Trump als hype

Donald Trump trok deze week weer de aandacht met felle aanvallen op de pers.

fritsabrahams0
Op een persconferentie betitelde hij de houding van de nieuwsmedia tegenover hem als „oneerlijk” en „unfair” en schold hij een ABC-reporter uit voor „smeerlap”, terwijl hij een andere journalist sarcastisch „schoonheid” noemde.

Toen daarop een journalist hem vroeg of het Amerikaanse publiek dezelfde „dynamiek” straks van hem in het Witte Huis kon verwachten, antwoordde hij: „It’s going to be like this. I’m not changing.

Trump lag onder journalistiek vuur omdat hij traag was geweest met het doorgeven van donaties die hij ingezameld had voor oorlogsveteranen. Hij begon het geld (5,6 miljoen dollar) pas over te maken toen de Washington Post gemerkt had dat hij het vier maanden lang had uitgesteld.

Dat belooft nog wat als hij het Witte Huis haalt – maar komt het zover? In veel polls heeft Trump een lichte voorsprong op Hillary Clinton. Toen ik dat voor het eerst las, wreef ik even in mijn ogen. Nu al? De verkiezingsstrijd moet nota bene nog op gang komen. Dat hij het bij de Republikeinen gaat winnen, is al een wonder dat bijna niemand heeft durven voorspellen, maar moet straks ook Hillary eraan geloven?

The New York Times liet in een reportage zien dat het nog lang geen gewonnen koers is voor Trump. De krant bracht vier cruciale gebieden in kaart waar Trump grote tegenstand kan verwachten: Florida, de Upper Southeast (o.a. North en South Carolina), de Rust Belt (een gebied met groot industrieel verval in o.a. Pennsylvania, Ohio, Michigan ) en de Interior West (o.a. Arizona, Colorado). Bij een handvol overwinningen in de Rust Belt-staten zou Trump Florida mogen verliezen en toch president kunnen worden.

Twee aspecten in de reportage vielen me op. De tegenzin waarmee veel kiezers beweren op Hillary te zullen stemmen: ze is „onbetrouwbaar”, maar alles is beter dan Trump. De sombere vaststelling van de NYT dat „het ooit ondenkbare op zijn minst aannemelijk” is geworden: Trump als president.

Gewapend met deze kennis ging ik naar de Rode Hoed in Amsterdam, waar Amerika-kenner Maarten van Rossem een tweede lezing gaf over de verkiezingen. Lezing bleek een wat al te deftig woord voor zijn conference-achtige, geïmproviseerde toespraak, waarin tal van publieke personen – van Fortuyn en Plasterk tot Twan Huys – over de knie gingen. Van Rossem heeft de gave om lang van stof te zijn zonder langdradig te worden.

Toen ik hem in de pauze sprak, bleek ook hij de reportage in de NYT gelezen te hebben. Hij was er minder ongerust van geworden dan ik. Als de opkomst van de kiezers zo groot is als in 2008 of 2012 moet Hillary kunnen winnen, veronderstelde hij. „Zo niet, dan kan ik er niet voor instaan.” Dan zou de man die hij als „vulgaire proleet” omschreef, zomaar kunnen winnen.

Hij zou zelf Hillary stemmen, maar zonder veel liefde. Ze is voor hem te veel ‘de vrouw van’: „En dan gaat ze hem ook weer terughalen voor de economie.”

Van Rossem hekelde de mediahypes die vooral de televisie in verkiezingstijd kan veroorzaken. „Het gevaar is dat in Amerika net zo’n mediahype rond Trump ontstaat als destijds bij ons rond Fortuyn.” Trump deed hem in veel opzichten aan Fortuyn denken. Mij frappeert vooral hun beider haat-liefdeverhouding met de media.

    • Frits Abrahams