Wil Vietnam Chinese boter of wapens VS?

Zuidoost-Azië De relatie van Vietnam met de VS wordt beter, tot woede van China. Maar Vietnam lonkt naar twee kanten.

In 2014 was er een minizeeslag tussen China en Vietnam bij de Paracellen, hier gezien van een Vietnamese boot. Oanh Ha/Bloomberg

Chinese boter óf Amerikaanse wapens: Vietnam, kies maar! Chinese commentatoren en de staatsmedia maken er geen geheim van dat China onaangenaam verrast is door de „onvoorzien snelle opwarming” van de banden tussen de communistische broeder Vietnam en de Verenigde Staten.

Ruim een week na het bezoek van president Barack Obama aan Hanoi, waar hij de Chinese diplomatie verraste met de opheffing van het decennia oude wapenembargo tegen Vietnam, is in China het zoeken naar verklaringen op gang gekomen.

Nog geen half jaar geleden was de Chinese president Xi Jinping in Hanoi en sindsdien berichten de Chinese media over „het diepe politieke vertrouwen” tussen de Communistische Partijen van beide landen. Alsof de spanningen over de steeds grotere Chinese militaire aanwezigheid en de aanleg van kunstmatige eilanden in de Zuid-Chinese Zee met een paar ontmoetingen zouden verdwijnen.

„Wij moeten onze betrekkingen met Vietnam goed bekijken. Onze activiteiten in de Zuid-Chinese Zee drijven de Vietnamezen in Amerikaanse armen”, luidde de analyse van politiek commentator Zhang Mingliang in de South China Morning Post. Een voor Chinese begrippen zeldzame erkenning van verantwoordelijkheid.

Of dat nadenken over de regionale gevolgen van de opmars in de Zuid-Chinese Zee tot een koerswending leidt, is twijfelachtig. China verwacht dat Vietnam zich niet echt in de armen van de VS stort, al was het maar wegens de meningsverschillen over mensenrechten (Vietnam is een politiestaat, aldus Human Rights Watch) en de nauwe economische banden met China. „Vietnam moet bovendien kiezen tussen de vraag of het zijn economie wil ontwikkelen of dat het steeds meer wil besteden aan onbetaalbare wapendeals”, waarschuwde ook Zhang Mao, commentator van het partijblad Global Times.

Wapenwedloop

Feit is dat de Vietnamese defensie-uitgaven enorm zijn gegroeid. Tien jaar geleden gaf Vietnam 1,8 miljard dollar uit aan defensie, vorig jaar 4,6 miljard, becijferde het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI). Aan defensie geeft Vietnam volgens het gezaghebbende instituut relatief meer uit dan China: 8,3 procent van de begroting, tegenover 6,3 procent. Aangezien Vietnam nauwelijks wapens produceert, is de import verveelvoudigd. De totale waarde van de wapenimport de afgelopen vijf jaar ligt volgens het SIPRI 699 procent hoger dan in de periode 2006-2010. Volgens het SIPRI zijn de Vietnamese aankopen onderdeel van een wapenwedloop door „toegenomen spanningen tussen China en diverse landen in de regio”.

Er is één land waar de defensie-industrie de laatste jaren enorm profiteerde van de toenemende spanningen tussen Vietnam en China op de Zuid-Chinese Zee: Rusland. Vreemd is dat niet. Ook na de Vietnamoorlog bleven de militaire banden tussen de Sovjet-Unie (later Rusland) en Vietnam warm. Vanuit de basis Cam Ranh, aangelegd door de Amerikanen in de jaren zestig, hielden jagers, bommenwerpers, fregatten en onderzeeërs van de Sovjet-Unie decennialang China in de gaten. Cam Ranh raakte in verval toen de Russische macht in de jaren negentig afnam. Maar de wapenhandel met Rusland, waar veel Vietnamese officieren zijn opgeleid, ging door.

Hoe gebrand de Amerikanen erop zijn een deel van deze wapenhandel in te pikken bleek eerder deze maand. Nog voor president Obama in Hanoi het wapenembargo ophief, bezochten directeuren van de grote Amerikaanse defensiebedrijven Boeing en Lockheed Martin een besloten wapen- en defensiebeurs, meldde persbureau Reuters.

