God is met hem

Benny heeft geen status. Letterlijk en figuurlijk: de man voor de supermarkt heeft geen verblijfsstatus en maatschappelijk gezien staat hij onderaan de ladder. Maar gezien wordt Benny wel, heel erg zelfs. Benny begroet iedereen die de supermarkt in Amsterdam-West in loopt en dan moet je wel van steen zijn om niet hallo! terug te zeggen. Zo orkestreert Benny (47) vele glimlachjes per minuut, iedere middag van twaalf tot zeven; een grossier in feel good.

De daklozenkranten in zijn tas, zijn rode jack met Officiële Verkoper, de badge om zijn nek lijken niet meer dan een excuus om hier zijn eigenlijke werk te kunnen doen: de beschaving overeind houden.

Hoogdravend? Je zou hem bezig moeten zien. De in Ghana geboren uitventer verslapt nooit. Wie hem ook aanspreekt, iedereen kan op een welwillend oor rekenen. Zij het dat elke zin twee keer wordt onderbroken om iets tegen een arriverende of vertrekkende klant te zeggen. Een rustpunt is hij, een baken van begrip. Tijdens het aanhoren van een klacht loopt hij de hal van de supermarkt in om de opgekrulde punten van het rubberen tapijt goed te leggen. Anders zou iemand erover kunnen struikelen. Waar anderen haast hebben, let hij op.

Weinigen denken zo aan de samenleving als de man die er officieel niet mag zijn. Klierende jongens roept hij tot de orde, Marokkaanse evengoed als Hollandse. In een schor, niet altijd goed verstaanbaar Nederlands schakelt hij onmiddellijk over van vriendelijk naar boos, net zoals vroeger in Ghana. „Mijn moeder gaf mij op m'n donder zodra ik niet glimlachte”, zegt hij onder een petje dat zijn korte kroeshaar bedekt. „En wie iets fouts deed kreeg een klap.”

In Amsterdam slaat hij niemand, maar streng is hij wel. De buurt is als zijn tuin. Benny ritselt en babbelt en corrigeert dat het een aard heeft. Goedgemutst kijkt hij rond, hij waakt over de honden van klanten, hij filosofeert. Want God is met hem. Net zoals al die andere mannen en vrouwen in hun rode hesjes heeft hij een verhaal. Hij reisde van Ghana naar Duitsland, dreef een zaakje in tweedehands automotoren en belandde op straat. Een asielaanvraag in Duitsland mislukte en nu staat hij hier voor de supermarkt in West.

Het fijne weet ik er niet van. Hoeft ook niet. Hem observeren is genoeg. Hij spurt naar binnen en keert terug met een felicitatiekaart voor een meisje dat vandaag achttien is geworden. Hij pent de kaart vol met „proficiat” en een verhaal over Jezus. Iemand deed dat ooit bij hem en sindsdien doet hij het bij iedere jarige die hij tegenkomt, ook bij wildvreemden. Dat moet.

Sommige klanten geven hem geld zonder een krantje te willen. Die reduceren hem in feite tot een bedelaar. Het deert hem niet. Benny heeft geen bevestiging van anderen nodig. Zijn normen en waarden zijn alles wat hij bezit, dat is genoeg.

    • Auke Kok