Maanwater komt van planetoïden

Verreweg het meeste water in het gesteente van de maan is afkomstig van planetoïden die in de eerste 200 miljoen jaar van zijn ontstaan insloegen. Het water is dus niet meegekomen toen de maan uit de aarde ontstond. En het komt ook vrijwel niet van ingeslagen kometen.

Het gaat hier om het water dat in maangesteente opgesloten is. Dat werd ontdekt in maanstenen die de Apollo-missies (1969-1972) meebrachten naar de aarde. Er is ook ‘vrij’ waterijs op de maan – na jaren speculatie in 2010 aangetoond in een extreem koude, diepe krater op de zuidpool. Dat water komt waarschijnlijk wel van kometen.

Volgens de meest gangbare theorie is onze maan gevormd uit gesteente dat de ruimte in werd geblazen toen de aarde kort na haar ontstaan (4,5 miljard jaar geleden) in botsing kwam met een kleinere planeet. Dat uitgestoten gesteente moet heel heet zijn geweest, waardoor het maar weinig weinig water en stikstof kan hebben bevat.

De onderzoekers beschreven dinsdag online in Nature Communications hoe ze bestaande gegevens van de isotopensamenstelling van maangesteenten en meteorieten gebruikten om de herkomst van het ingesloten maanwater te achterhalen. Isotopen zijn atomen van één chemisch element, waarvan het aantal neutronen in de kern verschilt.

Hemellichamen uit verschillende delen van ons zonnestelsel vertonen uiteenlopende isotopenverhoudingen. Uit die verschillen tussen planetoïden en kometen volgt dat het aandeel van kometen in het maanwater hooguit 20 procent zou bedragen.

    • Eddy Echternach