Amsterdam moet groeien! Of juist niet?

Moet Amsterdam een stad worden van twee miljoen inwoners? En van wie is de stad eigenlijk? Twee tegengestelde opinies van Marja Ruigrok, fractievoorzitter VVD Amsterdam, en Rutger Groot Wassink, fractievoorzitter van GroenLinks Amsterdam.

Marja Ruigrok

Grote steden zijn de motoren van de economie en Amsterdam moet vooruit durven denken. En bouwen, voor een groter Amsterdam, stelt Marja Ruigrok, fractievoorzitter VVD Amsterdam.

Onlangs laaide in Amsterdam de discussie over groei weer op. Willen we een stad met twee miljoen inwoners of barst Amsterdam nu al uit haar voegen? Moeten we elke vorm van groei tegenhouden dan wel terugdraaien?

Veelal wordt voorbijgegaan aan het feit dat de uitbreiding van de stad onvermijdelijk is. Met haar prachtige grachtengordel, hoge levensstandaard en reputatie als ruimdenkende en vrijzinnige stad oefent Amsterdam een welhaast magische aantrekkingskracht uit op nieuwkomers, bedrijven en bezoekers. Omdat we nu eenmaal geen muur met bijpassende slotgracht om de stad kunnen aanleggen, is het wat de VVD betreft zaak om groei zodanig te faciliteren dat die zoveel mogelijk ten voordele van de hele stad en regio komt.

Hiervoor moeten we durven vooruitkijken en bouwen. Dit betekent meer koop- en middeldure huurwoningen om van Amsterdam daadwerkelijk een ongedeelde stad te maken, zodat we het talent dat aan onze poorten klopt niet buiten de deur houden. Extra huizen kunnen enerzijds binnen de stadsgrenzen worden gerealiseerd: IJburg II, de Sluisbuurt op het Zeeburgereiland en hoogbouw bieden ruimte aan ongeveer 70.000 nieuwe woningen.

Maar dan zijn we er nog lang niet. Juist de omliggende gemeenten in de regio maken van Amsterdam die stad van twee miljoen. Amsterdam houdt al lang niet meer op bij de Grachtengordel, Zuidas of het Anton de Komplein. Amstelveen, Diemen, Ouderkerk aan de Amstel en Zaanstad zijn stuk voor stuk plaatsen die al lang door bezoekers en bedrijven als Amsterdam worden beleefd. Het is slechts een kwestie van tijd voordat bewoners – en ja, dus ook Amsterdammers – dit ook vinden en Amsterdam Castle en Beach zich daadwerkelijk op Amsterdams grondgebied bevinden.

Goede verbindingen zijn essentieel voor groei. Het doortrekken van de Amstelveenlijn naar Uithoorn ontsluit gebieden en creëert groeipotentieel. Ook moeten we serieus gaan nadenken over een lightrail naar Schiphol, bijvoorbeeld in de vorm van een Oost-westlijn die vanaf Schiphol, via Nieuw-West, het Leidse- en Weesperplein aandoet, vervolgens naar het Science Park gaat en dan doorrijdt naar Almere. Maar ook innovaties zoals Hyperloop, een transportsysteem waarbij met grote snelheden mensen en goederen ondergronds worden vervoerd, creëren ruimte en maken het voor Amsterdam mogelijk om verder te groeien.

Hiervoor zijn grote investeringen nodig – de kost gaat immers altijd voor de baat uit – maar uiteindelijk levert het veel welvaart op.

Moeten we dan krampachtig vasthouden aan die goede oude tijd toen alles kleiner en beter was en die slechts ten dele echt heeft bestaan?

Grote steden zijn de motoren van de economie. Innovatieve talenten en bedrijven komen met nieuwe ideeën en technieken op de stad af. Hierdoor ontstaan nieuwe banen en welvaart. Daarvan profiteert iedereen.

Naast de directe economische voordelen die een stad van twee miljoen haar bewoners kan bieden, zijn er ook indirecte baten. Culturele voorzieningen die door schaalvergroting nauwelijks meer subsidie nodig hebben, openbaar vervoer dat goedkoper en rendabel is, een uitgebreid en kwalitatief hoogstaand onderwijsaanbod zijn slechts enkele voorbeelden van de positieve effecten van een groter wordend Amsterdam. Ook zal de geografische omvang van het nieuwe Amsterdam ervoor zorgen dat de drukte beter gespreid wordt.

We staan aan de vooravond van die veelbesproken derde gouden eeuw. Ontwikkeling gaat altijd gepaard met groeipijnen en daar is op zich niks mis mee. Dit neemt niet weg dat de overlast die mensen ondervinden als gevolg van drukte en die op vele fronten een negatief effect op de stad heeft, wel degelijk moet worden aangepakt.

