Opinie

    • Luuk van Middelaar

De Arabische wereld moet slagen

Vanaf 1500 heersten de Europeanen als koloniale machthebbers over Amerika, Afrika en stukken van Azië, onszelf een beschavingsmissie van kerstening en modernisering toedichtend. Die koloniale rijken zijn al een halve eeuw verleden tijd – denk voor Nederland aan het verlies van Indië in 1946-1949 – maar die klap voor ons ego hebben we lang weten op te vangen. In ons zelfbeeld bleven wij de historische en morele voorhoede, het model waarnaar de ‘ontwikkelingslanden’ zich richtten. Niet langer: wij zijn de baas, maar: iedereen wordt net als wij. Dit was de nieuwe mal voor het Europese gevoel van superioriteit; ijdelheid van de voorhoede. Intussen rent de rest van de wereld ons al twee, drie decennia aan alle kanten voorbij, qua demografie, economie, dynamiek. We stellen ons zelfbegrip haperend bij, op een defensieve manier. Tekenend voor een vroege teleurstelling was de term clash of civilizations (Huntington, 1994). Oké, onze waarden zijn niet universeel, het einde van de geschiedenis is niet uitgebroken. Op zich een nuttige bijstelling – nog niet door allen gevolgd, want superioriteitsgevoel is taai – maar dit perspectief heeft zijn eigen zwakte. Op de ijdelheid van de voorhoede volgt de verbetenheid van een belegerd bastion. Denk aan onze omgang met migratie, islam of China.

De Singaporese intellectueel en oud-diplomaat Kishore Mahbubani – hier bekend van zijn boek De eeuw van Azië – maakt als geen ander duidelijk dat we een stap verder moeten denken. Deze week sprak hij in tien Skype-minuten met architect Rem Koolhaas op het forum Re: Creating Europe in Amsterdam. Mahbubani’s uitgangspunt: er vindt geen ‘clash’ tussen beschavingen plaats, maar een ‘fusie’. Neem China. Het zal nooit een replica van Amerika of Europa worden, maar neemt in zijn moderniseringsbeweging wel stukken westerse cultuur over. In 2008 hadden 36 miljoen Chinese kinderen pianoles en 50 miljoen viool. Polio is uitgeroeid. Het westerse universitaire stelsel verspreidt zich over de wereld, inclusief de Golfstaten. Terwijl we ons terecht zorgen maken over 30.000 IS-strijders vergeten we de 200 miljoen niet-radicale moslims die alleen al in Indonesië samenleven. Mahbubani spreekt van „overlappende gebieden van gemeenschappelijkheid” (Foreign Affairs, mei-juni 2016).

In deze nieuwe wereld moet Europa een stem vinden; niet als leider, maar als deel van het geheel. We mogen dat best met enig zelfvertrouwen doen. Zoals hij in Amsterdam zei: Europa leerde de wereld hoe conflicten te beslechten en hoe armoede te bestrijden. Tegelijk geldt: Europa en Amerika vertegenwoordigen 12% van de wereldbevolking; de andere 88% zijn geen passieve toeschouwers meer, maar actieve deelnemers. Deze nieuwe wereld mentaal uitschakelen is onmogelijk. Als Europa moeten we een manier vinden om onze regionale langetermijnbelangen veilig te stellen. Al in 1993 – een jaar voor Huntington – schreef Mahbubani in National Interest: „Als Europa geen banen naar Afrika exporteert, zal Afrika Afrikanen naar Europa exporteren.” Om dezelfde reden vond hij dat we snel moesten ophouden zelfgenoegzaam naar het Arabische falen te kijken – zie je wel, ze kunnen het niet. Zijn advies, uit 1993: zoek één Arabisch land uit, het meest veelbelovende en doe een gecontroleerd experiment, bijvoorbeeld met Tunesië: open je grenzen voor al hun studenten, open je markten voor al hun producten, en kijk wat er gebeurt. Als Tunesië slaagt, wordt het een aanstekelijk voorbeeld voor Marokko, Algerije, enz. Maar het vergt een langetermijnstrategie en een besluit: we willen dat de Arabische wereld slaagt. Waar de botsing der beschaving een fatum is, is de fusie een opdracht.

    • Luuk van Middelaar