Nepoma’s

Met mensen die te graag gratis op je baby willen passen is iets mis. Familie uitgezonderd natuurlijk, hoewel onze moeders steeds gekker gingen doen. De één klakte de hele tijd met haar tong alsof ze het tegen een pony had en de ander ging er vaak naast liggen op het speelkleed, waarna ze net als De Dochter niet meer overeind kon komen.

Van je moeder kun je dat hebben, maar ex-collega’s, buurvrouwen, hele en halve tantes zie je zo liever niet. Een keer lieten we ons door een buurvrouw naar de bioscoop dwingen. Daar zaten we dan, bij een film over een andere planeet met alle twee dezelfde angst: dat deze vrouw uit liefde inmiddels op onze baby was gaan liggen. Dat bleek mee te vallen, maar geslapen had ze niet. De dagen erna huilde ze als we liedje dreigden in te zetten, kapot gezongen met Alles in de wind, alles in de wind.

Nee, dat soort types kwamen er bij ons nooit meer in, twee oma’s was meer dan genoeg.

Tot zover de principes, want toen ik op de zorgdag een paar uur van huis moest herinnerde ik me die ex-collega. Ze sprong nog net niet jodelend op de fiets. Haar enthousiasme nestelde zich in mijn achterhoofd.

Ze was er sneller dan gedacht.„Ik heb twee rode lichten genegeerd!”

Wat wist ik eigenlijk van haar, behalve dan dat ze zich op kantoor soms terug trok met een huilbui, dacht ik terwijl ik van huis was. Ze was lid van de Fietsersbond en had met haar huissleutels bewust de lak van menig auto beschadigd, ze had meerdere katten en ze ontwierp zelf haar kleding.

Allemaal waarschuwingen die ik had genegeerd. Alsof iedereen rode waarschuwingsvlaggen zag op het strand en ik gewoon ging zwemmen. En onze dochter moest al dat enorme gemis goed maken.

Vier uur later trof ik het huis nog hetzelfde aan, alleen lag er nu een vrouw van 62 met de heupen opgetrokken op de bank te zingen. Daar ging ze ondanks mijn aanwezigheid gewoon mee door. Na tien minuten heb ik De Dochter langzaam losgepeld en naar bed gebracht.

Tijdens het thee drinken wisten we elkaar niets te zeggen. „Ik ga maar weer eens”, zei ze ondanks het weer.

Ik keek haar na en zag hoe ze in haar gele regenjas bijna van de weg waaide, geen idee of ze een leuke middag had gehad.

    • Marcel van Roosmalen