‘Ik maak theater tegen het theater’

(39) laat op het Holland Festival de voorstelling The Dark Ages zien, over mensen die na een oorlog familieleden zoeken. ‘In een crisis schuilt ook vitaliteit.’

Foto Thomas Dashuber

Een somber, claustrofobisch kantoortje. Grote landkaart aan de grijze muur, een prikbord met ansichtkaarten, familiekiekjes, een gestencild A4’tje waarop iemand wordt gezocht. Dit is het kantoor van Subdin Music – of althans, een exacte replica op toneel. Hier helpt de Bosnische mensenrechtenactivist nabestaanden hun verdwenen familieleden terugvinden – meestal in een massagraf. Aan zijn bureau komen hun verhalen samen, verhalen waarin de recente gruwelijke Europese geschiedenis zich opdringt.

En daarom brengt regisseur Milo Rau (1977) in de voorstelling The Dark Ages juist dáár vier acteurs samen, een Bosnische, een Servische, een Duitse en een Russische, om te vertellen over de invloed die oorlog had op hun levens. Ook Music zelf staat op toneel en voert het woord; zijn lot is niet anders dan dat van veel van zijn klanten. De vijf zitten in het schemerdonker, en praten op ingehouden toon over bombardementen, emigratie, getraumatiseerde of overleden ouders. Veel meer gebeurt er niet.

„Ik maak theater tegen het theater”, lacht Rau goedgemutst aan de telefoon.

De Zwitser is een van de meest gevraagde Europese theaterregisseurs, met een stijl die nadrukkelijk ontheatraal is. Zijn werk is streng, sober, ernstig en kaal. Historische ‘re-enactments’ noemt hij zijn voorstellingen zelf. Via minutieuze reconstructies van humanitaire drama’s in het (recente) verleden onderzoekt hij trauma’s van landen en volkeren. Zo liet hij het Russische schijnproces tegen Pussy Riot naspelen in The Moscow Trials, bracht hij het anti-multiculturele manifest van Anders Breivik integraal op toneel (Breivik’s Statement) en bouwde hij in Hate Radio een radiostudio na van zender RTLM in Kigali, die in 1994 een belangrijke rol speelde in het opzwepen van de Hutu-bevoking tot massaslachtingen van Tutsi’s. Zijn meest recente project: Five Easy Pieces, waarin zeven kinderen episodes uit de Dutroux-affaire naspelen.

In de verschillende landen waar hij werkt, gaat Rau op zoek naar nationale trauma’s. Sinds hij van zijn ouders geschriften van Lenin en Trotski te lezen kreeg, is hij gefascineerd door nationalistische reflexen, vertelt hij. En de momenten die hem bij uitstek inspireren, zijn momenten van crisis. „Crises zijn kantelpunten. Niets is meer hoe het was. In die momenten schuilt wreedheid en vitaliteit, ze verdelen en verbinden volkeren. Het zijn bijna metafysische momenten van transitie. In die zin komen ze in de buurt van klassieke tragedies.”

Nooit een kunstopleiding gevolgd

Via persoonlijke getuigenissen op toneel – vaak onttrokken aan de biografieën van zijn acteurs, wil Rau individuele verhalen een universele betekenis geven. In The Dark Ages speelt Subdin Music scènes uit Hamlet na. Rau: „Wanneer krijgt iemands persoonlijke oorlogstrauma de algemene geldigheid van de tragedie? Op welk punt wordt Subdin een Hamlet en spreekt hij voor iedereen, ook voor het publiek in de zaal? Dat moment wil ik vangen in mijn voorstellingen, door het verleden op te wekken in het heden.”

Rau, die sociologie, germanistiek en romaanse talen studeerde, en aanvankelijk werkte als journalist en activist, doet uitputtend research voorafgaand aan een voorstelling, van een maand of acht voor The Dark Ages, tot zelfs meerdere jaren in het geval van Hate Radio. Zijn research bestaat vrijwel altijd uit reizen, sfeer opsnuiven, mensen ontmoeten, en praten, vertelt hij. „Precies zoals ik als journalist ook al deed. In die zin heb ik de ideale opleiding en achtergrond voor mijn huidige werk.”

Rau volgde nooit een kunstopleiding, en betreurt dat niet. „Het is natuurlijk fantastisch om je vier jaar lang volledig aan de kunst te kunnen wijden. Maar je hebt het risico dat je enkel werk leert maken in een vast stramien. Doordat ik geen theateropleiding heb gedaan, kan ik misschien juist iets nieuws toevoegen.”

