Loven en meppen in de kunsten

De Raad voor Cultuur (RvC) bracht recent advies uit over hoe de minister in de periode 2017-2020 het beste de 220 miljoen euro kan besteden die is uitgetrokken voor de zogeheten Basisinfrastructuur (BIS). In het advies, dat donderdag in de Kamer wordt besproken, leiden lovende woorden niet vanzelfsprekend tot de positieve berichten die je erbij verwacht. Zo is er waardering voor Theater Utrecht. Dat gezelschap was bijna failliet en vond zichzelf zowel financieel als artistiek opnieuw uit. Het verdient daarvoor te worden gehonoreerd met een positief advies en het publiek verdient Theater Utrecht. Zou je zeggen. Maar het kan niet. Het gezelschap voldeed niet aan de eigen inkomstennorm die de wet sinds de bezuinigingen eist en dus kan het af door de zijdeur. Hetzelfde overkomt het Haagse beeldende-kunstencentrum Stroom.

De letter van de wet verwurgt hier kwaliteit. Op vergelijkbare logica gegrondveste adviezen zijn er meer – gegeven door een RvC die de indruk maakt te hopen dat de minister er niet altijd gevolg aan zal geven. De Kamer zal zich eens serieus moeten afvragen hoe zinnig het is cultureel ondernemerschap af te meten aan de regels van het bedrijfsleven. Daar bestaat winst uit financiële inkomsten. In kunst en cultuur bestaat winst uit het bijdragen aan en waarborgen van een cultureel klimaat waar Nederland en de Nederlander wel bij vaart.

Maar de nieuw aangestelde directeur van het Rijksmuseum kreeg het direct voor zijn kiezen van VVD en PvdA: het Rijks slaagde er de afgelopen periode bewonderenswaardig in zijn publieksbereik aanzienlijk te vergroten en het museum wereldwijd op de kaart te zetten – en dus kan de subsidie stevig verminderd worden, kreten de politici. Het is zo destructief gedacht, zo helemaal tegen het belang van cultuur, museum en van het museumpubliek. En het spot met het feit dat het Rijksmuseum, dat opnieuw binnen én buiten de grens het watermerk van Nederland werd, relatief schraal bedeeld is, met 6,5 miljoen euro voor vier jaar.

De eerste zin van het advies van de RvC is overigens opmerkelijk: „De culturele basisinfrastructuur (BIS) is de ruggengraat van het Nederlandse cultuurbestel”. Hiermee jaagt de RvC de met een negatief advies beoordeelde instanties als vanzelfsprekend naar de cultuurfondsen, als een soort B-keus.

Het is het verkeerde signaal. De BIS is de ruggengraat? Dan zijn de instellingen die jaarlijks door de fondsen worden ondersteund de bloedsomloop. Zij zijn geen tweede keus, ze zijn het vlietende tegenover het gevestigde, en net zo cruciaal voor een vitale Nederlandse kunst en cultuur.