Huisvesting statushouders loopt opnieuw achter

In 2016 hebben tot nu toe 13.826 vergunninghouders een woning gekregen. Dat moeten er eind juni 23.400 zijn.

Vluchtelingen vertrekken van de tijdelijke noodopvang Heumensoord in maart. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

De huisvesting van vluchtelingen met een verblijfsvergunning loopt flink achter op schema. In 2016 hebben tot nu toe 13.826 vergunninghouders een (tijdelijke) woning gekregen. Begin dit jaar kregen gemeentes de taakstelling om eind juni 23.400 statushouders te hebben gehuisvest.

Ook in 2015 kregen 3.400 vluchtelingen geen woning. Dat aantal werd opgeteld bij de taakstelling van dit jaar.

Maandelijks publiceert het Platform Opnieuw Thuis - een samenwerkingsverband tussen ministeries, provincies, gemeentes, woningcorporaties en het COA - cijfers over vluchtelingen die van een asielopvang naar een woning verhuizen. Nu eind juni nadert, wordt duidelijk dat de taakstelling niet gehaald zal worden.

Veertien weken

Het is de bedoeling dat vergunninghouders binnen veertien weken een huis krijgen. Nu wachten zij gemiddeld 23 weken op een huis. Op dit moment verblijven 16.000 statushouders in de faciliteiten van het COA. Zesduizend mensen wachten langer dan veertien weken, en soms langer dan een jaar.

Twitter avatar Opnieuw_Thuis PlatformOpnieuwThuis Deze maand zijn er 2746 vergunninghouders gehuisvest. Gemiddeld duurt het nu 160 dagen voordat er woonruimte is. https://t.co/6j8BYsDIrf

Voor kleine gezinnen tussen de twee en zes personen wordt de norm van veertien weken vaak wel gehaald. Gemeentes vinden voor deze verblijfsvergunninghouders gemakkelijker een huis.

Alleenstaanden

De lastige categorie is alleenstaanden, van wie sommigen wachten op gezinshereniging. Gemeentes wachten liever op die gezinshereniging voordat ze een woning toewijzen, laat een woordvoerder van Platform Opnieuw Thuis weten:

“Dus die persoon wacht ondertussen in een COA-locatie en kan niet alvast wortelen in de gemeente waar die met het gezin komt te wonen.”

Daarnaast zijn er ook ‘puur’ alleenstaanden. Daar zit het probleem vooral in de woningmarkt, volgens de woordvoerder. Er zijn gewoonweg te weinig passende eensgezinswoningen voor deze personen. Vaak net te groot of te duur. Een oplossing zou kunnen zijn dat de vergunninghouder de woning deelt met anderen, maar dat gebeurt maar mondjesmaat, omdat het huis daarvoor eerst aangepast moet worden.

In april stuurden 32 grote en middelgrote gemeentes een brief naar het Rijk waarin ze zeggen de vergoeding van vijftig euro per week voor de opvang van statushouders te laag te vinden. Het Rijk stelde daarna een bedrag van 700 miljoen euro ter beschikking aan de gemeentes tot en met komend jaar voor de huisvesting, integratie en opleiding van statushouders.

Platform Opnieuw Thuis merkt niet zozeer weerstand bij gemeentes om statushouders op te vangen:

“Maar zij hebben wel het gevoel van ‘en, en, en’. Zij moeten ook woningen vinden voor andere urgente woningzoekenden, zoals mensen die uit de GGZ komen. Bovendien willen gemeentes woningen vrijhouden voor mensen die naar de gemeente willen verhuizen.”

In de tweede helft van dit jaar moeten gemeentes opnieuw 23.000 vergunninghouders plaatsen, exclusief de opgelopen achterstand van het eerste half jaar. Op de kaart Land in Beeld is per gemeente precies te zien hoe groot de achterstand is.

    • Menno Sedee