‘Ik ben volkomen open: ik geef mijn 06 aan iedereen’

Geert ten Dam De nieuwe voorzitter van de UvA en de Hogeschool van Amsterdam staat straks meer tussen de studenten. Ze verlaat het Maagdenhuis.

Foto’s Maarten Hartman, Boaz Timmermans

Geert ten Dam, sinds 1 juni bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA), zit ongemakkelijk in haar ruime werkkamer op de hoogste verdieping van het statige Maagdenhuis. Dit achttiende-eeuwse gebouw in het centrum van de stad werd vorig jaar brandpunt van protesten van voornamelijk studenten. En nog steeds staan er wel eens groepjes met spandoeken

voor de deur. Maar straks zullen de demonstranten naar een andere plek moeten, want het college van bestuur gaat hier weg.

Iedereen moet een of twee dagen onderwijs geven, ongeacht wat je aan onderzoeksgeld binnenhaalt

„Geweldig, we gaan het Maagdenhuis uit’’, zegt Ten Dam. „We gaan als bestuur tussen studenten in een van de faculteiten zitten. En dat is vooruitgang. Dan kan dit gebouw een mooie andere functie voor de universiteit hebben. Ook op de hogeschool krijg ik een kamer. Ik heb een laptop en een iPad, dus ik ben niet gebakken aan een bepaalde ruimte.”

Ten Dam werd benoemd met instemming van studenten en docenten. Toch betrof een van de protesten voor de deur van het Maagdenhuis de openbaarheid van de procedure. Kandidaten hadden zich voor hun benoeming publiekelijk moeten presenteren, was de kritiek. Bij de benoeming van een nieuwe decaan van de faculteit Geesteswetenschappen gaat dat nu wel gebeuren.

Zou u zelf zo’n openbare presentatie hebben willen houden voor u werd benoemd?

„Dat denk ik wel. Ik ben pas begin februari gebeld met de vraag of ik wilde komen praten. Maar de benoemingsprocedure was een compromis tussen de raad van toezicht en de medezeggenschap. Daar fiets je niet doorheen. En die procedure was al democratischer dan de nieuwe wet vereist.”

Vallen bij openbare presentaties geen kandidaten af wegens een te groot afbreukrisico?

„Als je niet in de openbaarheid wil komen, moet je zo’n functie niet hebben. Zo’n presentatie is niet cruciaal voor het draagvlak, want draagvlak is niet iets wat je hebt, maar wat je moet verwerven.”

Ten Dam is voor volkomen openheid en toegankelijkheid, zegt ze. „Ik beantwoord altijd mijn eigen mail. En wie mijn 06-nummer hebben wil, kan dat krijgen. Ik heb al tegen de studenten gezegd: als jullie me niet alle 90.000 ’s morgens opbellen om me een goede dag te wensen, gaat het helemaal goed komen.”

Wat zijn volgens u de twee belangrijkste kwesties die geregeld moeten worden?

„De verhouding tussen onderwijs en onderzoek, in de eerste plaats. Het lijkt vanzelfsprekend dat onderwijs even belangrijk is als onderzoek, maar dat is het niet. En in de tweede plaats het personeelsbeleid voor docenten; dat is de laatste jaren verwaarloosd en dat geeft veel onrust. Er zijn te veel tijdelijke aanstellingen, soms jarenlang. Als puntje bij paaltje komt, is onderzoek dominant. Dat mensen zich van onderwijs kunnen vrijkopen door veel onderzoeksgeld binnen te halen, zegt al genoeg.

„Ik blijf zelf ook een dag in de week als hoogleraar onderwijs geven. In zijn algemeenheid moet gelden dat iedereen binnen zijn afdeling een of twee dagen onderwijs moet geven, ongeacht wat je aan onderzoeksgeld binnenhaalt. Het is belangrijk dat juist hoogleraren in de bachelorfase les geven.”

Maar mensen hebben toch ook veel tijd nodig om onderzoeksgeld te verwerven?

„Dat is inderdaad belangrijk, want de onderzoeksfinanciering is behoorlijk teruggelopen. Maar je moet vasthouden aan je corebusiness, onderwijs. Ik heb veel extern geld binnengehaald én altijd onderwijs gegeven. Als je het gevoel kwijtraakt dat je er voor de studenten bent, dan is er iets mis.”

Hoe heeft het aantal docenten en medewerkers met flexibele contracten zo kunnen groeien?

„Dat weet ik niet. Ik hoorde van iemand die bij de faculteit Geesteswetenschappen élf jaar op een flexibel contract zat. Dat is niet goed. Je raakt toch betrokkenheid kwijt.”

Zijn die losse contracten niet gewoon goedkoper?

„Voor tijdelijke onderzoeksprojecten zijn ze nodig. Tijdelijke financiering is voor tijdelijke mensen. Het is ook niet erg als een postdoc na vier jaar naar een andere universiteit gaat en een ander bij ons komt. Maar je moet ook investeren in loopbaanperspectieven.”

Kunnen de hogeschool en de universiteit nog wel samenblijven onder één college van bestuur?

„Opdracht aan de nieuwe collegevoorzitter was de samenwerking tussen de hogeschool en universiteit te evalueren. Ik zet geen samenwerking stop, maar wat mij betreft hoeft die niet van de governance uit te gaan. We moeten vooral kijken of één college van bestuur helpt, of dat er andere varianten zijn. Het onderzoek wordt in september afgerond. Op 1 januari verbinden we er een conclusie aan.”

    • Maarten Huygen