In zekere zin is Raus werk antitheater. Een voorstelling als The Dark Ages laat zich niet gemakkelijk bekijken. In de soberheid – om niet te zeggen: saaiheid – schuilt een groot afhaakrisico. Net als in het zwaarmoedige, naar ijdelheid neigende acteerwerk – uitgestreken gezichten, ingetogen fluistertoon, geen grapje, licht of lucht. Het bezit van enige voorkennis is bijna onontbeerlijk. Zo helpt het bijvoorbeeld om te weten dat die zelfingenomen oudere man op toneel, Manfred Zapatka, een icoon is in de Duitse cinema en theaterwereld, en in zijn lange carrière vele Duitse oorlogshelden en -misdadigers heeft gespeeld. Voor een Duits publiek zijn zijn persoonlijke oorlogsherinneringen daardoor al bijna bij voorbaat relevant. Toch lukt het Rau in deze productie onvoldoende om uit de vijf individuele getuigenissen een universeel verhaal te smeden. Ook al omdat een dwingende vorm ontbreekt: de verhalen worden keurig naverteld en afgewisseld, maar komen nergens samen, noch bouwen ze op tot climax of conflict.

Vrolijk oproepen tot genocide

Hate Radio is als voorstelling veel beter geslaagd, omdat daar de setting – een radiostudio tijdens de uitzending – compact en helder is. De inhoud is begrensd: er wordt in ruim een uur van begin tot eind een radioprogramma nagespeeld, met teksten die tijdens de genocide letterlijk werden uitgesproken. En het drama is evident: dat speelt zich in onze hoofden op dat moment buiten de studio af. Als de presentatrice, op grappende, ontspannen toon, vertelt dat in het rode huis bij de kerk nog ‘kakkerlakken verstopt zitten’, dan weten wij wat er op die uitspraak volgde. Sterk aan Hate Radio is ook het contrast tussen vorm en inhoud: vrolijk roepen de radio-dj’s op tot genocide. Dat geldt eveneens voor Five Easy Pieces, waarin blije kinderen vertellen over Dutroux. Dat schokt, wringt en schuurt. In The Dark Ages ontbreek dat contrast, en dus de spanning.

„ Ik houd mijn producties graag zo puur en simpel mogelijk: wat heb ik nodig om de thematiek over het voetlicht te brengen? Waarmee creëer ik bij het publiek de optimale concentratie? Ik streef naar het equivalent van wat de Deense Dogme-beweging deed met cinema: films maken, maar zonder de techniek en effecten die daar vaak bij worden gebruikt.”

Op de vraag of hij eigenlijk wel van theater houdt, moet Rau hartelijk lachen. „Ja, het is een malle paradox: waarom theater maken als je de inzet van theatrale middelen zo schuwt? Mensen vragen mij ook wel eens waarom ik niet gewoon installaties of performances maak in een museum. Maar weet je, ik was in Den Bosch bij jullie Jeroen Bosch-tentoonstelling, en ik zag niks, achter vijf rijen dicht publiek. Die setting vind ik niet optimaal om inhoud over te brengen. In een museum wandel je vaak even kort langs: gezien, begrepen, en hup, door. Terwijl: in een theaterzaal mag je er twee uur niet uit. Het licht gaat uit en je móét je tot de materie verhouden.”

Maar hij ambieert niet alleen die Spartaanse stijl, bezweert hij. „Ik hou ervan om theatraal een beetje heen en weer te bewegen, afhankelijk van het materiaal en de omstandigheden. Bij Five Easy Pieces moest ik wel theatraler te werk gaan, omdat ik werkte met kinderen. Zij moesten op toneel iets te spelen krijgen. En die voorstelling ging ook over spelen: over de vraag of je de gruwel en wreedheid van het leven kunt leren begrijpen door die na te spelen.”

De opzet van die voorstelling veroorzaakte in Vlaanderen ophef, en controverse en zelfs bedreigingen zijn Rau niet vreemd. Zoekt hij opzettelijk het conflict op? „Het is mij niet om conflict te doen, maar om de uitdaging: zoals Brecht ambieerde met zijn Lehrstücke wil ik dat het moeilijk is voor de acteurs om in een stuk van mij te spelen, en dat ze na afloop iets hebben geleerd. Net als het publiek.”

    • Herien Wensink