Staande houden van Typhoon was een dubbele uitglijder

Het staande houden van de zwarte rapper Typhoon, begin deze week in Zwolle, markeert, voor zover bekend, de eerste keer dat een politieman aan een burger volmondig toegeeft dat ‘etnisch profileren’ oorzaak was.

nrcvindt
De agent zei dat hij de combinatie huidskleur/autotype niet vertrouwde en dacht aan ‘drugsgeld’.

Dit was dus een coming out, het doorbreken van een taboe. De politieman verschool zich niet achter de Wegenverkeerswet of het ‘paraplu-artikel’ 3 Politiewet, waarin de algemene bevoegdheid van de politie staat omschreven als handhaven en hulp bieden. Het was een volwassen reactie – rassendiscriminatie erkennen en beloven ervan te zullen leren. De betreffende districtschef liet weten dat dit inderdaad een ‘inschattingsfout’ was, omdat de politie niet mag selecteren op huidskleur of afkomst. Aan Typhoon werden excuses aangeboden. Want de ‘politie moet te allen tijde staan voor neutraliteit’. Zo zou het inderdaad moeten zijn.

Tegelijk moet bedacht worden dat Typhoon een artiest is met mediamacht die zo’n correctie kan afdwingen. PvdA-leider Samsom toonde zich op Facebook geschokt en zei zich te schamen. Zo’n interventie is niet al die andere gekleurde burgers gegeven die ook vaker worden gecontroleerd omdat de agent vindt dat ‘het plaatje’ niet klopt. Iedere strafadvocaat kent de processen-verbaal waarin de politieman noteert dat ‘verdachte opviel’ omdat hij ‘niet thuishoort’ in de betreffende stadswijk. Dat gaat altijd over huidskleur, in combinatie met uiterlijk, gedrag of vervoermiddel.

Zolang die verdenking onderbouwd is met relevante opsporingsinformatie is daar niks op tegen. Het verdacht vinden van jonge mensen in dure auto’s komt voort uit de ‘patseraanpak’ waarmee de politie veelplegers bestrijdt. Maar dan moet er tevoren meer aan de hand (en bekend) zijn dan alleen duur autobezit. Wie geen bron van inkomsten heeft, niet naar school gaat, pronkgedrag vertoont en provoceert, wekt die belangstelling terecht. Deze groep wordt dan door deurwaarders, sociale rechercheurs of de Fiod op de korrel genomen. Daaraan gaat uitgebreid onderzoek vooraf. Zo bezien is het staande houden van Typhoon ook vanuit de opsporing bezien een uitglijder – want niet ondersteund door relevante opsporingsinformatie. En dus een verspilling van politietijd.

Maar dat is niet het hele verhaal. Binnen de politie komt discriminatie voor, net als in de samenleving. Onderling, maar ook van burgers. Die voelen zich dan gekleineerd en uitgesloten en keren zich af van het gezag. Dat ondermijnt de samenleving en schaadt het vertrouwen in elkaar. Op het gebied van registratie en preventie van die houding heeft de politie nog een weg te gaan.