The Strokes, Clapton: dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

Verder uit elkaar vind je het niet: de vier ballen voor Marissa Nadler en Vektor. Verfijning en passie hoor je ook in de pianobewerkingen van Wagner, gespeeld door Camiel Boomsma.

  • ●●●●

    Marissa Nadler: Strangers

    strangers

    Pop: De stem van Marissa Nadler is een engelachtig instrument, dat glijvluchten maakt over een spaarzaam landschap. Soms wordt die stem gedragen door een sonore cello-lijn, soms door weinig meer dan een murmelende piano, of vibrerende gitaartoon. Nadler is een Amerikaanse zangeres/gitariste, die inmiddels zeven albums maakte. Haar vorige, July (2014), kreeg al veel weerklank, de nieuwste, Strangers, is nog verfijnder. Dankzij de slaperigheid in haar stem, herinnerend aan de zang van Lana Del Rey, is de sfeer licht decadent, en tegelijk verheven. Dat verhevene ontstaat door de instrumentaties die net als haar stem, gedrenkt zijn in galm. Prachtige nummers als ‘Janie In Love’ en ‘Divers Of The Dust’ hebben langzame melodieën met onnadrukkelijke wendingen. Nadler zingt met zichzelf en zorgt voor een smeulende schoonheid. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    The Strokes: Future Present Past

    futurepresentpast

    Pop: Wie had gedacht dat Julian Casablancas, koning van de nonchalance, ooit zou zingen als Matt Bellamy (van Muse), koning van de extatische gilzang? Maar zowaar, op de nieuwe EP, Future Present Past, waagt Casablancas, zanger van The Strokes uit New York, zich aan brede uithalen in het refrein van ‘Oblivius’. Er er zijn meer vocale gedaanten: Casablancas als dreinend kind of als Iggy Pop in de parlando-opening van ‘Threat Of Joy’. En als zichzelf, gelukkig: de Casablancas die we kennen van debuut Is This It (2001). De scheermes-stem is terug. Het is te vroeg om op basis van de drie nummers (de vierde is een remix) van deze EP te stellen dat The Strokes hun oervorm hebben teruggevonden. Maar in de nieuwe nummers horen we een verrassende hoeveelheid muzikale ideeën: van gierende gitaarsolo tot kletterende synthesizer tot kermend orgel en lichtvoetige drums. De band heeft er een hecht en opwindend geheel van gemaakt. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Camiel Boomsma: Richard Wagner: Porazzi

    porazzi

    Klassiek: Bedwelmde orkestkleuren, extatische zangers, het zijn belangrijke ingrediënten die Wagners opera’s eeuwigdurende populariteit schenken. In het tijdperk ver vóór Spotify leken pianotranscripties vooral van nut om in de huiskamer van Wagners werken na te kunnen genieten. Toch hebben de bewerkingen van onder meer Liszt en Louis Brassin (1840-1884) wel degelijk ook een artistieke meerwaarde, zoals Camiel Boomsma aantoont. Het lijnenspel is zonder afleiding van de zangteksten des te helderder te volgen. En de stiltes worden in het voorspel van Parsifal door de relatief korte pianoaanslag veel langer, wat de muziek een nog meditatievere uitwerking geeft. Sowieso lijkt Boomsma van nature bedachtzaam. Dat geeft de gepassioneerde passages uit ‘Götterdämmerung’ een zekere onderkoelde ondertoon, hoezeer de vele arpeggio’s en trillers ook een kolkend orkestraal timbre imiteren. Floris Don

  • ●●●●

    Vektor: Terminal Redux

    terminalredux

    Metal: Ooit was thrash metal de grootste en belangrijkste stroming van alle harde genres. Maar de tijd dat grote thrash-bands als Slayer of Megadeth, spannende muziek maakten is lang voorbij, en nieuwe vlaggendragers zijn er nauwelijks. Gelukkig is er Vektor. Hun progressieve thrash metal heeft op Terminal Redux alles wat het genre zo aantrekkelijk maakt, zonder de klassiekers te herkauwen. Ze vinden liever uit hoe ze herkenbare thrash-elementen – razendsnelle riffs, weelderige solo’s en een notendichtheid zo ondoordringbaar als de Amazone – kunnen combineren met jazzy passages, hemelse Hair-koortjes en harmonieuze gitaarlijnen. Vooral in ‘Ultimate Artificer’, ‘Pillars of Sand’ en ‘Charging the Void’ laat Vektor horen hoe knap ze ouderwets headbangbare muziek fris en spannend houden. Peter van der Ploeg

  • ●●●●●

    Nihil Novi: Marcus Strickland’s Twi-Life

    Marcus

    Jazz: De mix van jazz met elektronica, soul en hiphopgrooves voorziet jazz al enige jaren van nieuwe inhoud. Musici als Robert Glasper en Jose James rekken hun jazz op met warme vocalen op intelligente ritmepatronen. En ook de veelzijdige Amerikaanse saxofonist Marcus Strickland volgt nu die, vaak aardig overgeproduceerde urbanjazzroute. De nabewerking met stemsamples en het creëren van verschillende lagen is er minstens zo belangrijk bij als ‘gewoon’ een goede saxofoonpartij. Stricklands Nihil Novi is een intelligente crossover die weliswaar op veel gedachten hinkt, maar relevant genres mengt. In bassiste Meshell Ndegeocello vond hij een producer die de klankreis langs afrobeat, funk, r&b, gospel en hiphop overziet. Met gastmusici als Glasper, topdrummer Chris Dave en meesterbassist Pino Palladino valt het bijna niet mis te gaan. Bezwaar is dat Strickland zijn spel vaak onderschikt maakte aan de heupwiegende flow. Amanda Kuyper

  • ●●●●●

    Paul Simon: Stranger to Stranger

    strangertostranger

    Pop: Paul Simon (74) keert terug naar Graceland-achtige sferen met veel percussie, galmende omgevingsgeluiden en de droge ‘You Can Call Me Al’-humor van ‘Wristband’. Afwijkend van zijn hoogstaande maar inmiddels wel bekende songschrijverspraktijk wordt het pas in ‘Insomniac’s Lullaby’ waar hij gebruik maakt van het zelfgebouwde instrumentarium van avant-gardecomponist Harry Partch voor een spookachtig liedje. Lees hier de hele recensie: ‘Simon, Clapton en White zijn er nog, maar grijs en ongevaarlijk’

    Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Eric Clapton: I Still Do

    istilldo

    Pop: Clapton (71) zingt: „I just keep playing these blues / hoping that I don’t lose.” Precies zo voorspelbaar is zijn album met een paar J.J. Cale-covers, een handvol bluesklassiekers en muziek die gezapig voortkabbelt. Lees hier de hele recensie: ‘Simon, Clapton en White zijn er nog, maar grijs en ongevaarlijk’

  • ●●●●●

    Tony Joe White: Rain Crow

    raincrow

    Pop: Tony Joe White (72) maakt gewoon waar hij het beste in is: zompige swamprock die in de loop der jaren hooguit nog wat onderuitgezakter is gaan klinken. Tenminste drie van de tien songs op Rain Crow kunnen tippen aan het zuigende moerasgevoel van ‘Polk Salad Annie’. Daarmee komt White het dichtst bij de spirit van ’69, toen er nog gevaarlijke muziek gemaakt werd. Lees hier de hele recensie: ‘Simon, Clapton en White zijn er nog, maar grijs en ongevaarlijk’

    • Roderick Nieuwenhuis
    • Peter van der Ploeg