Gerechtshof verklaart OM niet ontvankelijk in hennepzaak

Een coffeeshophouder en werknemer werden vervolgd omdat ze in een ander pand wiet in voorraad hadden.

De Leidse coffeeshop, die een jaaromzet van 9 ton had, hield zich precies aan de voorwaarden die de gemeente had gesteld. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Het Openbaar Ministerie heeft zich in 2010 schuldig gemaakt aan willekeur door de eigenaar en een werknemer van een Leidse coffeeshop te vervolgen omdat ze in een pand in de omgeving wiet in voorraad hadden. Dit oordeel velde het Gerechtshof Den Haag vrijdagochtend in een hoger beroepzaak uit 2014. De rechtbank veroordeelde beide mannen nog tot werkstraffen. Het OM kan nog in cassatie gaan tegen het arrest van het Hof.

De handelaren hadden er volgens het Hof op mogen vertrouwen dat de overheid niet alleen hun coffeeshop gedoogde, maar ook de winkelvoorraad. Het OM is daarom niet ontvankelijk verklaard. Volgens de wet kan dat alleen als “geen redelijk handelend lid van het Openbaar Ministerie heeft kunnen oordelen dat met vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn”.

Lees ook het interview met coffeeshopadvocaat Ilonka Kamans: ‘Goede coffeeshop heeft voorraad nodig’

De Leidse coffeeshop, die een jaaromzet van 9 ton had, hield zich precies aan de voorwaarden die de gemeente had gesteld. In een coffeeshop mag nooit meer dan 500 gram aanwezig zijn. Dat betekent dat de voorraad zeer regelmatig aangevuld moet worden. Als de gemeente een zo grote coffeeshop gedoogt, dan heeft dat juridisch ook gevolgen voor het elders aanhouden van een voorraad, aldus de rechter. Zonder een dergelijke ‘stash’ kan ook een ‘bestuurlijk gedoogde’ coffeeshop niet functioneren. En dat beperkt dus ook de mogelijkheden van het Openbaar Ministerie om de eigenaar en beheerder van die voorraad te vervolgen. De coffeeshop mochten er op vertrouwen dat het OM dat juist niet zou doen.

Aanwijzing Opiumwet

Het Openbaar Ministerie werkt bovendien volgens de ‘Aanwijzing Opiumwet’ waarin volgens de rechter “in gulle bewoordingen” het nut van een gedoogbeleid wordt onderschreven. Dan mag van het OM ook worden verwacht dat ze dat met haar beleid ondersteunt – namelijk door niet te vervolgen.

    • Folkert Jensma