Tsjaikovski’s verborgen verlangens

Regisseur Stefan Herheim brengt op het Holland Festival de opera ‘Pique Dame’: 12 personages werden één man.

Scène uit Tsjaikovski’s opera ‘Pique Dame’ in de regie van Stefan Herheim. De operapersonages zijn manifestaties van Tsjaikovski’s identiteit. Foto Karl en Monika Forster

Hoeveel personages telt Tsjaikovski’s opera Pique Dame? Het conventionele antwoord luidt: een stuk of twaalf, met in de voornaamste rollen een tenor (de outsider Herman) die een sopraan (de ongelukkige Liza) wegkaapt bij een bariton (de bezorgde prins Jeletski). Een mezzosopraan vertolkt de geheimzinnige oude gravin, in het bezit van een gouden formule van drie kaarten die winst belooft in het kaartspel. Om een acceptabele partij voor Liza te zijn, wil Herman met deze formule een fortuin maken. Het loopt slecht af.

Vraag de Noorse regisseur Stefan Herheim hoeveel personages er straks te zien zijn in de nieuwe productie Pique Dame van het Holland Festival en De Nationale Opera, en zijn antwoord luidt: slechts één, namelijk de componist Tsjaikovski. Hij legt het uit, na afloop van een repetitie in het Amsterdamse operagebouw: „In deze opera wordt met grote vertwijfeling verlangd naar iets wat buiten het bereik van de personages ligt. Meteen aan het begin klinkt een kwintet waarin iedereen zingt: ik ben bang, ik ben bang en ik weet niet waarom.”

Tsjaikovski schaamde zich

Herheim legt een verband met het leven van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (1840-1893). „Tijdens het componeren van deze opera was hij een van de rijkste en meest gewaardeerde componisten van de negentiende eeuw, alleen bracht hem dat geen geluk. Hij schaamde zich voor zijn homoseksuele gevoelens die hij niet kon uiten, was depressief en vluchtte in zijn werk. Kort na zijn wanhopige huwelijk met een vrouw deed hij een eerste zelfmoordpoging. Een mens die aan zijn diepste wensen en gevoelens geen uitdrukking kan geven, dat is een eeuwig actueel thema.”

Deze regisseur brengt zulke verborgen afgronden graag aan het licht. Het decor van zijn keuze is een luxe muziekkamer met open haard, vergelijkbaar met een werkkamer zoals Tsjaikovski’s beroemde mecenas Nadezjda von Meck ter beschikking had kunnen stellen: met die rijke dame wisselde Tsjaikovski 1.200 brieven uit, maar hij weigerde haar ooit in het echt te ontmoeten.

In een vernuftige choreografie gaan deuren, spiegels en muren schuiven, loopt de continu op het toneel aanwezige componist rond als in een doolhof van de ziel, en verschijnen de operapersonages als manifestaties van Tsjaikovski’s identiteit.

Zo’n consequent doorgevoerde vorm van metatheater in een historische context is Herheims specialiteit. In Bayreuth ensceneerde hij in 2008 een luid bejubelde Parsifal, waarin het soms dubieuze verleden van de Bayreuther Festspiele werd verbonden aan de persoon Wagner. En in 2011 toonde hij bij De Nationale Opera in Amsterdam een briljante non-lineaire Jevgeni Onjegin, waarbij heden en verleden in Tsjaikovski’s opera door elkaar liepen én de negentiende- en twintigste-eeuwse geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie op virtuoze wijze werd getoond.

Dat husselen van tijdlijnen bereikte Herheim bij Jevgeni Onjegin mede door bij aanvang eerst muziek uit de derde akte te laten klinken via speakers, waarna het orkest de eigenlijke beginmaten kon inzetten. Zo’n muzikale ingreep vergde wel enige coördinatie met de dirigent. In de bak zat toen het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Mariss Jansons. Dezelfde musici zijn wederom present bij Pique Dame.

