Debatteren is zelfexpressie geworden

Column Redelijkheid? Vergeet het maar. Nieuwsfeiten zijn iconische totems om de clan mee te markeren, stelt Christiaan Weijts.

In de marge van een literair festival, waar ik optrad met zijn vrouw, sprak ik eens met Hans van Mierlo over het politieke debat.

christiaanweijts0
„Het zou toch geestig zijn,” zei hij, „als midden in zo’n Kamerdebat een tegenstander ineens zou uitroepen: verdraaid, u heeft helemaal gelijk, ik ben overtuigd… Maar dat zul je nóóit zien!”

Voor de naïeve journaalkijker die ik was, was dit een hele openbaring: politici debatteren niet! Niet als je debatteren opvat als: argumenten uitwisselen die je gesprekspartner tot jouw standpunt moeten verleiden. Als Pechtold Wilders aanvalt is dat niet omdat hij meent dat hij die man nog naar het D66-kamp kan lokken. Welnee, alle partijstandpunten liggen muurvast en het debat is altijd een performance die het zwevende publíek moet overtuigen. Dat is het spel. Dat doorzien we, en dat accepteren we.

Als Alexander Pechtold, erfgenaam van Van Mierlo, een beroep doet op de redelijkheid, de feiten, de argumenten, enzovoorts, zoals gisteren in deze krant, dan mikt hij niet op de redelijkheid van zijn politieke toneeltegenstanders maar op die van de zwevende toeschouwer. Die is nog te beïnvloeden. Maar juist met die toeschouwer is – zeker in de zeven jaar na dat gesprekje met Van Mierlo – iets wonderlijks gebeurd.

Je wéét wat Nanninga of Grunberg gaan beweren, en dat ze aan ’t einde van de dag niet tongend op een naaktstrand liggen

Als je op sociale media zit herken je dit wel: van elk willekeurig nieuwtje – de aanhouding van Typhoon, het vertrek van de hoofdpiet, de aangifte van Sylvana Simons – weet je exact wie in je timeline welke positie zal gaan vertolken. Je hoeft niet meer te kijken, want je wéét wat Annabel Nanninga of Arnon Grunberg gaan beweren, en je weet ook dat ze aan het einde van de dag niet innig tongend op een naaktstrand zullen eindigen. Anders gezegd: zij spelen het spelletje óók. Maar – en dit is de crux – dat geldt inmiddels evenzeer voor hun publiek, de lezers.

Een klein experiment. Herlees de voornoemde nieuwtjes en bepaal je standpunt. Kostte dat moeite? Welnee. Die standpunten zijn onderdeel van je identiteit. Misschien zijn ze geworteld in rationele afwegingen, misschien ook niet, daar gaat het niet meer om. Ze zijn een deel van je identiteit en met elke retweet, met elke ‘meningsuiting’ of ‘debatbijdrage’ voer je een sociaal optreden uit. Debatteren is geen argumentuitwisseling, maar zelfexpressie.

Iederéén is het spelletje gaan spelen. Maar nu we allemaal acteurs zijn is er geen publiek meer over om te beïnvloeden. Ieder nieuwsfeitje – Sylvana, Typhoon, Piet – zwelt op tot iconische totem om de clan mee te markeren.

Juist over etnisch profileren kun je, althans in theorie, nog wel een onbesliste positie hebben, vatbaar voor argumentatie. Wegen hogere opsporingscijfers op tegen de collateral dammage van gekrenkte kleurlingen? Een redelijk debat, maar wie het wil voeren, zal een acteur zijn voor een lege zaal.

    • Christiaan Weijts