Spookmuziek van Mogwai bij rampenfilm

De Schotse postrockband Mogwai speelt op het Holland Festival live de soundtrack bij Atomic, een uit archiefbeelden samengestelde documentaire over de angsten en spanningen in het atoomtijdperk.

Muziek van koppige Schotten: Mogwai Foto Brian Sweeney

Het belang van songtitels in de popmuziek is overschat, vinden de leden van de Schotse postrockband Mogwai. Hun muziek is abstract, deels geïmproviseerd en niet zelden bedoeld om de luisteraars te ontregelen. Aan zang en songteksten doen ze zelden. Hun muziekstukken dragen vreemde, zomaar uit de lucht gegrepen titels als I’m Jim Morrison, I’m Dead en Kids Will Be Skeletons.

Aan de betekenis hoeft niet te veel waarde gehecht te worden, zei gitarist en bandleider Stuart Braithwaite over de impulsieve manier waarop ze hun muziek van titels voorzien. Zoals de band bij de oprichting (Glasgow, 1995) zonder traceerbare reden werd genoemd naar de fictieve harige wezentjes uit de film Gremlins.

Maar nu, op Mogwais negende album Atomic, dragen de songs serieuze en functionele titels als Bitterness Centrifuge en Pripyat. Ze verwijzen naar scènes uit de film Atomic, Living in Dread and Promise waarbij Mogwai de soundtrack live komt spelen op het Holland Festival. De geheel uit archiefmateriaal samengestelde film werd in opdracht van de BBC gemaakt door filmmaker Mark Cousins, die eerder de vijftiendelige documentaire The Story of Film: An Odyssey samenstelde. Zeventig jaar nadat de bom was gevallen op Hiroshima wil Cousins een vlammend portret presenteren van het atoomtijdperk.

Dreigend slagwerk en pianotonen als de piepjes van een geigerteller begeleiden een voorlichtingsfilmpje uit de jaren vijftig, waarin een bezorgd ogende presentator het tv-publiek toespreekt. „De regering heeft besloten dat het bij de huidige internationale spanning belangrijk is om te weten hoe burgers zich kunnen beschermen tegen de gevaarlijke effecten van een nucleaire aanval.”

Een man ziet een lichtflits en duikt achter de sofa. Een deur wordt afgeschermd met planken. Een vrouw zet blikken voedsel in de voorraadkast. Een man schildert een raam wit. „Het is mogelijk uzelf en uw familie te behoeden voor onheil”, vervolgt de presentator met een bezorgde frons op zijn voorhoofd. De hilarisch naïeve instructies voedden de angst die de Koude Oorlog onder de mensen zaaide. Cousins monteerde het archiefmateriaal tot een hypnotiserende beeldcollage. Mogwais muziek klinkt stemmig en majestueus.

Van Madame Curie tot de MRI-scan, van Nagasaki tot Fukushima belicht Atomic de verworvenheden en de gruwelen van nucleaire toepassingen. „Hiroshima was de obscene dreun die het atoomtijdperk deed ontvlammen”, schrijft Mark Cousins op de hoes van het album. „Er klinkt hoop uit de muziek van Mogwai, maar ook de afgrond, de poel van ellende. Het paradijs, en hoe het verloren ging.”

Na hun soundtrack bij de voetbaldocumentaire Zidane, Un Portrait du 21e Siècle (Douglas Gordon en Philippe Parreno, 2006) heeft Mogwai een reputatie hoog te houden op het gebied van meeslepende, beeldversterkende filmmuziek. Alleen multi-instrumentalist Barry Burns is een geschoold muzikant. De andere bandleden – gitarist Stuart Braithwaite, bassist Dominic Aitchison en drummer Martin Bulloch – zijn autodidact en inmiddels bepaald geen ondermaatse instrumentalisten. Op de Atomic-soundtrack worden ze bijgestaan door hoornist Robert Newth en violist Luke Sutherland, die nieuwe mogelijkheden toevoegen aan Mogwais minder dan ooit door gitaren gedomineerde muziek.

Dreigende synthesizers en een pruttelende fuzzgitaar domineren het muziekstuk Pripyat, genoemd naar de plaats in Noord-Oekraïne die een spookstad werd na de evacuatie in 1986 bij de ramp met de nabijgelegen kernreactor in Tsjernobyl. In U-235 verklankt Mogwai met zoemende noten en zachte percussietikken de eigenschappen van het isotoop uranium-235, zoals gebruikt in de bom op Hiroshima. Anders dan gebruikelijk in hun vaak naar een explosie van energie en volume toewerkende muziek volgt er hier geen ontlading. Eén ding is zeker: concerten van Mogwai eindigen altijd loeihard en het gebruik van oorbescherming wordt aangeraden.

In het voor Mogwaibegrippen zoete nummer Are You a Dancer? veroorlooft de band zich een frivoliteit. Opeens is daar de tremologitaar en het overbekende melodietje uit de Blondie-hit Atomic. Gespeeld in mineur is het een knipoog naar de ‘platte’ popcultuur die normaal geen vat heeft op Mogwais hogelijk originele muziekpraktijk. Op het podium cijferen ze zich zoveel mogelijk weg en staan ze vaak met de ruggen naar het publiek. „We willen de muziek niet in de weg staan”, zei Braithwaite daarover. „We zijn geen aandachttrekkers.”

Niet alle muziek die Mogwai live zal brengen bij de film, staat op het Atomic-album. Er is beperkte ruimte voor improvisatie, al heeft de band zich meer dan ooit te houden aan de timing en de opeenvolging van muzikale thema’s die hun door de filmbeelden worden opgelegd. In het Muziekgebouw aan ’t IJ zal het een voordeel zijn dat de bandleden geen dringende behoefte hebben om zich als popsterren te laten gelden.

Praten over muziek heeft weinig nut, zei Stuart Braithwaite in een eerder interview met deze krant. „In het begin maakten we lawaai om het lawaai, in overeenstemming met onze koppige Schotse natuur. De verrassing van dat herrieschoppen is er nu wel af. Steeds vaker streven we naar een evenwichtige opbouw van de nummers. Het is geen schande om welluidende muziek te maken; daarom sleutelen we tegenwoordig veel langer aan de klank en de instrumentatie van onze muziek dan in het begin. Soundtracks zijn bevredigende projecten om met hart en ziel aan te werken. Die filmjongens nemen geen genoegen met muziek die piept en kraakt in zijn voegen. Tenzij het móét piepen en kraken, natuurlijk.”

    • Jan Vollaard