Bondsdag trotseert Turkse druk

Het Duitse parlement nam de genocidemotie haast unaniem aan. Turkije riep meteen zijn ambassadeur uit Berlijn terug.

Voorstander van de aanduiding ‘genocide’ met een Armeense vlag voor de Rijksdag in Berlijn. Foto Hannibal Hanschke/Reuters

Het Duitse parlement heeft de verontwaardiging van Turkije op de koop toegenomen, toen het donderdag met overweldigend grote meerderheid een resolutie aannam waarin de moord op en verdrijving van Armeniërs in de Eerste Wereldoorlog wordt omschreven als ‘volkerenmoord’ (genocide).

Ankara riep bij wijze van protest meteen zijn ambassadeur in Berlijn terug naar Ankara voor overleg. En president Erdogan, op reis in Kenia, zei dat het besluit van de Bondsdag ernstige gevolgen zal hebben voor de betrekkingen tussen zijn land en Duitsland.

Maar bondkanselier Merkel benadrukte juist dat de betrekkingen tussen Turkije en Duitsland goed zijn en dat de twee landen gedeelde strategische belangen hebben. Over de drie miljoen mensen van Turkse afkomst in Duitsland zei ze dat „zij niet alleen welkom zijn bij ons, maar deel van ons land zijn en blijven”.

De afgelopen dagen hadden politici in Turkije ervoor gewaarschuwd dat Turkse Duitsers er geen genoegen mee zouden nemen als de resolutie werd aangenomen. Ook veel Turkse organisaties in Duitsland hadden er bij de Bondsdag op aangedrongen niet voor de resolutie te stemmen.

Maar bijna de hele Bondsdag deed dat wel: er was slechts één tegenstem en één onthouding. Wel waren er enkele belangrijke afwezigen. Kanselier Merkel, minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier en vicepremier Gabriel hadden alle drie afspraken elders, waardoor ze er niet waren en ook niet hoefden te stemmen (in Duitsland maken kabinetsleden deel uit van het parlement). Zo hoopten ze mogelijk de schade aan de Turks-Duitse betrekkingen nog enigszins te beperken. Deze week heeft Merkel telefonisch zowel met president Erdogan als de nieuwe premier Yildrim over de kwestie gebeld.

Het initiatief voor de resolutie kwam van voorzitter Cem Özdemir van de Groenen, een in Duitsland geboren en opgegroeide zoon van Turkse immigranten. Bij de voorbereidingen kreeg hij steun van eerst de CDU/CSU-fractie en later ook de fractie van de SPD, de andere regeringspartij. Het kabinet was daar niet gelukkig mee, omdat men vreesde de toch al gespannen relatie met Turkije verder te belasten. Het welslagen van het akkoord tussen de Europese Unie en Turkije over de opvang van vluchtelingen is van groot belang voor Duitsland, wat de regering-Merkel afhankelijk van Ankara heeft gemaakt.

Ook de hand in eigen boezem

Juist het beeld dat Erdogan de Duitse politiek onder druk kan zetten, wilden veel leden van de Bondsdag donderdag wegnemen. Overigens steekt Duitsland ook de hand in eigen boezem in „de resolutie ter herinnering en herdenking van de volkerenmoord op de Armeniërs en andere christelijke minderheden in de jaren 1915 en 1916”, zoals de officiële naam luidt. De Bondsdag betreurt, staat in de tekst, „de roemloze rol van het Duitse Rijk, dat „als belangrijkste militaire bondgenoot van het Ottomaanse Rijk” wel op de hoogte was van de verdrijving en uitroeiing van de Armeniërs, maar „niet heeft geprobeerd deze misdaad tegen de menselijkheid te voorkomen”.

Dat de kwestie nú in het Duitse parlement aan de orde kwam en op zo’n grote meerderheid kon rekenen, heeft er ook mee te maken dat van het verzoeningsproces tussen Turkije en Armenië, dat een aantal jaar geleden veelbelovend leek, niets terecht is gekomen. Overigens wezen verschillende Duitse Bondsdagleden er gisteren op dat het hun er niet om ging met de beschuldigende vinger naar de huidige Turkse regering te wijzen. Wel noemden ze het belangrijk dat ook de Turkse Duitsers het pijnlijke proces moeten doormaken van een eerlijke omgang met het verleden – zoals Duitsland zélf dat na de Tweede Wereldoorlog ook met veel moeite heeft doorgemaakt.

    • Juurd Eijsvoogel