Maar moeten we dan krampachtig vasthouden aan die goede oude tijd toen alles kleiner en beter was en die slechts ten dele echt heeft bestaan? Gaan we het onvermijdelijke, die stad in beweging, proberen tegen te houden? Of koesteren we het succes van Amsterdam en kijken we vooruit door de toekomst te omarmen?

Noem het een gevalletje vooruitgangsoptimisme maar wij kiezen voor de laatste optie.

Rutger Groot Wassink

Sommigen lijken haast bedwelmd door zoveel economische voorspoed en verliezen zich in megalomane groeifantasieën, reageert Rutger Groot Wassink, fractievoorzitter GroenLinks Amsterdam.

Het lijkt de stad Amsterdam voor de wind te gaan. De groei van het toerisme rijst de pan uit. Zo is het aantal hotelovernachtingen sinds 2008 met 58 procent gestegen en verspreidt vakantieverhuur zoals Airbnb zich als een olievlek over de stad. Steeds meer mensen willen in Amsterdam wonen, waardoor de toch al behoorlijk hysterische woningmarkt overspannen raakt.

Op zich is het natuurlijk leuk en goed dat de stad zo populair is. Al die toeristen brengen geld in het laatje en daar hebben alle Amsterdammers misschien wel baat bij. Maar sommigen lijken haast bedwelmd door zoveel economische voorspoed en verliezen zich in megalomane groeifantasieën. De stad zou zo snel mogelijk nog méér moeten groeien naar wel twee miljoen inwoners. Dus hup! Bouw de buitengebieden vol. En het boeit niet dat de laatste groene, open gebieden verdwijnen. Mee in de vaart der volkeren want pas dan kunnen we ons meten met Londen en Parijs, of zoiets.

Eerlijk gezegd leidt die fixatie op groei bij mij vooral tot groeiend onbehagen. Het verhult reële problemen in de stad als drukte, ongelijkheid en segregatie. Meer fundamentele vragen over nut en noodzaak van die groei worden er door vermeden. En het gaat voorbij aan bijvoorbeeld de vraag van wie de stad eigenlijk is. Wat mij betreft is groei geen doel op zichzelf maar altijd een middel. En je moet je afvragen of het wel een geëigend middel is, of dat het erger is dan de kwaal. Want wat is nu voor de lange termijn het gevolg van het maximaal vercommercialiseren van de stad? Welk effect heeft het de binnenstad haast eenzijdig te exploiteren? Wordt de stad daar echt beter van? En vooral, wie heeft er wat aan?

Onze missie is wat mij betreft niet economische groei maar wat we doen om de groeiende ongelijkheid en segregatie tegen te gaan. Dat is de echte vraag waar we voor staan. De ongelijkheid in inkomens en vermogen is in Amsterdam groter dan in de rest van het land. Vier van de tien Amsterdammers hebben moeite met rondkomen. Vier van de tien! En in toenemende mate weten mensen daar niet aan te ontsnappen.

Eerlijk gezegd leidt die fixatie op groei bij mij vooral op groeiend onbehagen

Zorgwekkend is daarnaast dat die inkomensongelijkheid zich in toenemende mate ruimtelijk vertaalt. Delen van de stad zijn door het groeiende toerisme, prijsopdrijving door schaarste aan woningen en de verkoop van sociale huurwoningen niet langer toegankelijk voor mensen met een wat kleinere beurs. Dat is wat mij betreft een onwenselijk gevolg van ongebreidelde groei.

De polarisatie tussen inkomensgroepen manifesteert zich het meest pijnlijk in de kansenongelijkheid voor kinderen. Het maakt wel degelijk uit in welke wijk je opgroeit en naar welke school je gaat. Het maakt verschil of je in Geuzenveld of in Amsterdam-Zuid opgroeit. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen zichzelf te ontwikkelen. Terwijl de mate waarin juist dát lukt voor mij de definitie van een succesvolle stad bepaalt.

Voor iedereen is tastbaar dat de verhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden, tussen hoge en lage inkomens en tussen bevolkingsgroepen onze stad sociaal en cultureel dreigt te splijten.

We leven in toenemende mate langs elkaar heen en de verschillen worden groter. De stad als emancipatiemachine stokt. En als deze ontwikkeling zich doorzet is Amsterdam straks een stad met een grote welvarende bovenlaag, een onderklasse die steeds meer onder druk staat en een tanende middenklasse. Dat is volstrekt onwenselijk en in strijd met het ideaal van de ongedeelde stad waar ruimte is voor eenieder. Onze samenleving wordt – als we niet ingrijpen – capsulair, gefragmenteerd, gebroken. Waar winnaars en verliezers langs elkaar heen leven. De stad verliest dan zijn ziel en vervalt tot een speeltuin voor toeristen en bevoorrechten.

In plaats van te dwepen met blind vooruitgangsgeloof moeten we juist nu er alles aan doen om de stad voor alle Amsterdammers aantrekkelijk te houden.