Gered door een zwarte, gehandicapte lesbienne

‘Zwarten waren renners van nature. Was het zo vreselijk als je dat constateerde? Was je dan een racist?’ Het zijn de gedachten van een minister van Immigratie terwijl hij een marathon loopt, en een van de lichtere vragen die aan de orde komen in Lawrence Hills roman Zonder land.

De Canadees Hill (1957) brak in 2007 internationaal door toen hij kwam met het schitterende The Book of Negroes. Ook in zijn andere werk buigt hij zich over rassenkwesties, waaronder veel essays waarin hij ingaat op wat het betekent om Afro-Canadees te zijn. In zijn nieuwe roman Zonder land, dat in het origineel de treffender titel The Illegal heeft, gaat het wederom over racisme, huidskleur en kansen die je misloopt door je uiterlijk (of juist daardoor krijgt).

Het verhaal speelt zich deze keer af in de nabije toekomst ( 2018-2019) waarin een land met de op drie na best draaiende economie ter wereld moet zien om te gaan met de bootjes vol vluchtelingen van het eiland Zantoroland in de Indische Oceaan die varen naar het eveneens in die oceaan liggende Freedom State, waar xenofobie de politiek bepaalt.

Een sterk thema, waarbij Hill zich probeert in te beelden hoe het is voor een illegaal om constant op de vlucht te zijn. Letterlijk op de vlucht in dit geval: het hoofdpersonage Keita Ali moet marathonwedstrijden winnen om zijn zusje te redden van haar gevangenschap in het dictatoriale Zantoroland. Wanneer Keito genoeg prijzengeld bij elkaar heeft gerend kan hij haar redden van de machthebbers, die ook al zijn ouders hebben vermoord omdat deze kritisch stonden tegenover het regime.

Wat volgt is een overvolle politieke thriller waarin persvrijheid, dictatoriale samenlevingen, xenofobe demonstranten, racisme, seksslavinnen die verkracht en vermoord worden door ministers, bejaardenmepperij, corrupte politie en politici in beide landen. Ze passeren allemaal de revue. En alsof dat nog niet genoeg is, bemoeit een zwarte, lesbische, gehandicapte journaliste zich met het geheel (die aanvankelijk natuurlijk door haar baas wordt gedwarsboomd) en weet ook een hoogbegaafd jongetje met een studiebeurs (en een moeder in een gesticht) de democratie in Freedom State te herstellen. De hardlopende minister blijkt in praktijk de sportiefste aard te hebben en is minder fout dan de rest.

Hill is betrokken bij de actualiteit en wil veel vragen oproepen. Dat is lovenswaardig, want het verhaal van de immigranten op de bootjes moet niet alleen vanuit de journalistieke of non-fictie hoek verteld worden. Fictie kan inlevingsvermogen bieden dat nu vaak ontbreekt. De idiote demonstranten in dit boek kunnen een perfecte spiegel zijn. Het hele verhaal in de nabije toekomst is bovendien een dystopie waar je voor moet vrezen. Des te jammerlijker dat Hill zoveel tegelijk wil, waardoor het verhaal niet geloofwaardig is en ook de boodschappen erin je te veel worden.

    • Toef Jaeger