Recensie

‘Het hele proces was punk, rebels’

Frank Lammers maakte zijn debuut als regisseur Of ik gek ben zoals hij dat wilde. Dus ging hij naar Brabant. ‘Daar zien ze je nog graag komen, hè.’

Het Filmfonds stuurt je script telkens weer ter revisie? Dan moet het geld maar uit het zuiden komen. September Film ziet af van een bioscooprelease? Dan regel je gewoon zelf filmdoeken. Het kan: een film met een budget van ruim een miljoen euro buiten de gebaande paden realiseren. En wat een vitale, avontuurlijke en rare speelfilm is Of ik gek ben geworden, het debuut van acteur Frank Lammers als regisseur, scriptschrijver én filmdistributeur. Geen toeval dat de film zo woest oogt, denkt hij. „Het hele proces was punk, rebels en doe het zelf. Dat maakt bij iedereen branie en bravoure los.” Tot aan de soundtrack van Kyteman toe, die de film zag en voor het doek aan het improviseren sloeg.

Of ik gek ben gaat over Benjamin, een losgeslagen kunstenaar die in een tbs-kliniek belandt na een verkrachting en zware mishandeling waarvan hij zich niets herinnert. Het begon met acteur Mike Weerts, „die geen zin had naast de telefoon op een hoofdrol te wachten”, aldus Lammers. Hij kocht de rechten op Michiel Stroinks tbs-roman en benaderde Lammers. Die sloeg aan het schrijven voor zijn eigen regiedebuut. Vanuit het Filmfonds kwam 22.000 euro voor scriptontwikkeling, Lammers zat in de productiemolen. En dat bleek geen pretje.

Lammers: „Bij het Filmfonds moest ik vier keer terugkomen. Zo was er kritiek omdat Benjamin in een wraakvisioen plots een pistool heeft. Waar kwam dat pistool dan vandaan? Dat niveau. Ik moest me steeds verdedigen op realisme, maar dat is toch helemaal niet interessant? Of ze misten regieaanwijzingen in het script. Dat doe ik bewust, als acteur heb ik daar een pesthekel aan. ‘Jurgen huilt’, staat er dan. Laten de acteurs zelf ontdekken of Jurgen huilt.”

Richting middelmaat

Inbinden en daarna stiekem gewoon je oude script verfilmen? „Dat gebeurt veel, maar ik vind dat niet chic.” Het lastigste is dat elke revisieronde bij het Filmfonds drie maanden duurt. Lammers: „Laten ze een script direct afschieten of twee weken intensief met je aan de slag gaan. Dat bureaucratisch tempo stompt enorm af.” Overigens kwam de druk niet alleen van het Filmfonds. „Iemand anders wil dan weer geen shot van een bloedende vrouw die net is gemolesteerd met een hockeystick, in verband met leeftijdskeuring of uitzendtijd. Het hele proces stuurt films richting veilige middelmaat.”

Lammers besloot het anders te doen. „Ik wilde eigenlijk direct al naar Brabant. Daar is het nooit crisis geweest en doen ze niet zo moeilijk.” Hij sprokkelde anderhalf ton bijeen via crowdfunding, klopte voor drie ton aan bij het Brabants Cultuurfonds, en met toezeggingen van AVRO-TROS en „enkele eh... types” kon hij aan de slag. Lammers: „Het Cultuurfonds had ook vraagtekens, maar zij vertrouwden op mijn creativiteit en vonden het een tof project.”

Het hielp ook dat ze in Brabant nog niet blasé zijn over film: het viel soms niet mee zijn budget uit te geven. „Ze zien je daar nog graag komen, hè. Wilden we een ‘Over the hill-party’ in een café in Mierlo, hadden ze daar al op eigen houtje Bavaria als biersponsor geregeld, en een man met frikadellen. Heb je een hoogwerker nodig en vraag je: ‘Wa kost da?’ Dan is het: Niks hoor. Woningbouwcorporatie Trudo stelde locaties beschikbaar, het ouderlijk huis van Benjamin was het huis van een pas overleden dame. Haar regenjas hing nog aan de kapstok, de kinderen zagen de film als aandenken.”

Mazzel

Mazzel had hij ook. „Scouten wij een locatie, liep daar net een geweldig graffitikunstenaar langs. Of hij het plafond van de woonkamer niet wil doen? Tuurlijk.” Toen er kunst nodig was voor het kantoor van de artistiek, en seksueel, zeer bevlogen directrice van de tbs-kliniek, bleek er een kunstopslag te liggen bij de oprijlaan naar het klooster dat voor tbs-kliniek doorgaat. Lammers: „Of we niet wat kunstwerken konden lenen? Als we het heel hielden. Dat is voor 99 procent gelukt.”

Laatste horde was filmdistributeur September Film, die Of ik gek ben alleen op vod wilde uitbrengen. Dus benaderden ze zelf bioscoophouders. Lammers: „Zo hebben we dertig zalen geregeld, toch niet slecht.” En was dat niet gelukt, dan had hij nog een vriend met de oude tent van Circus Renz. Waren ze het land ingegaan. „’s Middags matinee met twee kinderfilms, ’s avonds Of ik gek ben. Was vast tof geworden.” Waar een wil is, is een weg.

    • Coen van Zwol