Kiki gaat spelen, maar hoe gaat die kuit zich houden?

Roland Garros Kiki Bertens stunt opnieuw en staat in de halve finale tegen Serena Williams. Hoe verrassend is haar opmars in de tenniswereld?

Kiki Bertens viert het bereiken van de halve finale, na haar overwinning op de Zwitserse Timea Bacsinszky in twee sets. Foto Gonzalo Fuentes / REUTERS

Die lach, toch altijd weer die lach, als Kiki Bertens deze vrijdagochtend met coach Raemon Sluiter even inslaat op een zelfs zonder publiek imposant Court Philippe Chatrier. De ochtend na de avond ervoor, toen ze na een zwaarbevochten zege op de Zwitserse Timea Bacsinszky voor het eerst in haar loopbaan de halve finale van een grandslamtoernooi haalde. Over anderhalf uur staat ze op een vol centrecourt, tegen titelverdedigster Serena Williams, de absolute nummer één in het vrouwentennis. Geblesseerd of niet. Maar achter haar lach schuilt twijfel. Twijfel over de kuit.

Vergeten zijn voor even Max Verstappen of het drama van Steven Kruijswijk in de Giro. Houdt de kuit van Kiki het, dat is plotseling de vraag die telt. Eindelijk heeft Nederland een nieuw tennisidool. Bij de beste vier speelsters van de wereld op Roland Garros. Een sensationele rush naar de top, die ze nog geen drie weken geleden begon als qualifier in Neurenberg. Twaalf singles achtereen ongeslagen, Bacsinszsky was al de derde speelster uit de mondiale top tien die ze versloeg. Zelf stijgt de 24-jarige Wateringse met stip op de wereldranglijst, van 101 op 1 januari naar een plaats bij de beste dertig nu. En passant verzekert ze zich met haar halve finaleplaats van 500.000 euro aan prijzengeld. „Ik kan het niet geloven”, jubelde ze donderdag.

Maar dan die linkerkuit, die het na twaalf singles en acht dubbels in twintig dagen dreigt te begeven. In de achtste finale in Parijs zat er ineens een lang stuk tape op, van knie tot enkel. In de kwartfinale tegen Bacsinszky kwam daar nog een stuk extra pleister naast. En na winst van de eerste set volgde een lange behandeling door de fysio. Daar lag ze op een handdoek op het natte gravel, languit op haar buik in het kille Court Suzanne Lenglen. Met een nieuw verband rondom het linkeronderbeen hield ze de nummer negen van de wereld er nog net onder: 7-5 en 6-2.

„Het schoot in mijn kuit bij het serveren”, vertelde Bertens (24) na afloop bij alle blijdschap om haar historische prestatie. Als eerste Nederlandse sinds Marijke Schaar in 1971 haalt ze de laatste vier in Parijs. Maar uitgerekend haar standbeen bij een fundament onder haar sterke spel kraakt. „Op een gegeven moment kon ik helemaal niet meer serveren.”

De dropshots van Bacsinszky die ze liet lopen? „Ik kon niet meer afzetten. Ik had ook angst dat het er vol in zou schieten. Maar als je in de in de kwartfinale staat en je wint de eerste set, zeg je niet: ik kap ermee.” Ach, de dokter moest er maar even naar kijken. Misschien een scan maken. Op naar Serena, die ook al niet helemaal okselfris uit haar moeizaam gewonnen kwartfinale kwam en al te serieuze vragen over Bertens resoluut afkapte. „Sweet girl”, was alles wat ze kwijt wilde.

Vroeger had Bertens er niet aan moeten denken, spelen tussen de wereldtoppers in de grootste tennisarena’s bij de grandslams. „Als kind zou ik het verschrikkelijk vinden omdat ik enorme faalangst had. Toen dacht ik: dit is niets voor mij.” Op haar dertiende, veertiende ging ze met haar coach Van der Brugghen al eens een keertje kijken op Roland Garros. „Hij vroeg of ik me kon voorstellen dat ik hier ooit zou staan. ‘Echt nooit van mijn leven’, zei ik toen.”

Maar meedoen in de top went snel. Binnen een dag stapt ze van het troosteloos leeg Court Suzanne Lenglen naar een vol Philippe Chatrier. Humberto Tan belde al voor zijn talkshow, na haar laatste twee partijen in Parijs trad ze volwassen de wereldpers tegemoet. Max, Kruijswijk, Kromo, Dafne. En Kiki. Van enige schroom lijkt geen sprake meer. „Nu kijk ik ernaar uit dat je in de halve finale van een grandslam staat, tegen nummer één van de wereld. Of er drie miljoen mensen kijken of drie, dat maakt me niet uit.”

Hoe snel het kan gaan in het vrouwentennis bewees haar tegenstandster in de kwartfinale. De 26-jarige Bacsinszky werd als opkomend talent geterroriseerd door haar vader. Ze stopte, werkte al als serveerster in een restaurant, tot ze in 2013 een uitnodiging kreeg om toch weer kwalificatie gaan spelen in Parijs. Twee jaar later stond ze zomaar in de halve finale, die ze in drie sets verloor van Serena Williams. In de schaduw van de Amerikaanse slagen weinig topspeelsters er in regelmaat in hun prestaties te krijgen. Voordat het publiek een favoriet kan kiezen is die alweer uitgeschakeld. Zoals de nummers twee (Agnieszka Radwanska) en drie (Angelique Kerber) op Roland Garros.

Verrassend, de snelle opkomst van Bertens? Niet voor Martin van der Brugghen, sinds haar zesde jaar trainer en vertrouwensman. „Dit stond al een tijdje op de planning maar het was vanwege haar fysiek steeds niet mogelijk”, vertelde hij. Als 20-jarige bestormde Bertens de top, met toernooiwinst in Fez en een 41ste plaats op de wereldranglijst. Een enkelblessure bedreigde haar carrière. Op een operatie en comeback volgde in 2014 de jobstijding dat ze een knobbel op haar schildklier had. Pas een jaar later hoorde ze dat het niet kwaadaardig was en kan ze weer ‘vrij’ aan topsport doen. Met Raemon Sluiter als extra coach kan ze harder werken dan ooit, met plezier bovendien. Haar lach zegt alles, ondanks die vervelende kuit.

    • Maarten Scholten