Buien met veel regen komen vaker voor

Klimaatverandering Het weer is grillig. Dus je kunt niet zomaar klimaatverandering de schuld geven als het een keer slecht weer is.

Foto ANP / Danny van den Berg

Het klimaat is wat je verwacht, maar het weer is wat je krijgt. Deze oneliner, waarvan niet bekend is van wie die komt, laat goed zien waarom het zo moeilijk is klimaatverandering aan te wijzen als de oorzaak voor een extreme hagelbui of een zware storm. Het weer is nu eenmaal grillig. Ook als de opwarming van de aarde gewoon doorgaat, is nog steeds een Elfstedentocht mogelijk.

Toch zei weerman Gerrit Hiemstra naar aanleiding van de extreme regen in het zuidoosten van Nederland en in delen van Duitsland, België en Frankrijk, woensdagavond in het NOS-journaal: „Welkom in het nieuwe klimaat.” Hij verwees naar de klimaatscenario’s van het KNMI.

Het KNMI gaat ervan uit dat hagel en onweer in de toekomst heviger worden. Tegen het midden van de eeuw komt extreme hagel ten minste twee keer zo vaak voor als in de periode 1981 tot 2010.

Maar dat is nog iets anders dan klimaatverandering de schuld geven van een individuele weersgebeurtenis. Een paar jaar geleden durfden wetenschappers zoiets zelden aan. Maar volgens Maarten van Aalst van het klimaatcentrum van het Internationale Rode Kruis is deze tak van de klimaatwetenschap „snel volwassen geworden”. De Amerikaanse Academie van Wetenschappen heeft dat bevestigd.

„In het Weather Attribution Initiative, waarmee het klimaatcentrum samenwerkt, gebruiken we een statistische aanpak. We onderzoeken de kans dat een gebeurtenis voorkomt”, aldus Van Aalst. „Zo spreken we na een extreme weerssituatie bijvoorbeeld van een ‘buitengewoon kleine kans’ dat die zou zijn voorgekomen zonder klimaatverandering. Of we zeggen dat de kans erop ‘is verdubbeld’, of dat er geen zichtbaar verband is. Maar altijd pas als we meerdere lijnen van bewijs hebben.”

De bui regent dus sneller leeg

Geert Jan van Oldenborgh klimaatwetenschapper KNMI

Volgens Geert Jan van Oldenborgh, klimaatwetenschapper van het KNMI, zijn er nog veel onduidelijkheden. Vaststaat dat dit soort zware buien vaker zullen voorkomen. Maar over het huidige weertype zelf is hij minder zeker. „Veranderingen in weertypes zijn veel lastiger”, schrijft hij in een e-mail.

„De verschuiving in de scenario’s is naar meer oostenwind in de zomer met droog weer, door de sterke opwarming van het Middellandse Zeegebied. Zo ver is het echter nog niet, en we zien geen trend in de waarnemingen.”

Wat volgens Van Oldenborgh opvalt aan weer van nu is de hardnekkigheid van een lagedrukgebied dat al sinds 25 mei boven Europa rondzwerft, met veel onstabiele lucht er omheen. Met een Franse collega onderzoekt hij hoe uitzonderlijk dit is. Zelf heeft hij niet de indruk dat er sprake is van een trend naar meer ‘persistent’ weer, zoals hij dat noemt. „Klimaatmodellen laten dat ook niet zien in de gevallen die we bestudeerd hebben, zoals de regen in de Donau en Elbe van 2013.”

Toch vallen er wel een paar conclusies te trekken, aldus Van Oldenborgh. „Allereerst is er het simpele feit dat warmere lucht meer waterdamp kan bevatten. Hoe warmer het is, hoe meer neerslag per dag. De metingen aan ruim 300 KNMI-stations sinds 1951 laten dit ook zien. Buien zoals we die gisteren hadden (88,2 mm neerslag in Ysselsteyn, Limburg) komen daardoor nu 2 tot 4 keer vaker voor dan rond 1950.”

Van Oldenborghs collega Geert Lenderink heeft bovendien een paar jaar geleden berekend dat de ‘uursommen’ aan neerslag in Nederland, en in een behoorlijk deel van Europa, bijna twee keer zo snel toenemen als de ‘dagsommen’. Er valt daardoor, schrijft Van Oldenborgh „nu zo’n 30 procent meer regen per korte tijdsduur dan rond 1950. De bui regent dus sneller leeg. We denken dat daardoor ook bliksem, hagel en valwinden toenemen.” Al weet hij dat nog niet zeker.

Met El Niño – de kortstondige, snelle opwarming van het water in de Stille Oceaan – heeft het huidige weer volgens Van Oldenborgh niets te maken. Dat hadden we al eerder moeten merken. Maar het voorjaar had nu juist een volkomen normale hoeveelheid neerslag dit jaar.

    • Paul Luttikhuis