Wel banen, geen bouwvakkers

Er komt werk bij, zelfs in de bouw, zo blijkt uit een analyse van het UWV. Maar meestal niet voor ouderen. En waar zijn de jonge metselaars?

Groei op de arbeidsmarkt zit grotendeels in flexibele banen

Ze zijn weer dringend nodig: loodgieters, schilders, lassers. Voor het eerst in jaren groeit de werkgelegenheid in de bouw, blijkt uit de arbeidsmarktprognose voor 2016 en 2017 van uitkeringsinstantie UWV. Maar waar vind je nog bouwvakkers?

Mbo-scholen, Haagse beleidsmedewerkers en ook de werkgevers zelf wisten al jaren dat het zo zou gaan. Op een dag was de economische crisis voorbij. Dan werden er weer huizen gebouwd en verbouwd, maar dan zouden er te weinig jongeren van school af komen met een diploma installatie- en constructietechniek, schilderen, metselen. Want wie koos in 2012 of 2013, midden in de crisis, nog voor zo’n studierichting?

En zelfs als jongeren dat wél deden, konden ze vaker hun studie niet afmaken – bijvoorbeeld omdat ze geen stageplek konden vinden, wat door de crisis meer voorkwam. „En dus had je de afgelopen jaren 30 procent minder mbo-leerlingen in de bouw en infra”, zegt Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie bij het UWV.

De bouwsector stond in 2013 vooraan in de rij om met geld uit de zogenoemde sectorplannen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid extra leerplekken te betalen en oudere ‘leermeesters’ in dienst te houden die de jongeren het vak leerden.

„In de statistieken zie je de resultaten daarvan niet terug”, zegt Witjes. „Maar ik hoor wel van bedrijven dat het heeft geholpen. Ook omdat de bouwsector bij het maken van die plannen gedwongen werd strategisch te denken: hoe staan we er over vijf jaar voor? Ik denk dat de bouw er nu erger aan toe was geweest als die sectorplannen er niet waren geweest.”

De groei van het aantal banen in de bouw is met 3 procent (9.000 banen) zelfs nog hoger dan in de ICT (2 procent, 5.000 banen), waar volgens het UWV nu echte krapte ontstaat. Maar in de bouw moet ook nog flink wat worden ingehaald: er zijn daar nog steeds 100.000 banen minder voor werknemers dan in 2008.

Oók omdat zzp-bouwvakkers ervoor in de plaats kwamen. Het UWV stelt in de arbeidsmarktanalyse vast dat er meestal meer zzp’ers komen als er meer vraag is naar arbeid – zoals vóór de crisis. Maar in de afgelopen recessie groeide hun aantal gewoon door, elk jaar met zo’n 5 procent. Er zijn er nu ruim een miljoen.

‘Niet meer losse banen dan vaste’

Bedrijven hebben volgens het UWV steeds meer behoefte aan flexibele medewerkers. Het economisch herstel leidt de komende jaren tot ruim 200.000 extra banen. En die groei zit vooral in de uitzendsector – dus bij de flexibele banen.

„Toch verwacht ik niet dat het zover komt dat er meer losse banen zijn dan vaste”, zegt Rob Witjes. Nu heeft zo’n 62 procent van alle mensen die werken een vaste baan, voor de crisis bijna 70 procent. „Als je te veel flexkrachten hebt, beïnvloedt dat je bedrijfsvoering. Dat kost klanten.”

Behalve in de ICT en de bouw komen er ook banen bij in de horeca, de groothandel en de detailhandel – en dan vooral bij internetwinkels, voordeelwinkels en luxe winkels. Juist niet bij winkels die het UWV „traditioneel” noemt, zoals de verdwenen warenhuisketen V&D.

Voor de zorg is de voorspelling gunstig, in de thuiszorg zouden er volgens het UWV zo’n 6.000 banen bij komen. „Dan gaan we er wel van uit dat de gemeenten het geld dat ze voor die zorg hebben, ook echt uitgeven”, zegt Witjes. Tot nu toe blijkt uit onderzoek dat gemeenten dat níét doen – en juist bezuinigen. Dan komen die banen er dus ook niet.

Voor wie werk zoekt in de sport, recreatie of cultuur: daar neemt het aantal banen af. En echt slecht gaat het in de financiële dienstverlening. Volgens het UWV zijn er in 2017 in die sector 56.000 banen minder dan in 2007.

Als je alle banen bij elkaar optelt: het zijn er nu meer dan net voor het begin van de crisis in 2008. In 2017 zijn het er zo’n 10,2 miljoen.

Er komen ook flink veel vacatures bij: in 2017 zijn er zo’n 871.000. In de jaren voor de recessie waren het er veel meer, ruim een miljoen. Maar in die tijd groeide de economie ook sneller dan nu.

Door de extra banen daalt de werkloosheid. Het aantal WW-uitkeringen daalt met zo’n 59.000 tot 387.000. Dit jaar is die afname het grootst bij mensen tussen de 15 en 34 jaar, volgend jaar juist bij de groep van 34 tot 44 jaar. Witjes: „Dat zie je eigenlijk altijd na een recessie. Eerst vinden de jongeren weer een baan, daarna profiteert de wat hogere leeftijdsgroep.”

Ook onder de 55-plussers daalt het aantal WW’ers, maar minder dan gemiddeld. Zij blijven het moeilijk houden op de arbeidsmarkt.

Of het allemaal echt zo zal gaan? „Er kan altijd van alles gebeuren”, zegt Witjes. „Een Brexit kan invloed hebben, de groeivertraging in China. De baanonzekerheid die er is, kan invloed hebben op het consumentenvertrouwen. En dus op de economie.”

    • Petra de Koning