Opinie

    • Zihni Özdil

JSF had ónze hightech moeten stimuleren

Een leuke urban myth gaat over hoe president Kennedy NASA miljoenen gaf om een pen te ontwikkelen die ook in de gewichtsloze ruimte kon schrijven, terwijl Chroesjtsjov zo snugger was om zijn kosmonauten simpele potloden – die doen het ook zonder zwaartekracht – te geven.

De boodschap: de Amerikanen waren domme verkwisters en de Sovjets hadden boerenslimheid. Dat is misleidend, want eigenlijk illustreert dit verhaal juist waarom de Amerikanen de Koude Oorlog hebben gewonnen. Hightechonderzoek en -ontwikkeling is onmogelijk zonder staatssteun: daar is het simpelweg te duur en te risicovol voor.

Wanneer de eerste innovatie succesvol blijkt, komt het op de markt. De lijst is oneindig; denkaan computerchips, internet, het supersterke Gorilla Glass op je mobiele telefoon en zelfs het beroemde nylon op de tassen van kwaliteitsmerk Tumi: allemaal in eerste instantie ontwikkeld door de staat via de defensie- of ruimtevaartindustrie.

Dus niks geen innovatieve ‘vrije markt’ zonder overheidssteun. Die heeft nooit bestaan. In tegenstelling tot wat sommige vrijemarktdenkers propageren, gedijt een gezond, hoogtechnologisch kapitalisme alleen bij een sterke overheid.

Daar kun je voor of tegen zijn – persoonlijk vind ik zaken als mobiel internet enorm handig – maar dat is wel hoe het werkt. De ‘socialisering van kosten en privatisering van winsten’ zoals critici het noemen, heeft de hightecheconomie mogelijk gemaakt. Des te jammer is het dat we hier geen oog voor lijken te hebben in het publieke debat.

Vorige week maandag arriveerde bijvoorbeeld de eerste F-35 Joint Strike Fighter in Leeuwarden voor geluidstests. Sinds 1996, toen het Paarse kabinet besloot mee te doen met het JSF-project om een opvolger voor het F-16 gevechtsvliegtuig te ontwikkelen, is er kritiek omdat de kosten steeds hoger oplopen: van 25 miljard dollar naar inmiddels 45 miljard dollar. De Algemene Rekenkamer rapporteerde in 2012 dat Nederland al te veel geld – bijna 5 miljard euro – in de JSF had gestoken om eruit te stappen. Voorstanders gebruiken dat financiële argument naast het defensie-argument om mee te blijven doen.

Als ik voorstander was geweest van de JSF had ik een eerlijker verhaal gehouden: dit project gaat helemaal niet over defensie. Ook met de 37 nieuwe JSF’s, die volgens experts ook nog eens ondermaatse vechtvliegtuigen zijn, gaat Nederland zichzelf niet kunnen verdedigen, mocht het ooit aangevallen worden. Ons NAVO-bondgenootschap, waardoor grote landen met echte militaire macht ons helpen, is onze defensie.

De JSF is een instrument om hightechinnovatie in het bedrijfsleven te stimuleren met belastinggeld. Het debat zou moeten gaan over in hoeverre Nederlands belastinggeld terechtkomt bij Nederlandse innovatieve bedrijven. Het lijkt erop dat vooral Lockheed Martin onderzoek en ontwikkeling mag doen met ons geld. Nederland mag de vliegtuigen kopen en een paar onderdelen produceren.

Voor mij genoeg reden om uit de JSF te stappen. Die 5 miljard euro had beter aan het duurzame energie onderdeel van Agentschap NL, het enorme nationale subsidieorgaan voor Nederlandse innovatieve bedrijven, gegeven kunnen worden. Of nog beter: met dat geld hadden we alle bijstandsmoeders van Nederland twee jaar lang kunnen onderhouden. Beide lijken me nuttiger dan het subsidiëren van Amerikaanse bedrijven.

En hoe zat het nou met die ruimtepen van Kennedy? In het echt ontwikkelde het bedrijf Fisher die pen op eigen kosten en verkocht het zowel aan NASA als aan de Sovjets. Zo hightech is zo’n pen niet.

    • Zihni Özdil