Recensie

Een thuis voor spirituele daklozen

Jij en ik, en een veel andere mensen zijn spirituele daklozen. We geloven niet in kerk, vaderland of wichelroede. De Duitse cultuur- en filmcriticus Siegfried Kracauer muntte de term in 1930 in het artikel Die Angestellten. Kracauer omschreef zo de employee die meer is geïnteresseerd in entertainment dan in zingeving.

Curatoren Hanne Hagenaars en Heske ten Cate zeggen het niet met zoveel woorden, maar zijn feitelijk spiritueel daklozen. Het tweetal probeert voor die staat van zijn te rade te gaan bij de kunst. In de tentoonstelling die zij in kunstruimte Garage Rotterdam hebben samengesteld, draait het volgens hun tentoonstellingstekst om de vraag: wat gebeurt er na onze dood? Nu rituelen rondom de grootste onzekerheid uit ons leven zijn verbannen, tasten we met z’n allen rond in onzekerheid. Hoe kan die onzekerheid artistiek gestalte krijgen?

Het resultaat is een tentoonstelling met werk van achttien kunstenaars – van jong tot hoogbejaard (Co Westerik) – die over veel meer gaat dan over vragen rondom het levenseinde en wat daarna komt. The Fortune Teller combineert sjamanistische kunstpraktijken met hedendaagse conceptuele kunst, lyrische tekenkunst met abstracte beelden. Thema’s worden nergens plat opgediend, maar zijn op tal van manieren uitlegbaar en zitten boordevol associaties – een verdienste van de kunstenaars en de samenstellers, die een scherp oog voor kwaliteit hebben.

Daardoor gaat The Fortune Teller ook over het opheffen van tijd (ontroerend fotowerk van Juul Krayer), over de onkenbaarheid van landschap (een schitterende vloersculptuur van de Bhutaanse, vorig jaar aan de Rietveld afgestudeerde kunstenaar Passang Tobgay), over mythes en volksvertellingen (een prachtige serie, ontuttige bloemenaquarellen met teksten van Claudia Sola) en nog veel meer. Kunstenaar/fotograaf Paul Bogaers laat zien dat voorouderbeelden piepjong kunnen zijn, vol humor en duister vernuft kunnen zitten.

    • Lucette ter Borg