Ruzie om een juten zak

Met de zomervakantie in aantocht speelt NRC spellen voor in de bungalow of tent. Vandaag: zakken en gele Gubs.

Hoe simpeler het spel, hoe groter de twist. Deze spellenwet gaat thuis op zodra wij snel denken te weten hoe de spelregels werken. En dat we dan gretig gaan dobbelen en kaarten, zonder die regels écht goed door te lezen.

Het gebeurde weer bij Pak die Zak. Het basisidee van dat spel is zo leuk dat we meteen begonnen. Doel is om de juten zak van tafel te grissen, zodra er zes afbeeldingen van een zak in dezelfde kleur op tafel liggen. Op kaarten staan verschillende aantallen van één kleur zak, zoals vier groene zakken, of twee gele of één bruine zak.

Kan niet verkeerd gaan, toch?

Wel. De verwarring zit ’m erin dat nieuwe kaarten niet meteen in de rij met de juiste kleur zakken worden aangelegd, zoals wij dachten, maar eerst open op tafel worden gedraaid. Elke speler krijgt zo tegelijkertijd de kans om te zien of er een combinatie van zes zakken in één kleur op tafel ligt. In plaats daarvan tierden wij: „Ik draai de kaart toch om, die zak is van mij!”

Na die eerste ronde lazen we de spelregels goed door en kregen we de smaak te pakken. Pak die Zak is een heerlijk snel spelletje dat een groot beroep doet op rekenkunst én reflexen. Rekenwonders zijn in het voordeel, bierdrinkers in het nadeel.

Een ander mooi kaartspel is Gubs, maar het mist een blikvanger zoals een juten zak. Gevolg: we bekeken de handleiding serieuzer en er werd minder over regels getwist. De gele Gubs blijken een smurfachtig volkje, spelers moeten Gubs vangen en van elkaar afpakken.

Het knappe van Gubs is dat doorgewinterde kaarters slimme trucjes kunnen uithalen, maar dat er genoeg krachtige kaarten zijn waarmee achterliggers in één klap langszij komen. Thuis vrezen wij de ‘Gargok Plaag’-kaart, waarbij je ál je handkaarten weer door de stapel moet schudden. En het ‘Wespengerucht’, waarbij alle Gubs terug de stapel in vluchten.

De illustraties zijn prachtig, de begeleidende teksten aardig. Op het kaartje ‘Bliksem’ lezen we: „Niets maakt Gubs banger.” En op de ‘Speer-kaart’ staat: „Een dodelijk wapen en nuttig werktuig.” Dat is ook wat die speer in het spel doet: je kan er een Gub mee doden of uit een zeepbel bevrijden. Tekst, beeld en spelregels vormen een prettig venster op de wereld van die vreemde Gubs.

    • Lucas Brouwers