Wennen aan materieel kost jaren

De kans dat het Vietnamese politbureau de Russische Kilo-onderzeeërs en Soechoj-straaljagers rigoureus inruilt voor Amerikaans materieel is klein. Wie gewend is met Russische systemen te trainen en te vechten, schakelt niet zo maar over op Amerikaans spul, constateerde Anton Tsvetov van de Russian International Affairs Council vorig jaar in een artikel voor The Diplomat. „Vietnam zou decennia nodig hebben zich aan te passen aan nieuwe hardware”, aldus Tsvetov. En: te nauwe banden met de VS zouden de woede van China – dat geen zin heeft in een Amerikaanse proxy-marine zo dichtbij – kunnen wekken.

Het ligt meer voor de hand dat Vietnam probeert te balanceren: genoeg in de VS winkelen om op goede voet met Washington te leven, genoeg van Rusland kopen om niet door de VS te worden ingepalmd. Vooral door geld en loyaliteit te verdelen kan Vietnam een grotere rol spelen in de Zuid-Chinese Zee. Om de Chinese gemoederen te bedaren sprak de Vietnamese premier Nguyen Xuan Phuc kalmerende woorden – met een waarschuwende ondertoon. „Vietnam wil geen wapenwedloop. Vietnam wil wel zijn soevereiniteit waarborgen, bij voorkeur met vreedzame en diplomatieke middelen.” Met andere woorden: Vietnam hoeft geen militaire bedreiging voor China te zijn, zolang China zich niet in Vietnamese wateren begeeft.

Vietnam is weliswaar klein, we zijn niet zwak

Vietnamese demonstrant

Hoe gevaarlijk het kan zijn als het echt tot geweld komt in de Zuid-Chinese Zee, ondervond Vietnam in 2014. Een Chinees boorschip zocht naar olie bij de ook door Vietnam geclaimde Paraceleilanden. Vietnamese schepen probeerden de Haiyang Shiyou 981 te verdrijven. Er ontstond een minizeeslag met Chinese volgschepen. De Chinezen en Vietnamezen ramden elkaar en spoten met waterkanonnen. Een Vietnamees schip zonk, wat tot woedende reacties in Vietnam leidde. Chinese en Taiwanese fabrieken werden bestormd, bezet en in brand gestoken. Fabrieksterreinen moesten dicht. Chinese autoriteiten evacueerden halsoverkop drieduizend Chinezen uit Vietnam. Uiteindelijk maakte de Vietnamese regering hardhandig een einde aan de protesten. Maar het punt was gemaakt. Zoals een demonstrant, volgens journalisten van Reuters, toen op een spandoek schreef: „Vietnam is weliswaar klein, we zijn niet zwak.”

Vietnam mag dan niet zwak zijn en de maritieme dominantie van China bevechten, de kortstondige onrust liet ook zien hoezeer Vietnam de afgelopen jaren verstrengeld is geraakt met China. Door de rellen leed Vietnam economische schade. Het Taiwanese Foxconn heeft niet alleen in China maar ook in Vietnam grote fabrieken. Hetzelfde geldt voor ’s werelds grootste sportschoenenfabrikant Yue Yuen. Gympen van Nike of smartphones van Samsung zijn deels Chinese, deels Vietnamese producten. Door de lagere lonen in Vietnam besteden de Chinese en Taiwanese productiereuzen steeds meer klussen uit aan Vietnamese fabrieken. Lucratief voor Vietnam, maar het maakt het land afhankelijk van de grote communistische broeder in het noorden.

Productiereuzen

Ook op dat vlak probeert Vietnam een aangenamere balans te zoeken tussen de economische wereldmachten China, de VS en Japan. Bewust is Vietnam wél en China geen partij bij het Trans-Pacific Partnership (TPP), het vrijhandelsverdrag tussen landen aan de Stille Oceaan. Een handelspolitieke ontwikkeling waardoor China zich weer omsingeld voelt, maar waarop het niet meteen een antwoord heeft.

TPP moet door de deelnemende landen nog worden geratificeerd. Economen verwachten dat van de twaalf landen die het verdrag getekend hebben Vietnam het meest profiteert: het heeft de laagste gemiddelde lonen en een aantal grote fabrieksterreinen. Als TPP in werking treedt, groeit het Vietnamese bbp door de aantrekkende handel met 11 procent, oftewel 36 miljard dollar, berekenden economen van de denktank Eurasia Group onlangs. Die cijfers zijn voorspellingen, maar voor Vietnamese politici is het een mooie uitkomst van uiterst behendig manoeuvreren op het kruispunt van een oude en een nieuwe grootmacht en zowel boter als wapens binnen te halen.

    • Melle Garschagen
    • Oscar Garschagen