Regisseur met fantasie

„Stefan Herheim is een zeer interessante regisseur met veel fantasie”, beaamt Jansons. „Hij kent de partituur altijd door en door, en zijn keuzes probeer ik met veel respect te volgen.” De Letse dirigent zit in de lobby van hotel Waldorf Astoria, waar hij al weken verblijft: Jansons neemt het operaproces altijd zeer serieus, woont pianorepetities bij en volgt regierepetities vanuit de zaal. Drie repetities met zijn oude Concertgebouworkest, dat hij in 2015 als chef verliet, heeft hij erop zitten.

„Het voelt goed om bij dit orkest terug te zijn. We waren heel hecht. Ik bleef bij mijn andere orkest, het Orchester des Bayerischen Rundfunks, omdat ik daar in München een felle strijd voerde om een nieuwe concertzaal. Gelukkig is nu bevestigd dat die zaal er komt, anders was ik misschien aan mijn keuze gaan twijfelen. Gek genoeg heb ik met een orkest minder nu toch niet méér tijd over.”

Opera bijvoorbeeld vreet tijd. „Maar dat heb ik er graag voor over. Pique Dame is helaas niet zo populair, maar ik vind die opera zelfs nog mooier dan Jevgeni Onjegin: het werk heeft nog veel meer drama, bij aanvang gaat mijn temperatuur meteen omhoog. Herman bijvoorbeeld wordt verscheurd door zijn liefde voor Liza en zijn obsessie voor het kaartspel; dat contrast kun je als dirigent mooi uitspelen.”

Wat vindt Jansons van Herheims interpretatie dat Tsjaikovski al zijn verborgen verlangens in de opera verwerkte, en elk operapersonage een representant is van een verdrongen identiteit? Hij toont een brede lach. „Ik zou niet weten hoe homoseksuele muziek klinkt. Dat vind ik een wat letterlijke interpretatie, zoiets laat ik liever aan een regisseur over. Maar niemand schreef zulke mooie melodieën als Tsjaikovski, die inderdaad het resultaat zullen zijn geweest van een grote innerlijke tragedie.”

Het is juist dat dieper graven dat Herheim nu in de problemen brengt. Hij maakt een moeilijk repetitieproces door. Herheim verzucht: „De zangers komen grotendeels uit Rusland, Oekraïne en Bulgarije, landen met een vanuit westers opzicht veel conventionelere theatertraditie. Bovendien spreekt iedereen Russisch behalve ik, dat maakt het uitleggen van mijn visie en het experimenteren een stuk lastiger.”

Kan Jansons wellicht bemiddelen? „Deze zangers zijn hun hele leven gewend om één richting uit te zingen, en nu moeten ze opeens een andere kant uit”, verklaart de dirigent. „Zo’n proces kost nu eenmaal tijd. Maar de productie zal zeker groeien, ook muzikaal. Ik raad het premièrepubliek altijd aan om ook een van de laatste voorstellingen te zien.” En met wederom een brede lach: „Bovendien is hij toch de regisseur, de zangers zullen moeten doen wat hij vraagt!”

Herheim neemt daarmee geen genoegen. „Zangers hebben begrijpelijkerwijs de angst dat het publiek niet zal snappen wat ze op het podium doen. De reflex is dan groot om terug te vallen op conventies. Des te belangrijker is het dat er een groot vertrouwen heerst in het geheel, waar ieder een belangrijk deel van uitmaakt. Als een zanger doet wat ik wil maar er zelf eigenlijk niet in gelooft, kan het fraaiste kostuum en het mooiste toneellicht daar niet tegenop.”

Tsjaikovski perfect zingen én gedetailleerd acteren, is veeleisend. Herheim beaamt: „Als kunstvorm is opera zijn eigen grootste vijand.”

Dat het Jansons’ favoriete Russische opera is, begrijpt Herheim vanuit een muziekdramatisch standpunt heel goed. „De partituur heeft veel contrasterende kleuren. Maar dramaturgisch wordt het een enorme uitdaging, juist ook omdat we Tsjaikovski’s zielenroerselen centraal plaatsen. Het moet geen psychoanalyse worden maar een esthetische vertoning van iets wat met woorden niet valt uit te leggen. Muziektheater gaat voorbij het rationele. Zoals Oscar Wilde al wist: ‘De muziek is de meest volmaakte kunstvorm, ze verraadt nooit haar laatste geheim.’”

    • Floris Don