Speelt die klarinettist op een strijkstok?

Nadar speelt twee stukken die de grenzen van muzikale performance opzoeken.

„Het ensemble wordt graag gemarteld.”

Het Nadar Ensemble speelt Mirror Box Extensions, over identiteit en de verhouding tussen lichaam en instrument. Foto Kobe Wens

Het Nadar Ensemble is aan het joggen. De crème de la crème van de Belgische nieuwe muziek rent in een rijtje over het podium, rondom hun eigen instrumentarium. Ze raken buiten adem. Het publiek in kunstencentrum Godsbanen in het Deense Aarhus kijkt ademloos toe. Af en toe stopt een van de musici om een vlammende piccolosolo te spelen, hijgend en wel. En vervolgens weer verder te rennen. Langs de minifilmstudio rechts op het podium, langs de geluidsstudio links, waar audio en video van de voorstelling deels live worden gegenereerd.

„Dat was echt heel vreemd, dat joggen”, zegt Pieter Matthynssens (1981), cellist en artistiek leider van Nadar, na afloop. Hij kijkt regisseur Thierry Bruehl aan. „Dat was niet aardig van je.” Bruehl lacht zijn vileine grijns. „Het ensemble wordt graag gemarteld.”

Nadar speelt op het Holland Festival twee stukken die de grenzen van muzikale performance opzoeken. Stefan Prins (1979) schreef Mirror Box Extensions, over identiteit en de verhouding tussen lichaam en prothese (oftewel instrument). Componist Michael Beil (1963) en regisseur Thierry Bruehl (1968) maakten samen Bluff, een hilarische aanwezigheidsrite annex pastiche van het concertritueel. Een concert kun je het eigenlijk niet noemen, deze double bill van Nadar. Maar de term ‘muziektheater’ wekt ook niet de juiste verwachtingen. Wat is het dan wel?

De stukken zijn gemaakt voor de Donaueschinger Musiktage 2015. Hoewel de esthetische uitgangspunten verschillen, gaan beide over thema’s als aan- en afwezigheid en representatie. Verder delen de stukken de ongewone combinatie van bewegingstheater, videokunst en avant-gardemuziek. Extravagante elektronica en akoestische instrumenten gaan eigenaardige verbintenissen aan – is die violist nu een hologram? Speelt die klarinettist op een strijkstok? Je bent zelden zeker van wat je ziet en hoort.

„Iedere musicus heeft hiervoor drie of vier paar hersenen nodig”, zegt Bruehl. „Ze moeten weten in welke maat ze zijn, ze moeten de juiste noten spelen én ze moeten bewegen. En dan ook nog contact maken met het publiek.”

Fascinerend is het wel. Op zeker moment spurt de pianiste naar de vleugel, speelt een krankzinnig virtuoze arabesk en springt na een belletje onmiddellijk weer overeind en gaat met een ouderwetse autotoeter in de weer. Dat staat allemaal in de partituur. „Zulke musici zijn een groot cadeau voor componisten”, zegt componist Beil. „Je vraagt ze dingen te doen die niet kunnen en vervolgens willen ze méér.”

„We begeven ons behoorlijk ver uit onze comfortzone”, geeft Matthynssens toe. „Maar waar veel nieuwe muziek blijft steken in abstractie is het verhalende element voor Nadar altijd belangrijk.”

Componist Stefan Prins, samen met Matthynssens artistiek leider van Nadar, promoveert aan Harvard op multimediale muziek. Mirror Box Extensions is voortgekomen uit zijn fascinatie voor technologische en mediale ontwikkelingen in de samenleving. „Onze identiteit is opgedeeld geraakt in allerlei verschillende delen”, zegt Prins. „We hebben een fysieke identiteit, maar ook identiteiten op Facebook, Twitter, datingsites. Bij elkaar opgeteld vormen die een nieuwe, hybride identiteit. Ik oordeel niet, maar dat is onze wereld. Die wil ik laten zien.”

De intrigerende scenografie van Mirror Box Extensions heeft Prins ontwikkeld in samenwerking met Marieke Berendsen (tevens Nadar-violiste). De op lange gordijnen geprojecteerde beelden lijken rechtstreeks van het podium te komen, maar blijken bij nader inzien toch net niet te kloppen – er ontbreekt ergens een instrument, of een musicus. Het labyrint van projecties doet denken aan een raadselachtig spiegelpaleis, of aan een zoek-de-verschillen-plaatje.

In Bluff gaat het om allerlei „goede en foute combinaties” van geluid en video, die in een complexe relatie tot elkaar staan, aldus Beil. Dat klinkt abstract, maar in de praktijk is het verrassend grappig. Zelf zijn Beil en Bruehl ook een soort komisch duo. De kalme componist Beil wil de interactie tussen live muziek en video tot op de millimeter berekenen. De flamboyante theaterman Bruehl maakt een wegwerpgebaar: „Het moet gaan leven!”

    • Joep Stapel