Kunstmarkt normaliseert

Nu de voorjaarsveilingen in New York achter de rug zijn, wordt duidelijk dat de kunstmarkt in rustiger vaarwater lijkt te komen.

Het schilderij ‘Zonder titel’ van Jean-Michel Basquiat dat bij Christie’s New York dit voorjaar voor een recordprijs werd gekocht door de Japanse miljardair Yusaku Maezawa. Foto AP

De nieuwe soberheid. Zo karakteriseerde de Londense kunsthandelaar James Holland-Hirbert in The New York Times de resultaten van de grote voorjaarsveilingen. Christie’s en Sotheby’s verkochten de afgelopen weken op hun avondveilingen geen Picasso’s, Modigliani’s of Giacometti’s van ver boven de 100 miljoen dollar. Nee, zelfs een verkoop van 75 miljoen viel bij lange na niet te noteren.

Vergeleken met een jaar geleden daalden de omzetten spectaculair. Werd in de lente van 2015 in een paar dagen tijd nog voor 2,4 miljard dollar aan kunst afgehamerd, dit voorjaar stokte de teller bij 925 miljoen dollar, ruim 60 procent minder.

Die terugval lag voor een belangrijk deel aan het geringe aanbod van topstukken. Wie de kleine lettertjes in de veilingcatalogi las, begreep waarom. De veilinghuizen waren minder veel toeschietelijk geweest met het garanderen van torenhoge minimumopbrengsten. En dus bleven de topstukken van Bacon, Rothko en andere geliefde kunstenaars gewoon in depot staan.

In hun niet aflatende concurrentiestrijd deden Sotheby’s en Christie’s de afgelopen jaren steeds absurdere beloftes aan verkopers. Neem de veiling afgelopen herfst van de enorme verzameling van Alfred A. Taubman. Sotheby’s troefde Christie’s af, maar moest de erven-Taubman daarvoor wel een minimale opbrengst van 515 miljoen dollar toezeggen. De collectie bracht een recordbedrag op, maar niet genoeg om de garantiesom te halen. Na die tegenvaller kelderde de beurswaarde van het aan de New York Stock Exchange genoteerde veilinghuis, gevolgd door een reorganisatie.

Stuiptrekking

De grote veilinghuizen hebben inmiddels „eieren voor hun geld gekozen”, zegt Jop Ubbens, directeur van Christie’s Nederland. „Door de garanties kwamen de winstmarges onder druk te staan. Wat je nu ziet, is een stabilisering van de markt, met nog een enkele stuiptrekking naar boven.”

Zo’n verrassende stuiptrekking was bijvoorbeeld de recordopbrengst voor een groot, titelloos schilderij uit 1982 van Jean-Michel Basquiat. De Amerikaanse verzamelaar en kunsthandelaar Adam Lindemann kocht dit schilderij in 2004 voor 4,5 miljoen dollar. Sindsdien benaderden de veilinghuizen hem minstens één keer per jaar met een voorstel tot verkoop. De aanbiedingen liepen steeds hoger op, vertelde hij openhartig aan The New York Times, maar pas toen Sotheby’s met hulp van een derde partij een opbrengst van 40 miljoen dollar garandeerde, hapte Lindemann toe. De Basquiat ging 10 mei van de hand voor 57,3 miljoen dollar, een veilingrecord voor de kunstenaar.

Met een tweet afficheerde de 40-jarige Yusaku Maezawa zich als de koper. Deze Japanse self-made miljardair maakte het afgelopen decennium fortuin met een online-kledingwinkel. Hij koestert plannen, liet hij weten, voor een museum in zijn vaderland.

Tegelijk met de Basquiat kocht hij in New York ook werken van onder meer Jeff Koons, Richard Prince en Christopher Wool. „Dit is wat we nodig hebben dezer dagen, iemand met passie en een goed oog”, zei Barabara Bertozzi van de Leo Castelli Gallery tegen persbureau Blouin.

Naweeën

De markt mag enigszins genormaliseerd lijken, de veilinghuizen kampen nog altijd met de naweeën van de financiële toezeggingen die ze eerder maakten. Zo onthulde het Amerikaanse persbureau Bloomberg eind april hoe ver Sotheby’s in november is gegaan bij de verkoop van een abstract, uit 1968 daterend doek van Cy Twombly.

Het veilinghuis bood de verkoper, een verzamelaar uit Los Angeles, een zogeheten ‘enhanced hammer’ aan. Bovenop het hamerbedrag kreeg de collectioneur bijna het volledige opgeld (de koperstoeslag) van 7,8 miljoen dollar. Omdat zich niet direct kopers voor het doek aandienden en het veilinghuis net de teleurstellende Taubman- veilingen achter de rug had, maakte het een afspraak met hedgefondshandelaar Daniel Sundheim. Die mocht de Tombly (kosten 70,5 miljoen dollar) voor een belangrijk deel betalen met kunst. Sundheim gaf het veilinghuis zeven schilderijen met een totale geschatte waarde tussen de 50 en 75 miljoen dollar.

Voor die doeken heeft Sotheby’s gegarandeerde minimumopbrengsten aan Sundheim beloofd. Of die deal voor het veilinghuis gunstig heeft uitgepakt, is zeer de vraag.

Een Christopher Wool en een Andy Warhol werden twee weken geleden ver onder laagste richtprijs verkocht. Het lijkt er dus op dat Sotheby’s ook aan de recordopbrengst voor de Twombly uiteindelijk geen cent heeft verdiend.

Jop Ubbens voorspelt dat de kunstmarkt zich de komende jaren verder stabiliseert. „Uitschieters als met die Basquiat zullen zich minder vaak voordoen. Het speculeren verdwijnt, garanties nemen af, en de veilinghuizen gaan doen waar ze altijd goed in zijn geweest: gewoon veilen.”

    • Arjen Ribbens