Buien met veel regen komen nu vaker voor

Klimaatverandering is niet per definitie de oorzaak.

Foto NOVUM

Het klimaat is wat je verwacht, maar het weer is wat je krijgt. Het weer is nu eenmaal grillig. Ook als de opwarming van de aarde doorgaat, is nog steeds een Elfstedentocht mogelijk. En toch zei weerman Gerrit Hiemstra naar aanleiding van de extreme regenval in het zuidoosten van Nederland en in delen van Duitsland, België en Frankrijk, woensdagavond in het NOS-journaal: „Welkom in het nieuwe klimaat.”

Hiemstra verwees naar de klimaatscenario’s die het KNMI in 2014 publiceerde. Daarin gaat het instituut in De Bilt ervan uit dat hagel en onweer in de toekomst heviger worden. Tegen het midden van de eeuw zal extreme hagel ten minste twee keer zo vaak voorkomen als in de periode 1981 tot 2010. En per graad opwarming neemt het aantal bliksemslagen bij onweer toe met ongeveer 10-15 procent.

Wetenschappers durfden niet

Maar dat is nog iets anders dan klimaatverandering aanwijzen als oorzaak voor een individuele weersgebeurtenis. Een paar jaar geleden durfden wetenschappers zoiets zelden aan. Volgens Maarten van Aalst van het klimaatcentrum van het Internationale Rode Kruis is deze tak van de klimaatwetenschap „snel volwassen geworden”.

„In het Weather Attribution Initiative, waarmee het klimaatcentrum samenwerkt, bedienen we ons van een statistische aanpak. We onderzoeken de kans op een gebeurtenis”, aldus Van Aalst. „Zo spreken we na een extreme weerssituatie bijvoorbeeld van een ‘buitengewoon kleine kans’ dat die zou zijn voorgekomen zonder klimaatverandering. Of we zeggen dat de kans erop is ‘verdubbeld’. Of dat er geen zichtbaar verband is. Maar altijd pas als we meerdere lijnen van bewijs hebben.”

Volgens Geert Jan van Oldenborgh, klimaatwetenschapper van het KNMI, zijn er nog veel onduidelijkheden. Het staat vast dat dit soort zware buien vaker zullen voorkomen. Maar over het huidige weertype zelf is hij minder zeker. „Veranderingen in weertypes zijn veel lastiger”, schrijft hij in een e-mail. „De verschuiving in de scenario’s is naar meer oostenwind in de zomer met droog weer, door de sterke opwarming van het Middellandse Zeegebied. Zo ver is het echter nog niet. En we zien geen trend in de waarnemingen.”

Hardnekkig lagedrukgebied

Wat volgens Van Oldenborgh opvalt aan het weer van nu is de hardnekkigheid van een lagedrukgebied dat al sinds 25 mei boven Europa rondzwerft, met veel onstabiele lucht er omheen. Met een Franse collega onderzoekt hij hoe uitzonderlijk dit is. Zelf heeft hij niet de indruk dat er sprake is van een trend naar meer „persistent” weer, zoals hij dat noemt. „Klimaatmodellen laten dat ook niet zien in de gevallen die we bestudeerd hebben, zoals de regen in de Donau en Elbe van 2013.”

Toch vallen er wel een paar conclusies te trekken, aldus Van Oldenborgh. „Allereerst is er het simpele feit dat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten. Hoe warmer het is, hoe meer neerslag per dag. De metingen aan ruim 300 KNMI-stations sinds 1951 laten dit ook zien. Buien zoals we die hadden (88,2 mm neerslag in Ysselsteyn, Limburg) komen daardoor nu 2 tot 4 keer vaker voor dan rond 1950.”

Van Oldenborghs collega Geert Lenderink heeft bovendien een paar jaar geleden berekend dat de ‘uursommen’ aan neerslag in Nederland, en in een deel van Europa, bijna twee keer zo snel toenemen als de ‘dagsommen’. Er valt daardoor, schrijft Van Oldenborgh „nu zo’n 30 procent meer regen per korte tijdsduur dan rond 1950. De bui regent dus sneller leeg. We denken dat daardoor ook bliksem, hagel en valwinden toenemen.” Al weet hij dat nog niet zeker.

Met El Niño – de kortstondige, snelle opwarming van het water in de Stille Oceaan – heeft het huidige weer volgens Van Oldenborgh niets te maken. Dat hadden we al eerder moeten merken. Maar het voorjaar bracht nu juist een volkomen normale hoeveelheid neerslag dit jaar.

    • Paul Luttikhuis