A’dam legde het af tegen Jac. P. Thijsse

Als het aan Amsterdam had gelegen, was natuurgebied het Naardermeer nu een vuilnisbelt. Jac. P. Thijsse greep in.

Als het aan Amsterdam had gelegen was het Naardermeer nu een vuilnisbelt. Foto’s Natuurmonumenten

Ontegenzeggelijk heeft Amsterdam grijpgrage handen. Gebiedsuitbreiding kenmerkt de stad al eeuwenlang. Neem de lotgevallen van het nabije Naardermeer, nu 110 jaar geleden als beschermd natuurgebied gered. Dat ging niet zomaar.

Het Naardermeer ligt hemelsbreed nog geen 20 kilometer van de Amsterdamse binnenstad. Dat is zo dichtbij, dat het college van B en W van Amsterdam begin vorige eeuw een lumineus plan bedacht: de centrale vuilnisbelt die aan de Kostverlorenvaart in Amsterdam-West lag, moest daar weg. Aanvankelijk was er voldoende afstand tot de bebouwing, maar razendsnelle stadsuitleg bracht de ongezonde, stinkende belt te dichtbij. In 1904 liet de toenmalige directeur van de Stadsreinigingsdienst zijn oog vallen op het Naardermeer, nauwelijks een steenworp verderop. Bovendien liep er al een spoorlijn doorheen, die naar Hilversum. Ideale optie voor de stad, dichtbij en toch ver weg.

En ach, wat was het Naardermeer waard? Natuur betekende niets voor de bestuurders. De plassen heetten ‘onvruchtbaar’. Bovendien ontdekte men in het buitenland dat na verloop van tijd vuilnisbelten vruchtbare grond opleveren. Alles leek op winst, ware het niet dat het plan uitlekte. Het college was niet waterdicht.

Zondag 13 november 1904 ving een redacteur van het Algemeen Handelsblad het gerucht op van de nieuwe bestemming van het Naardermeer tot vuilstort. Hij maakte er ultrakort melding van. Meteen sloeg natuurbeschermer Jac. P. Thijsse toe met een strijdbare ingezonden brief.

In het rijk geïllustreerde jubileumboekje ter gelegenheid van het 110-jarig bestaan van het Naardermeer gaat Marga Coesèl in op de spectaculaire reddingsactie van Thijsse onder de titel Van vuilnisbelt tot natuurmonument. Jac. P. Thijsse en het Naardermeer. Thijsses burgerinitiatief doorkruiste de gemeenteplannen. Hij droomde zich een toekomst voor het Naardermeer als ornithologisch paradijs, openluchtmuseum en laboratorium „dat de geheele wereld ons benijden zou”. En, vraagt hij zich verontwaardigd af, „mag nu Amsterdam zijn vuilnis daarover uitstrooien?” Het Album der Natuur uit 1905 steunde Thijsse: „Welk een vandalisme, dat vogelenparadijs met mest en vuilnis te vullen”.

Net als nu liet men ook toen onderzoek doen. Nadat het voorstel was uitgelekt, duurde het twee weken voordat Amsterdam met een officiële verklaring kwam de waterplas „aan te plempen met afvalstoffen van huis en straat”. Voors en tegens wisselden elkaar af. Een hoogleraar gezondheidsleer van de Universiteit van Amsterdam zag geen ‘sanitaire bezwaren’ voor de volksgezondheid van de omwonenden van het Naardermeer en praatte het college naar de mond. Maar ondertussen was het Gooi gealarmeerd: men wilde geen Amsterdams stadsvuil in hun achtertuin. Ook het katholieke dagblad De Tijd keerde zich tegen het gemeentelijke plan en eiste advies van de Gezondheidswet. Dat viel negatief uit. Alleen De Telegraaf steunde het college.

De koppigheid van Thijsses burgerinitiatief won het uiteindelijk. Opnieuw zocht hij de kolommen van het Algemeen Handelsblad om te reppen van de ‘olievlek’ die het debat inmiddels was geworden. Tegenstanders groeiden in aantal. Op 14 december zou de bijna verloren zaak van het Naardermeer uiteindelijk zijn beslag krijgen. Glimmend van zekerheid kwam het college bijeen. Maar nee, het werd een echec. Twintig raadsleden stemmen tegen, achttien voor. Het Naardermeer was gered.

Intrigerend is: wie sprak op die bewuste zondag zijn mond voorbij jegens het Algemeen Handelsblad? Dat wil je als lezer weten, liever dan de oprichting van Natuurmonumenten die met de redding van het Naardermeer samenviel. Dat is een ander verhaal. Jammer dat we niet meer helderheid krijgen over het lek in het college. Was het bewust of per vergissing? Misschien is het nooit te achterhalen. Het betekent wel dat ‘gelekte plannen’ officiële besluitvorming fiks kunnen dwarsbomen.

    • Kester Freriks