbeidsinkomensquote. „Het lijkt te maken te hebben met globalisering, met de afnemende macht van vakbonden en met het kleiner wordende segment middeninkomens.”

De gemiddelde Nederlander heeft, ondanks het economisch herstel, nog steeds minder te besteden dan in 2002. „De crisis heeft er flink ingehakt”, zei Swank. Het reëel beschikbaar inkomen per hoofd van de bevolking zal pas in 2018 weer het niveau van 2002 bereiken, zo verwacht DNB. In dat jaar, 2018, zal het bruto binnenlands product (bbp) wel fors zijn gegroeid, tot 7 procent boven het hoogste niveau van voor de crisis, staat in de DNB-ramingen. Ook hieruit blijkt dat economische groei en inkomsten van werkenden niet gelijk oplopen.

Dit jaar zal de economische groei iets terugvallen, naar 1,5 procent in vergelijking met 2 procent vorig jaar, zo is de prognose van DNB. Swank wijt dit onder meer aan de slechtere vooruitzichten voor de wereldhandel. Daarna trekt de groei weer aan, naar 1,9 procent in 2017 en 2,0 procent in 2018.

    • Mark Beunderman